Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en stempel.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en stempel. 29 oktober 1941. J. Wynschenk, Ceintuurbaan 290, Amsterdam. Den Inspecteur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam. Amsterdam, 29 October 1941.
[handgeschreven: nu Insp]
J.Wynschenk.
Ceintuurbaan 290.
Amsterdam.
Den Inspecteur van het
Marktwezen.
Jan v. Galenstraat.
A m s t e r d a m .
[stempel: No 46A/54/1 M.1941 30/10]
Mynheer,
Gisteren telefoneerde myn schoondochter met U betreffende het voor my in aanmerking komen voor een toewyzing riviervis op de Gem. Afslag de Riuyterkade , Alhier.
U zeide toen dat wy ons met den Heer Stam aldaar in verbinding moesten stellen , hetwelk myn bediende S. Wynschenk, heden morgen deed.
Genoemde Heer Stam zei toen echter dat hy eerst van U een schriftelyk bewys moest hebben dat ik voor deze toewyzing eveneens in aanmerking kom , en verzoek U beleefd dit voor my in orde te willen maken, daar ik toch reeds jaren en jaren myn standplaats op de Albert Cuypstraat heb en voor een en ander toch ben ingeschreven.
Inmiddels verblyf ik,
Hoogachtend,
[handtekening: J Wynschenk]
[rechtsonder handgeschreven: WA] * Onderwerp: De brief is een formeel verzoek aan de Inspecteur van het Marktwezen voor een schriftelijke verklaring. Deze verklaring is nodig om in aanmerking te komen voor de toewijzing van riviervis bij de Gemeentelijke Visafslag aan de De Ruyterkade.
* Personen: De afzender is Jacob Wynschenk, een marktkoopman. Hij noemt zijn schoondochter en zijn "bediende" S. Wynschenk (waarschijnlijk zijn zoon Salomon). De heer Stam is de contactpersoon ter plaatse bij de afslag.
* Locaties: De brief koppelt drie iconische Amsterdamse locaties: de Ceintuurbaan (woonadres), de Jan van Galenstraat (kantoor Marktwezen) en de Albert Cuypstraat (werklocatie/markt).
* Taalgebruik: Het taalgebruik is uiterst beleefd en bureaucratisch, kenmerkend voor zakelijke correspondentie uit die tijd (bijv. "Inmiddels verblyf ik" als afsluiting). Opvallend is de typefout in de brief: "Riuyterkade" in plaats van De Ruyterkade. * Historische periode: De brief dateert van oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* Joodse marktkooplieden: De familie Wynschenk was een bekende Joodse familie in de Amsterdamse marktwereld. In 1941 werden de beperkingen voor Joodse burgers steeds strenger. Vanaf september 1941 mochten Joodse kooplieden alleen nog op specifieke "Joodse markten" staan of werden ze langzaam uit het economisch verkeer gedrukt.
* Betekenis: Deze brief toont de dagelijkse strijd van een Joodse ondernemer om zijn nering (de handel in vis op de Albert Cuypmarkt) te behouden in een tijd van toenemende uitsluiting en bureaucratische controle. De noodzaak voor "schriftelijke bewijzen" was vaak een voorbode van of onderdeel van de administratieve uitsluiting van Joden uit openbare ambten en handelsinstellingen. Uit archiefstukken (zoals van het Joods Monument) is bekend dat Jacob Wynschenk en veel van zijn familieleden de oorlog niet hebben overleefd; zij werden in de jaren hierna weggevoerd en vermoord in de vernietigingskampen. Dit document is daarmee een tastbaar overblijfsel van een leven dat kort daarna bruut werd afgebroken. De afzender is Jacob Wynschenk een marktkoopman. Hij noemt zijn schoondochter en zijn "bediende" S. Wynschenk (waarschijnlijk zijn zoon Salomon). De heer Stam is de contactpersoon ter plaatse bij de afslag.