Handgeschreven ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier ("Bijblad").
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier ("Bijblad"). [Kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 24/4/1 1941
DOORGEZONDEN: 22/2-41.
[Rechtsboven]
316
[Hoofdtekst]
Ik geef U in overweging Frenkel
toe te ~~staan~~ staan om zijn plaats op de
markt Amstelveld nog gedurende drie
maanden niet in te nemen.
[Aantekeningen midden/rechts]
24/4/2 M [in rood]
26-2-41
de Kan
[Potloodaantekeningen]
modelbriefje
3/3/41 JS [initialen]
3 maanden na dato dezes
marktgeld hoeft niet
want 't veld losse plaatsen.
[Linksonder]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 De kern van dit document is een administratief verzoek om de marktplaats van een zekere heer Frenkel op het Amstelveld gedurende drie maanden niet opnieuw uit te geven (niet "in te nemen"). Dit impliceert dat Frenkel tijdelijk niet in staat is zijn plaats te bezetten, maar de plek wel wil behouden.
Opmerkelijk is de aantekening onderaan in potlood: "marktgeld hoeft niet want 't veld losse plaatsen." Dit duidt op een financiële vrijstelling, mogelijk omdat de betreffende locatie op het Amstelveld destijds werd beschouwd als een terrein voor 'losse' (niet-vaste) standplaatsen, waardoor er geen doorlopend stageld verschuldigd was bij afwezigheid. De term "modelbriefje" suggereert dat dit een standaardprocedure of een concept voor een uitgaande brief was. De datum van het document (februari-april 1941) plaatst de notitie in een zeer beladen historische context. Dit is de periode van de Duitse bezetting van Nederland, vlak na de Februaristaking. De achternaam "Frenkel" is veelal Joods. In deze periode werden Joodse marktkooplieden door de bezetter stelselmatig geweerd van openbare markten. In mei 1941 werd het Joden verboden om op niet-Joodse markten te staan.
Het verzoek om de plaats van Frenkel "nog gedurende drie maanden niet in te nemen" zou een poging van een ambtenaar kunnen zijn om de man wat respijt te geven, of het kan puur een administratieve afhandeling zijn van een situatie waarin een koopman door de omstandigheden (zoals de invoering van anti-Joodse maatregelen) niet meer kon verschijnen. Het Amstelveld was en is een bekende marktlocatie in Amsterdam, destijds vooral bekend om de planten- en bloemenmarkt. Frenkel (marktkoopman) de Kan (ondertekenaar/behandelaar).