Getypte brief (doorslag/archiefkopie) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag/archiefkopie) met handgeschreven kanttekeningen. 15 October 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Gemeentemarkten Amsterdam). Den Heer J.C.v.d. Vinden, Rijnstraat 74, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven in blauw potlood, rechtsboven:]
U de laen
[Handgeschreven in blauw potlood, middenboven:]
Werrandes Mes
[Getypt:]
HG.
den Heer J.C.v.d.Vinden,
Rijnstraat 74,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 22B.
28/46/2 M.
15 October 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 30 September jl. ver-
leen ik U hierbij gedurende drie maanden na dato dezes toestemming
Uw plaats op de markt Lindengracht niet te bezetten.
U dient er echter voor te zorgen, dat het ook tijdens Uw
afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den
dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.
De Directeur, Deze brief is een officiële goedkeuring van de directeur van de marktdienst aan een marktkoopman, de heer J.C. van der Vinden. De koopman heeft verzocht om zijn standplaats op de Lindengracht-markt in Amsterdam gedurende een periode van drie maanden onbezet te laten.
De toestemming wordt verleend onder de strikte voorwaarde dat de wekelijkse betaling van het marktgeld (het staangeld) gewoon wordt voortgezet. Dit wijst op het strikte administratieve beheer van de openbare markten in die tijd: het recht op een plek bleef behouden zolang de financiële verplichtingen werden nagekomen, ongeacht de aanwezigheid van de koopman. Het document is gedateerd op 15 oktober 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Lindengracht is een bekende marktlocatie in de Amsterdamse Jordaan.
Hoewel de brief een louter administratief karakter heeft, is de context van 1941 van belang. In deze periode werden steeds meer beperkende maatregelen opgelegd aan de burgerbevolking, en specifiek aan de Joodse bevolking (de Rijnstraat in Amsterdam-Zuid was een straat met veel Joodse bewoners). Hoewel de brief niet expliciet vermeldt waarom de heer Van der Vinden afwezig is, zijn verzoeken tot tijdelijke afwezigheid in deze periode in de archieven vaak gerelateerd aan ziekte, gedwongen tewerkstelling, of de toenemende uitsluiting van Joodse ondernemers van openbare markten (vanaf najaar 1941 werden Joodse kooplieden steeds vaker geweerd of beperkt in hun handel). M. Betreft Marktwezen