Archief 745
Inventaris 745-363
Pagina 493
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Doorslag van een getypte brief (pagina 2).

9 april 1941. Van: De Directeur van het Marktwezen (Amsterdam).

Origineel

Doorslag van een getypte brief (pagina 2). 9 april 1941. De Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Bladzijde no.2 van brief No.77/10/5 M. d.d. 9 April 1941 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.

Desondanks maakte H.de Vries zich op 19 Juni 1937 opnieuw aan diefstal op de Centrale Markt van een zak aardappelen schuldig. Ik stelde derhalve op 25 Juni 1937 onder No.77/40/3 M. voor hen thans voorgoed den toegang tot de markt te ontzeggen. De toenmalige Wethouder voor de Levensmiddelen heeft den man toen persoonlijk over zijn gedragingen onderhouden, reden waarom geen verdere strafmaatregelen tegen hem werden genomen.

Uit het thans overgelegde rapport van den contrôleur blijkt, dat H.de Vries opnieuw bij een diefstal, waaraan nu weer een anderen zoon van hem zich heeft schuldig gemaakt, is betrokken. Gezien zijn ongunstig verleden en gelet op het feit, dat de aanwezigheid van De Vries op de Centrale Markt een doorloopend gevaar beteekent voor de op die markt opgeslagen goederen, ben ik van meening, dat hem thans definitief en voorgoed het recht van toegang tot de Centrale Markt moet worden ontzegd. Ook zijn zoon moet naar mijn meening van de markt worden geweerd.

Ik heb mitsdien de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat C. en H.de Vries voornoemd, in aansluiting op mijn straf, overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van artikel 35 van het Reglement op de Centrale/ Markt door den Regeeringscommissaris voor Amsterdam worden gestraft met ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt, voorgoed, zulks met ingang van 19 April 1941.

De Directeur,

[Marge linksonder:] /Markt De tekst betreft een ambtelijk verzoek om een permanente marktontzegging voor een zekere H. de Vries en zijn zoon C. de Vries. Uit de brief blijkt dat H. de Vries een recidivist is: hij werd in 1937 al betrapt op het stelen van een zak aardappelen, maar kwam toen weg met een vermaning van de wethouder. In april 1941 is hij echter opnieuw betrokken geraakt bij een diefstal, ditmaal samen met zijn zoon.

De directeur van het Marktwezen voert aan dat de aanwezigheid van De Vries een "doorloopend gevaar" vormt voor de voorraden. Er wordt juridische grondslag gezocht in artikel 35 van het Reglement op de Centrale Markt. Opvallend is de procedurele weg: de straf moet bekrachtigd worden door de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". Het document is gedateerd op 9 april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en de controle op de distributie van levensmiddelen van cruciaal belang. Diefstal op de Centrale Markt werd in deze context extra zwaar opgenomen, omdat het de rantsoenering en de officiële distributieketen ondermijnde.

De vermelding van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is historisch significant. In maart 1941, kort na de Februaristaking, had de Duitse bezetter de Amsterdamse gemeenteraad en wethouders buiten spel gezet. Edward Voute was aangesteld als regeringscommissaris (en later burgemeester) om het bestuur van de stad strakker te controleren volgens de wensen van de bezetter. De brief weerspiegelt de overgangssituatie waarin ambtenaren nog correspondeerden met "de wethouder", maar de uiteindelijke strafbevoegdheid bij de door de nazi's aangestelde commissaris lag.

Samenvatting

De tekst betreft een ambtelijk verzoek om een permanente marktontzegging voor een zekere H. de Vries en zijn zoon C. de Vries. Uit de brief blijkt dat H. de Vries een recidivist is: hij werd in 1937 al betrapt op het stelen van een zak aardappelen, maar kwam toen weg met een vermaning van de wethouder. In april 1941 is hij echter opnieuw betrokken geraakt bij een diefstal, ditmaal samen met zijn zoon.

De directeur van het Marktwezen voert aan dat de aanwezigheid van De Vries een "doorloopend gevaar" vormt voor de voorraden. Er wordt juridische grondslag gezocht in artikel 35 van het Reglement op de Centrale Markt. Opvallend is de procedurele weg: de straf moet bekrachtigd worden door de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam".

Historische Context

Het document is gedateerd op 9 april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en de controle op de distributie van levensmiddelen van cruciaal belang. Diefstal op de Centrale Markt werd in deze context extra zwaar opgenomen, omdat het de rantsoenering en de officiële distributieketen ondermijnde.

De vermelding van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is historisch significant. In maart 1941, kort na de Februaristaking, had de Duitse bezetter de Amsterdamse gemeenteraad en wethouders buiten spel gezet. Edward Voute was aangesteld als regeringscommissaris (en later burgemeester) om het bestuur van de stad strakker te controleren volgens de wensen van de bezetter. De brief weerspiegelt de overgangssituatie waarin ambtenaren nog correspondeerden met "de wethouder", maar de uiteindelijke strafbevoegdheid bij de door de nazi's aangestelde commissaris lag.

Kooplieden in dit dossier 100

B. v.d. Burg aardappelen
Brandstoffen en/of Petroleum 79
C. Markt appels
J. Renz. 366
J. Renz. +67
C. Keyzer fruit
C. Kuiper rapen
C. van Klaveren aardappel.
A.L.J. van Staveren roode kool
K.N.S.M. Loods led. kisten
F. v.d. Berg aardappelen
N. Gem kolen
G. Kramer rapen
G. Kramer rapen
G. v. d. Wal aardappelen
G. v. d. Wal rapen
Haring, zuurwaren etc. 139
H. Bak Waterlooplein wortelen
Alle 100 kooplieden →