Proces-verbaal (pagina 3).
Origineel
Proces-verbaal (pagina 3). 10 april 1941. -3-
opgemerkt en het dezen persoon zijn gelukt zijn plan te volvoeren, dan was ik
hierdoor benadeeld voor een bedrag van ƒ 6,-. Indien hiertoe termen aanwezig
verzoek ik U tegen dezen persoon een strafrechtelijke vervolging in te stellen.
Na voorlezing volhard ik bij deze verklaring en teeken haar met U’.
[Handtekening: J v d Valk] [Handtekening verbalisant: Selthuis?]
De 25 bos rabarber, welke zich in genoemde kist bevond, heb ik, verbali-
sant, weer aan Van der Valk teruggegeven, doch de kist inbeslag gehouden. Deze
kist zal door mij op wettige wijze worden gedeponeerd aan de Griffie van de
Arrondissements Rechtbank te Amsterdam.
Dat Herke de Vries zich in het hiervoor genoemde geval aan medeplichtig-
heid heeft schuldig gemaakt, meen ik, verbalisant, zoowel uit de reeds gemelde
feiten en zijn verklaring omtrent de herkomst en bestemming van de kist rabarber,
als uit de navolgende omstandigheden te mogen concludeeren. Herke de Vries heeft
namelijk de kar van Tabak gezien, terwijl deze al geladen was en zich dus kun-
nen overtuigen, dat deze niet zóó vol was, dat de kist met rabarber daar niet
meer op had gekund. Voorts, dat hij de besproken kist met rabarber dan direct
van zijn zoon in ontvangst had kunnen nemen in plaats van deze van verkoopplaats
A 1 weg te nemen. Ten slotte zij nog vermeld, dat door den marktopzichter Buen-
ting reeds twee maal proces-verbaal is opgemaakt tegen Herke de Vries, verdacht
van diefstal van twee kistjes lof en verdacht van diefstal van een zak aard-
appelen, respectievelijk gepleegd op 19 Juni 1936 en op 1 Februari 1937 eveneens
op de Centrale Markt te Amsterdam.
Na voorloopig door mij te zijn gehoord heb ik Herke de Vries en Cornelis
de Vries weer heengezonden.
En heb ik hiervan dit proces-verbaal op den door mij afgelegden ambtseed
opgemaakt, geteekend en gesloten te Amsterdam, 10 April 1941.
De Ambtenaar van het Marktwezen,
[Handtekening: Selthuis?]
De Commissaris Dit document is de afsluitende pagina van een proces-verbaal, opgesteld door een ambtenaar van het Amsterdamse Marktwezen. De kern van de zaak betreft een incident met een kist rabarber ter waarde van 6 gulden. De ambtenaar beargumenteert waarom Herke de Vries als medeplichtige moet worden beschouwd.
Opvallende juridische elementen zijn:
* Bewijsvoering: De verbalisant baseert zijn vermoeden op de onlogische handelwijze van de verdachte (het niet direct aannemen van goederen van zijn zoon) en de fysieke onmogelijkheid van zijn verklaring over de kar van 'Tabak'.
* Recidive: Er wordt expliciet verwezen naar eerdere vergrijpen van de verdachte in 1936 en 1937 (diefstal van lof en aardappelen), wat dient om de betrouwbaarheid van de verdachte te ondermijnen.
* Procedure: De goederen (rabarber) zijn geretourneerd aan de eigenaar, maar de kist wordt als corpus delicti (bewijsstuk) overgedragen aan de rechtbank. Het document is gedateerd op 10 april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het een reguliere politiezaak over marktdiefstal lijkt, vond dit plaats in een tijd van toenemende schaarste en distributiemaatregelen. De Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Food Center lokatie in West) was de spil in de voedselvoorziening van de stad. Diefstal van levensmiddelen werd in deze periode, vanwege de oorlogsomstandigheden en opkomende zwarte handel, vaak strenger beoordeeld dan in vredestijd. De genoemde bedragen (ƒ 6,-) vertegenwoordigden destijds een aanzienlijke waarde voor een dagloon-arbeider.