Ambtelijke brief/memorandum
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum 9 april 1941 Directeur van de Centrale Markt (vermoedelijk) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam D/HG.
Extra [in blauw potlood/inkt]
77/10/5 M.
1
9 April 1941.
Straf kooper H.de Vries
en zijn zoon C.de Vries
Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift
te doen toekomen van een op 3 April jl. door den contrö-
leur B.Felthuis van mijn dienst opgemaakt rapport, waar-
uit blijkt, dat C.de Vries, Orteliusstraat 94 p/a J.Hees,
wien als personeel van den kooper G.Tabak toegang tot de
Centrale Markt is verleend, zich aldaar schuldig heeft
gemaakt aan diefstal van een kist rabarber ten nadeele
van den grossier Van der Valk. Zijn vader, H.de Vries,
Jacob van Lennepkade 416 III, wien als kooper (vaste
wijklooper) toegang tot de Centrale Markt is verleend,
heeft zich daarbij aan medeplichtigheid schuldig gemaakt.
Terzake van dit feit is tegen beide personen proces-
verbaal opgemaakt, terwijl ik heb, ingevolge het bepaalde
in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale
Markt, heb gestraft met ontneming van het recht van toe-
gang tot die markt voor den tijd van 14 dagen, namelijk
van 5 tot en met 18 April 1941.
De kooper H.de Vries heeft zich meermalen op de
Centrale Markt aan diefstal schuldig gemaakt. Bij Besluit
van Burgemeester en Wethouders d.d. 14 Februari 1936 No.
48/1 L.M.1936 werd hem het recht van toegang tot die
markt ontnomen. Ik moge U terzake ook verwijzen naar mijn
desbetreffend voorstel d.d. 4 Februari 1936 No.77/4/2 M.,
waaruit blijkt, dat H.de Vries zich toen tezamen met een
van zijn zoons namelijk J.de Vries aan diefstal schuldig
heeft gemaakt.
Op verzoek van den Directeur voor Maatschappe-
lijken Steun werd aan H.de Vries voornoemd met ingang van
1 Februari 1937 opnieuw toegang tot de Centrale Markt ver-
leend onder bepaling, dat hem dat recht weder zou worden
ontnomen, indien hij zich vóór 1 Februari 1939 wederom
aan diefstal zou schuldig maken (vide Besluit van Burge-
meester en Wethouders d.d. 29 Januari 1937 No.48/1 L.M.
1936). Dit document betreft een rapportage over een disciplinaire maatregel tegen een marktkoopman (H. de Vries) en diens zoon (C. de Vries). De kern van de zaak is de diefstal van een kist rabarber van de grossier Van der Valk op de Centrale Markt in Amsterdam.
Belangrijke elementen uit de tekst:
* Recidive: De vader, H. de Vries, wordt omschreven als een notoire dief. Hij was al in 1936 verbannen van de markt voor een soortgelijk vergrijp (toen gepleegd met een andere zoon, J. de Vries).
* Sociale context: Uit de laatste alinea blijkt dat H. de Vries in 1937 bij wijze van gratie weer werd toegelaten op verzoek van de 'Directeur voor Maatschappelijken Steun'. Dit duidt erop dat zijn werk als wijklooper cruciaal was voor de financiële overleving van zijn gezin.
* Strafmaat: Ondanks zijn verleden krijgt hij nu slechts een ontzegging van 14 dagen (5 t/m 18 april 1941). Dit lijkt relatief mild gezien zijn geschiedenis van diefstal en de eerdere waarschuwingen.
* Locaties: Genoemde adressen zijn de Orteliusstraat 94 en de Jacob van Lennepkade 416 III in Amsterdam. Historische context:
Het document dateert van 9 april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening al strikt gereguleerd en was diefstal van levensmiddelen een ernstig vergrijp. De Centrale Markt (tegenwoordig Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was het kloppende hart van de voedseldistributie in de stad.
De Centrale Markt:
De markt werkte met een streng vergunningenstelsel. Alleen erkende kopers, grossiers en hun personeel hadden toegang. Artikel 35 van het marktreglement gaf de directie de bevoegdheid om bij wangedrag of misdrijven de toegang te ontzeggen.
Wijklooper:
Een 'wijklooper' was een straatverkoper die met een handkar of hondenkar door de wijken trok om groenten en fruit te verkopen. Zij kochten hun waar vroeg in de ochtend in op de Centrale Markt. De diefstal van een kist rabarber was voor een dergelijke kleine ondernemer een aanzienlijke buit, maar ook een groot risico voor zijn vergunning.