Archiefdocument
Origineel
[Handgeschreven, onleesbaar/handtekening?]
[Handgeschreven in potlood:] Verzonden 21/11
VD/HG.
den Heer H. Northoef,
Nwe. Jonkerstraat 10 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 1.
103/20/2 N. 20 November 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 7 dezer deel ik U mede,
dat aan het daarin vervatte verzoek niet kan worden voldaan.
Ik ben echter bereid U een voorkeurskaart voor de hulpmarkt
Gaaspstraat te verstrekken, indien U ten spoedigste een doktersver-
klaring overlegt, waaruit blijkt, dat U niet in staat is de markt
te bezoeken. Zoodra U dan hersteld bent, kunt U voor een plaats op
de Gaaspstraat in aanmerking komen.
De Directeur, * Onderwerp: De brief betreft de toewijzing van een 'voorkeurskaart' voor een specifieke markt (Gaaspstraat) op basis van medische noodzaak.
* Partijen: De brief is gericht aan H. Northoef door een directeur van een Amsterdamse overheidsinstantie (vermoedelijk de Marktwezen-afdeling).
* Kernboodschap: Een eerder verzoek is afgewezen, maar er wordt een alternatief geboden: een plek op de hulpmarkt in de Gaaspstraat, mits er een doktersverklaring wordt overlegd die aantoont dat de betrokkene de reguliere markt niet kan bezoeken.
* Taalgebruik: Formeel, ambtelijk Nederlands met de kenmerkende spelling van die tijd (bijv. "zoodra", "mededeelen" impliciet in "mede"). Dit document stamt uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden de bewegingsvrijheid en de toegang tot goederen voor burgers steeds strenger gereguleerd.
De locatie Gaaspstraat is historisch significant: vanaf eind 1941 werden er in Amsterdam specifieke markten aangewezen voor Joodse burgers als onderdeel van de segregatiemaatregelen door de bezetter. De Gaaspstraatmarkt was een van deze 'Joodse markten'. Gezien de datering en het adres van de ontvanger (Nieuwe Jonkerstraat, destijds gelegen in een buurt met veel Joodse inwoners), is het zeer aannemelijk dat deze correspondentie plaatsvond binnen het kader van de toenemende beperkingen voor de Joodse bevolking in Amsterdam. Het aanvragen van een 'voorkeurskaart' was een administratieve noodzaak om onder specifieke condities toegang te krijgen tot distributie of specifieke markten.