Getypte brief met handgeschreven ondertekening.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven ondertekening. 5 november 1941. J. Wynschenk, Ceintuurbaan 290, Amsterdam. Amsterdam, 5 Nov. 1941.
J.Wynschenk.
Ceintuurbaan 290.
Amsterdam.
Den Heer S t a m .
Gem. Visafslag.
de Ruyterkade.
A m s t e r d a m .
------------------
Mynheer,
Nogmaals wil ik U langs deze weg verzoeken my in
aanmerking te laten komen voor de gebruikelyke toewyzing rivier
vis.
Ik kom zelf niet op de afslag , daar ik door zeer
slecht gezicht hiertoe niet in staat ben, doch heb van de
Inspecteur van het Marktwezen vergunning my te laten bystaan
door Sally Wynschenk, die ook op de afslag ten Uwent komt, en
het bewys daartoe in zyn bezit heeft.
Ik ben reeds sedert jaar en dag in de vishandel ,
had een vaste standplaats op de Albert Cuypstraat ( thans op de
Gaaspstraat) heb altyd in Ymuiden gekocht en op de Amsterdamse
visafslag , en meen derhalve wel ook thans voor bedoelde toewyzing
in aanmerking te komen.
Inmiddels verblyf ik, vertrouwende dat U aan myn
verzoek gevolg zult geven, U by voorbaat beleefd dankend,
Hoogachtend,
[Handtekening: J Wynschenk] In deze brief verzoekt de heer J. Wynschenk om een toewijzing van riviervis voor zijn vishandel. De brief bevat enkele cruciale biografische en zakelijke details:
- Beroep en ervaring: De schrijver geeft aan al "jaar en dag" in de vishandel werkzaam te zijn en altijd vis te hebben ingekocht in IJmuiden en Amsterdam.
- Beperking: Wynschenk meldt dat hij zeer slechtziend is, waardoor hij niet persoonlijk naar de visafslag kan komen. Hij heeft echter officiële toestemming van de Inspecteur van het Marktwezen om zich te laten bijstaan door Sally Wynschenk.
- Locatieverandering: De afzender merkt op dat hij zijn vaste standplaats op de Albert Cuypstraat heeft moeten verruilen voor de Gaaspstraat.
- Toon: De brief is formeel en beleefd, maar het woord "Nogmaals" in de eerste regel suggereert dat eerdere verzoeken mogelijk onbeantwoord zijn gebleven of zijn afgewezen. De brief dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De context is hierdoor zeer beladen:
- Anti-Joodse maatregelen: De namen "Wynschenk" en de verplaatsing van de marktstandplaats wijzen op de vervolging van Joodse Amsterdammers. Sinds september 1941 mochten Joden alleen nog handel drijven op speciaal aangewezen "Joodse markten". De Gaaspstraat (nabij het Weesperplein) was een van deze aangewezen locaties, nadat Joden van de Albert Cuypmarkt waren verdreven.
- Voedseldistributie: Tijdens de oorlog was de handel in levensmiddelen, waaronder vis, streng gereguleerd via een systeem van toewijzingen en vergunningen. Voor Joodse handelaren was het verkrijgen van deze toewijzingen vaak extra bemoeilijkt door discriminerende regels van de bezetter.
- Personen: J. Wynschenk is vermoedelijk Jacob Wynschenk (geboren 1888), die volgens oorlogsarchieven inderdaad op de Ceintuurbaan 290 woonde. Hij en zijn familieleden (waaronder mogelijk de genoemde Sally/Salomon) werden later in de oorlog gedeporteerd. Dit document is een tastbaar bewijs van de poging van een Joodse ondernemer om onder steeds restrictievere en mensonterende omstandigheden zijn brood te blijven verdienen. J. Wynschenk is vermoedelijk Jacob Wynschenk (geboren 1888) die volgens oorlogsarchieven inderdaad op de Ceintuurbaan 290 woonde. Hij en zijn familieleden (waaronder mogelijk de genoemde Sally/Salomon) werden later in de oorlog gedeporteerd. Dit document is een tastbaar bewijs van de poging van een Joodse ondernemer om onder steeds restrictievere en mensonterende omstandigheden zijn brood te blijven verdienen.