Handgeschreven verzoekschrift/briefkaart.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift/briefkaart. S. Heijmans (gebaseerd op signatuur). Onbekende functionaris (geadresseerd als "Mijnheer"), vermoedelijk van de marktmeester of een gemeentelijke instantie belast met marktplaatsen. a'dam 17/11 '41
Mijnheer,
Daar ik heb ingeschreven voor
een standplaats op de Joodsche markt
op het Waterlooplein, had ik gaarne,
dat U dit voor mij veranderde in een
plaats op de markt in de Gaaspstraat.
Hopend, dat U mij hiermee terwille
kunt zijn, teeken ik, U beleefd dan-
kend voor de te nemen moeite.
S Heijmans
№ 103/21/1 M. 1941 Het document is een beleefd, formeel verzoek van een individu aan een autoriteit. De schrijver verzoekt om een wijziging van een toegewezen standplaats op de "Joodsche markt" van het Waterlooplein naar de markt in de Gaaspstraat. De toon is onderdanig en correct, passend bij de formele correspondentie met overheidsinstanties in die tijd. Het handschrift is een vlot, leesbaar lopend schrift. De aanwezigheid van een referentienummer onderaan duidt erop dat dit document deel uitmaakte van een officieel administratief proces of dossier. Dit document dateert uit november 1941, een cruciale periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In 1941 voerden de nazi-bezetters steeds restrictievere maatregelen in tegen de Joodse bevolking. Een van deze maatregelen was de segregatie van het economische leven: Joden mochten op termijn alleen nog handelen op specifiek daarvoor aangewezen "Joodse markten".
In Amsterdam werden dergelijke markten ingesteld op locaties met een grote Joodse populatie. De markt op het Waterlooplein (in de oude Jodenbuurt) was de bekendste, maar ook in de Rivierenbuurt werd op 3 november 1941 een markt geopend in de Gaaspstraat. Het verzoek van S. Heijmans om overgeplaatst te worden naar de Gaaspstraat is waarschijnlijk ingegeven door persoonlijke logistiek; veel Joodse Amsterdammers waren in de jaren dertig naar de nieuwbouw in Zuid (waaronder de Rivierenbuurt) getrokken. Dit korte briefje is een tastbaar overblijfsel van de manier waarop de anti-Joodse maatregelen diep ingrepen in het dagelijks leven en de broodwinning van individuen. S. Heijmans