Archief 745
Inventaris 745-359
Pagina 456
Dossier 44
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven verzoekschrift (petitie).

December 1941 (tijdens de Duitse bezetting van Nederland).

Origineel

Handgeschreven verzoekschrift (petitie). December 1941 (tijdens de Duitse bezetting van Nederland). [Bovenaan in de marge geschreven:]
Tweeheren H. H. Afwijzen

[Hoofdtekst:]
Ondergetekenden verzoeken
beleefd om hun vistoewijzing
in de afslag Ruiterkade te
Amsterdam, daar hun deze
eerlijk toekomt. Wij zijn
respectievelijk 8 en 4 ½ jaar
in de vishandel, maar
kochten nooit persoonlijk, daar
we daar geen verstand van
hadden. We lieten de vis
meestal koopen door de gebrs.
Jansen, waarvan we ± 3
jaar versche vis uit IJmuiden
betrokken hebben.
Ook kocht Heintje Daane, slappe.
bijgenaamd Piet Vrees, en nog
vele anderen.
Hoopende dat de commissie
ons eerlijk behandelt, teeken
wij Hoogachtend.

P.C.J. Meeuwissen
J.H. Meeuwissen

[Linksonder stempel:]
№ 46A/100/1 M. 1941 13/12

[Rechterkant, ambtelijke aantekeningen:]
46A/100/2 M 17/12/41 #8
afwijzen
nimmer in
versche riviervisch
gehandeld
MD 16/12 '41 * Inhoud: De gebroeders Meeuwissen verzoeken om een officiële vergunning (vistoewijzing) om handel te mogen drijven op de Amsterdamse visafslag. Ze proberen hun rechtmatigheid aan te tonen door te wijzen op hun jarenlange ervaring (8 en 4,5 jaar) in de branche.
* Opvallende details: De aanvragers zijn opmerkelijk eerlijk over hun gebrek aan vakkennis wat betreft het fysiek inkopen van vis ("geen verstand van hadden"). Zij maakten gebruik van commissionairs of tussenpersonen zoals de gebroeders Jansen en Heintje Daane (alias "Piet Vrees"). De vermelding van deze bijnamen geeft een inkijkje in de informele cultuur van de toenmalige Amsterdamse vishandel.
* Besluitvorming: Het verzoek is afgewezen. Bovenaan staat met dikke letters "Afwijzen". De reden hiervoor is in de kantlijn genoteerd door een ambtenaar: de aanvragers zouden "nimmer in versche riviervisch" hebben gehandeld. Blijkbaar was de specifieke toewijzing die zij zochten voorbehouden aan handelaren met ervaring in riviervis, of werd hun indirecte manier van inkopen als onvoldoende bewijs van vakmanschap gezien. Dit document is een typisch voorbeeld van de bureaucratische regulering tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1940 werd de handel in levensmiddelen in Nederland strak aan banden gelegd door de bezetter om de distributie te controleren en schaarste te beheersen. Handelaren moesten over de juiste papieren en toewijzingen beschikken, verstrekt door organen zoals het Rijksbureau voor de Visscherij. De De Ruijterkade was destijds de centrale plek voor de visaanvoer in Amsterdam. De strikte afwijzing op basis van een specifiek type vis (riviervis versus de door hen genoemde zeevis uit IJmuiden) illustreert hoe gedetailleerd en onverbiddelijk de ambtelijke molen in deze periode werkte.

Samenvatting

  • Inhoud: De gebroeders Meeuwissen verzoeken om een officiële vergunning (vistoewijzing) om handel te mogen drijven op de Amsterdamse visafslag. Ze proberen hun rechtmatigheid aan te tonen door te wijzen op hun jarenlange ervaring (8 en 4,5 jaar) in de branche.
  • Opvallende details: De aanvragers zijn opmerkelijk eerlijk over hun gebrek aan vakkennis wat betreft het fysiek inkopen van vis ("geen verstand van hadden"). Zij maakten gebruik van commissionairs of tussenpersonen zoals de gebroeders Jansen en Heintje Daane (alias "Piet Vrees"). De vermelding van deze bijnamen geeft een inkijkje in de informele cultuur van de toenmalige Amsterdamse vishandel.
  • Besluitvorming: Het verzoek is afgewezen. Bovenaan staat met dikke letters "Afwijzen". De reden hiervoor is in de kantlijn genoteerd door een ambtenaar: de aanvragers zouden "nimmer in versche riviervisch" hebben gehandeld. Blijkbaar was de specifieke toewijzing die zij zochten voorbehouden aan handelaren met ervaring in riviervis, of werd hun indirecte manier van inkopen als onvoldoende bewijs van vakmanschap gezien.

Historische Context

Dit document is een typisch voorbeeld van de bureaucratische regulering tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1940 werd de handel in levensmiddelen in Nederland strak aan banden gelegd door de bezetter om de distributie te controleren en schaarste te beheersen. Handelaren moesten over de juiste papieren en toewijzingen beschikken, verstrekt door organen zoals het Rijksbureau voor de Visscherij. De De Ruijterkade was destijds de centrale plek voor de visaanvoer in Amsterdam. De strikte afwijzing op basis van een specifiek type vis (riviervis versus de door hen genoemde zeevis uit IJmuiden) illustreert hoe gedetailleerd en onverbiddelijk de ambtelijke molen in deze periode werkte.

Gerelateerde Documenten 3