Archiefdocument
Origineel
December 1940 (getekend), 6 december 1940 (gezien) Titelblok (rechtsonder):
ZUIDERZEEWERKEN ——— ZUIDELIJKE POLDERS
SAMENSTELLING VAN DE BOUWVOOR.
SCHAAL 1:200 000. BIJLAGE 2
GET. DEC. '40 [onleesbaar initiaal, mogelijk K.]
DAT K.
GEZ. [onleesbaar initiaal, mogelijk M. of J.]
DAT 6.-12.-'40
REG. No. 4021 FORM. A 2 KAART.
Legenda (rechtsmidden):
VERKLARING
[arcering horizontale lijnen]: ZWARE ZAVEL
[arcering verticale lijnen]: LICHTE ZAVEL
[arcering diagonale lijnen]: KLEIHOUDEND ZAND
[stippelpatroon]: KLEIARM ZAND
DIEPTEN IN dm. BENEDEN N.A.P.
Topografische aanduidingen (van noord naar zuid, westelijk naar oostelijk):
* ENKHUIZEN I.H.K.
* BOVENKARSPEL I.R.K.
* VENHUIZEN H.K.
* HOORN II.H.K.
* SCHELLINKHOUT H.K.
* NOORDOOSTELIJKE POLDER.
* URK
* SCHARDAM H.K.
* EDAM I.
* VOLENDAM I. R.C.K
* MONNICKENDAM I.H.K.
* RANSDORP ——— H.K.
* MUIDERBERG H.K.
* NAARDEN H.K.
* HUIZEN H.K.
* SPAKENBURG G.K.
* HARDERWIJK I.H.K.
* ELBURG I.H.K.
* KAMPERNIEUWSTAD H.K.
* KAMPEN II H.K.
* VOLLENHOVE H.K.
Coördinaten en cijfers:
* Horizontale as (X): -30 000, -20 000, -10 000, 0, 10 000, 20 000, 30 000, 40 000.
* Verticale as (Y): 0 000, 20 000, 30 000, 40 000, 50 000, 60 000.
* Diverse getallen in de kaart duiden dieptes aan in decimeters onder N.A.P. (bijv. 40, 50, 20). Deze kaart is een cartografische weergave van de bodemgesteldheid van de gebieden die later de polders Oostelijk en Zuidelijk Flevoland zouden vormen. De term "bouwvoor" verwijst naar de bovenste laag van de bodem die geschikt is voor landbouw.
De kaart onderscheidt vijf verschillende grondsoorten middels specifieke arceerpatronen: klei, zware zavel, lichte zavel, kleihoudend zand en kleiarm zand. Dit type onderzoek was cruciaal voor de Dienst der Zuiderzeewerken om de toekomstige agrarische waarde van de polders te bepalen en om de inrichting (zoals de locaties van dorpen en de drainage) te plannen.
Opvallend is dat de Noordoostpolder (bovenaan de kaart) al als een afgebakende eenheid wordt weergegeven. In 1940 was de Noordoostpolder namelijk al in aanleg; deze viel in 1942 officieel droog. De kustplaatsen rondom het IJsselmeer dienen als referentiepunten voor de oriëntatie. Het gebruikte coördinatensysteem is waarschijnlijk een lokale variant die specifiek door de Dienst der Zuiderzeewerken werd gehanteerd. De kaart dateert van december 1940, een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de oorlogssituatie gingen de voorbereidingen en de planning voor de verdere uitvoering van de Zuiderzeewerken door. De plannen voor de "Zuidelijke Polders" stonden op dat moment nog in de onderzoeksfase.
De kennis over de bodemgesteldheid was van strategisch belang voor de voedselvoorziening in de toekomst. De zware klei- en zavelgebieden (centraal en oostelijk op de kaart) waren uiterst vruchtbaar, terwijl de zanderige randen minder geschikt waren voor akkerbouw. Dit document vormt een essentieel onderdeel van de technische geschiedenis van de Nederlandse landwinning en waterbouwkunde in de 20e eeuw.