Archief 745
Inventaris 745-355
Pagina 47
Dossier 92
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke of zakelijke handgeschreven notitie op gelinieerd papier.

Origineel

Ambtelijke of zakelijke handgeschreven notitie op gelinieerd papier. Brilleslijper ( Consul P. ) zie brief 37/61/ , M.
was personeel bij Posener. Wil vrij plaats hebben.
Echter geen grossier.
Dijkstra markt moet geviseerd. Dus zeker niet
gewenscht om jood tot markt toe te laten.
Commissionnair. Kan na 9 uur toegang
krijgen. * Handschrift: Een vlot, hellend cursiief handschrift in donkere inkt. Het handschrift is representatief voor een administratieve setting uit het midden van de 20e eeuw.
* Inhoudelijke kern: De notitie betreft een verzoek van een persoon genaamd Brilleslijper (een bekende Joodse familienaam) voor een 'vrije plaats' op een markt. Hij was voorheen werkzaam bij de firma Posener.
* Besluitvorming: De tekst bevat een expliciete uitsluitingsgrond: "Dus zeker niet gewenscht om jood tot markt toe te laten." Dit wijst op de systematische segregatie en economische uitsluiting van Joodse burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Terminologie: De term "geviseerd" (van viseren) betekent hier dat het verzoek of de persoon is gecontroleerd/getoetst door een instantie of persoon genaamd Dijkstra (mogelijk een marktmeester of lokale ambtenaar). Brilleslijper wordt wel getolereerd als "commissionnair" (tussenpersoon), maar met de restrictie dat hij pas na 9:00 uur toegang krijgt, wat zijn handelingsvrijheid waarschijnlijk sterk beperkte. Dit document is een tastbaar bewijs van de bureaucratische uitvoering van anti-Joodse maatregelen in bezet Nederland. Vanaf 1941 vaardigde de bezetter steeds strengere verordeningen uit die Joden verboden deel te nemen aan het openbare economische leven. Joodse marktkooplieden werden aanvankelijk beperkt in hun bewegingsvrijheid en uiteindelijk volledig van de reguliere markten verbannen. De notitie laat zien hoe ambtenaren op lokaal niveau deze discriminerende regels strikt handhaafden, waarbij iemands afkomst de enige doorslaggevende factor was voor het al dan niet verlenen van een werkvergunning.

Samenvatting

  • Handschrift: Een vlot, hellend cursiief handschrift in donkere inkt. Het handschrift is representatief voor een administratieve setting uit het midden van de 20e eeuw.
  • Inhoudelijke kern: De notitie betreft een verzoek van een persoon genaamd Brilleslijper (een bekende Joodse familienaam) voor een 'vrije plaats' op een markt. Hij was voorheen werkzaam bij de firma Posener.
  • Besluitvorming: De tekst bevat een expliciete uitsluitingsgrond: "Dus zeker niet gewenscht om jood tot markt toe te laten." Dit wijst op de systematische segregatie en economische uitsluiting van Joodse burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog.
  • Terminologie: De term "geviseerd" (van viseren) betekent hier dat het verzoek of de persoon is gecontroleerd/getoetst door een instantie of persoon genaamd Dijkstra (mogelijk een marktmeester of lokale ambtenaar). Brilleslijper wordt wel getolereerd als "commissionnair" (tussenpersoon), maar met de restrictie dat hij pas na 9:00 uur toegang krijgt, wat zijn handelingsvrijheid waarschijnlijk sterk beperkte.

Historische Context

Dit document is een tastbaar bewijs van de bureaucratische uitvoering van anti-Joodse maatregelen in bezet Nederland. Vanaf 1941 vaardigde de bezetter steeds strengere verordeningen uit die Joden verboden deel te nemen aan het openbare economische leven. Joodse marktkooplieden werden aanvankelijk beperkt in hun bewegingsvrijheid en uiteindelijk volledig van de reguliere markten verbannen. De notitie laat zien hoe ambtenaren op lokaal niveau deze discriminerende regels strikt handhaafden, waarbij iemands afkomst de enige doorslaggevende factor was voor het al dan niet verlenen van een werkvergunning.

Gerelateerde Documenten 6