Proces-verbaal / Getuigenverklaring (onderdeel van een dossier).
Origineel
Proces-verbaal / Getuigenverklaring (onderdeel van een dossier). 3 april 1941. -2-
een kist met rabarber bevond, doch bleek hem, dat hij niets vermiste. Waar de door mij, verbalisant, inbeslaggenomen kist rabarber van dezelfde veiling afkomstig bleek te zijn als degene, welke zich op de handkar van Tabak bevond, achtte Tabak het niet onmogelijk, dat Cornelis de Vries bij den grossier Van der Valk, waar Tabak één kist rabarber had gekocht, twee kisten had weggenomen. Voorts verklaarde Tabak mij nog, dat hij door verschillende personen reeds eerder was gewaarschuwd voor de handelingen van Cornelis de Vries, doch tot nu toe nog niets bijzonders had bemerkt.
Nadat ik, verbalisant, Tabak had gehoord, verscheen bij de besproken handkar Cornelis de Vries, die mij omtrent de door mij inbeslaggenomen kist rabarber het volgende verklaarde: "Hedenmorgen omstreeks 9 uur bevond ik mij op pier A van de Centrale Markt alwaar ik voor mijn baas Gerrit Tabak, bij verschillende grossiers groenten moest laden, toen mijn vader, koopman Herke de Vries, met een kist rabarber naar mij toekwam en mij verzocht om deze voor hem mede te willen nemen, aangezien hij geen handkar bij zich had. Ik heb toen de kist met rabarber van hem aangenomen en op de handkar van mijn baas gezet. Toen ik even later mijn vader toch net zijn handkar op pier A zag rijden, heb ik de kist met rabarber weer van mijn baas zijn handkar afgenomen en zoolang op de verkoopplaats van het pakhuis A 1 neergezet, terwijl ik aan mijn vader zeide, dat hij de kist daar vandaan kon halen en zelf meenemen, hetgeen hij dan blijkbaar ook heeft gedaan. Op welke wijze mijn vader in het bezit was gekomen van de kist met rabarber weet ik niet, maar vermoed, dat hij hem ergens op de Centrale Markt bij een grossier had gekocht. Waar de verklaring van Cornelis de Vries niet overeenstemde met die van Herke de Vries, heb ik eerstgenoemde eveneens aangehouden en overgebracht /in naar het Kaartenbureau van de Centrale Markt, alwaar ik /zijn tegenwoordigheid nogmaals Herke de Vries hoorde. Ten aanzien van de besproken kist rabarber herhaalde deze toen zijn reeds eerder afgelegde verklaring. Vervolgens hoorde ik nogmaals Cornelis de Vries, die nu zijn verklaring herriep en mij thans het volgende verklaarde: "Hedenmorgen moest ik voor mijn baas, Gerrit Tabak, bij den grossier Jan van der Valk, welke gevestigd is op pier A van de Centrale Markt, een partij groenten laden, waaronder één kist rabarber. Op het moment, dat ik hiermede bij Van der Valk bezig was, had deze het blijkbaar erg druk en heb ik kans gezien om, zonder dat dit door Van der Valk werd opgemerkt, in plaats van één, twee kisten rabarber weg te nemen. Om deze kist met rabarber van de Centrale Markt weg te krijgen, heb ik deze, nadat ik hem eerst op de handkar van mijn baas geladen had, daar weer vanaf genomen en op de verkoopplaats van pakhuis A 1 neergezet. Terwijl ik mij eenige oogenblikken later weer bij de handkar van mijn baas bevond, verscheen daar ook mijn vader en verzocht ik hem de kist met rabarber van de genoemde verkoopplaats weg te nemen en voor mij mede te nemen, hetgeen hij blijkbaar dan ook heeft gedaan. Ik had de kist met rabarber weggenomen om te probeeren deze buiten de Centrale Markt aan een ander te verkoopen en het geld, dat ik hiervoor zou ontvangen voor mijzelf te behouden. De kist met rabarber, welke U mij vertoont (ik, verbalisant, vertoon aan Cornelis de Vries de door mij inbeslaggenomen kist met rabarber) herken ik als soortgelijk, welke ik heb weggenomen bij Van der Valk. Ik had van Van der Valk geen toestemming verkregen deze weg te nemen, noch daar op andere wijze over te beschikken. Het is thans de eerste maal, dat ik mij aan een strafbaar feit schuldig maak en ben nog nimmer met de Justitie in aanraking geweest."
Vervolgens hoorde ik, verbalisant, op 3 April 1941 den mij bekenden Jan van der Valk, oud 32 jaar, grossier in groenten, gevestigd Centrale Markt A 10, wonende Smitstraat 42 te Rijnsburg (Z.H.), die mij, nadat ik hem van het hiervoren genoemde geval in kennis had gesteld, aangifte deed en als volgt verklaarde: "Den persoon, die U mij vertoont (ik, verbalisant, vertoon aan Van der Valk, Cornelis de Vries) heeft hedenmorgen bij mij, voor zijn baas Gerrit Tabak, een partij groenten geladen, waaronder één kist rabarber. Zooals U mij thans mededeelt, heeft hij toen niet één kist, maar twee kisten weggenomen, waartoe hij de gelegenheid zou hebben gehad, doordat het op dit moment in mijn pakhuis zeer druk was. Ik had aan dezen persoon geen toestemming gegeven om, behoudens de partij groenten voor Tabak, nog een kist met rabarber weg te nemen of daar op andere wijze over te beschikken. De kist met rabarber, welke U mij vertoont (ik, verbalisant, vertoon aan Van der Valk de door mij inbeslaggenomen kist met rabarber), herken ik niet alleen aan het veilingmerk "Barendrecht", doch bovendien aan de papierverpakking, welke zich daarin bevindt, als afkomstig van een partij, welke hedenmorgen alleen door mij aan de Centrale Markt is aangevoerd. Deze partij, bestaande uit 41 kisten, heb ik namelijk gisteren in zijn geheel gekocht aan de groentenveiling te Barendrecht. Zou een en ander door U niet zijn * Inhoud: Het document beschrijft de ondervraging van Cornelis de Vries die ervan wordt verdacht een extra kist rabarber te hebben ontvreemd bij grossier Van der Valk op de Centrale Markt. De verdachte probeert aanvankelijk de schuld bij zijn vader te leggen, maar na een confrontatie legt hij een volledige bekentenis af. Hij wilde de rabarber buiten de markt verkopen voor eigen gewin.
* Juridische context: Het betreft een proces-verbaal van verhoor en aangifte. De "verbalisant" (de politieagent of marktmeester) treedt op als verslaglegger. Er wordt expliciet vermeld dat de verdachte nog niet eerder met justitie in aanraking is geweest.
* Bewijsvoering: De kist wordt geïdentificeerd aan de hand van het veilingmerk "Barendrecht" en de specifieke papierverpakking binnenin de kist.
* Taalgebruik: Formeel, juridisch Nederlands met verouderde spelling ("hedenmorgen", "zoolang", "den grossier"). Dit document stamt uit april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel het hier om een "gewone" diefstal lijkt te gaan, was de Centrale Markt in Amsterdam in die tijd een cruciale plek voor de voedselvoorziening. Vanwege de toenemende schaarste en het distributiesysteem werden diefstallen van voedsel hoog opgenomen. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was het logistieke hart voor groenten en fruit in de regio. Het feit dat de verdachte de kist "buiten de Centrale Markt" wilde verkopen, duidt mogelijk op handel op de zwarte markt, die in 1941 sterk in opkomst was.