Handgeschreven brief op gelinieerd papier (mogelijk uit een notitieblok gescheurd).
Origineel
Handgeschreven brief op gelinieerd papier (mogelijk uit een notitieblok gescheurd). 12 november 1941. J.M.V. Meurs, Sumatrastraat 179 III, Amsterdam (Oost). Het Kaartenkantoor, Amsterdam. 12. Nov. 1941.
niet h. Moens [?]
Aan het Kaartenkantoor
Mijnheer (en) hierbij stuur
ik mijn marktkkaart,
opdat ik bij dien groenten-
baas vandaan ben,
ik had de kaart wel
eerder gestuurd, maar
ik heb tot nu toe nog
geen tijd gehad. Maar als
u zo vriendelijk wil zijn
om hem te bewaren,
want ik kom waarschijnlijk
weer gauw in de groenten
terug bij een andere baas.
Bij Voorbaat dank.
J.M.V. Meurs.
Sumatrastraat 179 III
A’dam (O.)
[Linker marge, handgeschreven:]
l. krt afgeleverd
op 17/11 - ’41
[Initialen WB]
[Onderaan, stempels en nummers:]
№ 53 / 95 / 1 M. 1941 14/11
53 In deze korte brief meldt J.M.V. Meurs zich bij het Amsterdamsche Kaartenkantoor. De schrijver stuurt zijn of haar "marktkaart" terug omdat de werkrelatie met een specifieke "groentenbaas" (werkgever in de groentehandel) is beëindigd. De afzender verzoekt het kantoor expliciet om de kaart te bewaren, aangezien de verwachting is dat er spoedig een nieuwe aanstelling bij een andere werkgever in dezelfde sector zal volgen.
De brief getuigt van de administratieve last die de Tweede Wereldoorlog met zich meebracht voor de gewone burger. De toon is beleefd doch zakelijk ("Bij Voorbaat dank"). De schrijfstijl is eenvoudig en direct, wat duidt op een arbeidersachtergrond. De ambtelijke aantekeningen in de marge en de stempels onderaan tonen de efficiëntie van de toenmalige bureaucratie: de brief van de 12e werd op de 14e gestempeld en de kaart werd op de 17e november administratief verwerkt ("afgeleverd"). Het document dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de arbeidsmarkt en de voedselvoorziening streng gereguleerd. Een "marktkaart" was een officieel bewijs of vergunning die nodig was om werkzaam te mogen zijn op de markten of in de distributie van levensmiddelen.
Zonder geldige kaart kon men niet legaal werken. Het inleveren en bewaren van deze kaarten was essentieel voor de controle op de werkgelegenheid door de bezetter en de Nederlandse instanties (zoals de distributiediensten). De Sumatrastraat in Amsterdam-Oost was destijds een typische volksbuurt waar veel mensen woonden die werkzaam waren in de handel en transport, sectoren die onder strikt toezicht van het Kaartenkantoor stonden. J.M.V. Meurs