Handgeschreven concept voor een aanmaningsbrief/circulaire.
Origineel
Handgeschreven concept voor een aanmaningsbrief/circulaire. 13 november 1941 [Bovenaan, handgeschreven aantekeningen:]
Aktebew.certi: II
[doorgestreept gedeelte]
[doorgestreept gedeelte]
A’dam, 13/11 1941
Aan ( zie lijst Hr. Jongbloed
behalve met X gemerkte)
Ten vervolge op mijn
brief van 14 October jl. no. 46A/22/7M
maak ik U erop opmerkzaam,
dat U tot nu toe in gebreke is gebleven,
het door U verschuldigde registratie-
recht over de periode van 1 Juni
tot en met 26 Augustus 1940 ad.
~~betalen~~ aan mijn dienst te
voldoen.
Ik dring er thans bij U op
aan onverwijld voor betaling
van vorenstaand bedrag zorg te
dragen.
[Onderaan in rode en zwarte inkt:]
46A/3/1 II
14/11/41 [initialen] Het betreft een concept voor een officiële aanmaning wegens een betalingsachterstand. De brief is gericht aan een groep personen die vermeld staan op een lijst van een zekere "Hr. Jongbloed" (waarschijnlijk een administratief medewerker), met uitzondering van degenen die met een 'X' zijn gemarkeerd.
De kern van de zaak is het niet betalen van verschuldigd registratierecht (een vorm van belasting op officiële documenten of transacties) over de periode van 1 juni tot en met 26 augustus 1940. De afzender refereert aan een eerdere brief van 14 oktober en sommeert de ontvangers nu met klem ("Ik dring er thans bij U op aan") om direct tot betaling over te gaan. De specifieke codering onderaan (46A/3/1) duidt op een systematische archivering of dossierregistratie binnen de betreffende overheidsdienst. Dit document is geschreven in november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel het land bezet was, bleef het Nederlandse ambtenarenapparaat grotendeels functioneren onder Duits toezicht. Belastingheffingen en administratieve procedures, zoals het innen van registratierechten, werden voortgezet om de staatskas (en daarmee indirect de bezettingsmacht) te financieren.
De genoemde periode (juni - augustus 1940) beslaat de eerste maanden direct na de Nederlandse capitulatie in mei 1940. Het feit dat er in november 1941 nog steeds aanmaningen werden verstuurd voor bedragen uit de zomer van 1940, wijst op de administratieve verwerkingstijd en de druk die de autoriteiten uitoefenden om alle openstaande vorderingen uit de vroege bezettingsperiode alsnog te innen. De vermelding "Aktebew.certi" bovenaan suggereert dat de kwestie mogelijk verband houdt met bewijscertificaten van akten of aandelen.