Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 66
Dossier 92
Jaar 1941
Stadsarchief

Verslag/Notulen (pagina 5).

Origineel

Verslag/Notulen (pagina 5). -5-

De VOORZITTER acht het van belang, om in het uit te brengen rapport ook de aandacht te vestigen op het tot ontwikkeling brengen van de fruitteelt in den nieuwen polder. Intusschen zullen dan voor deze teelt voorbereidende maatregelen dienen te worden getroffen.
Spreker brengt daarna in discussie "De behoeften van het poldergebied".
De heer KEY merkt op, dat degene, die het landbouwbedryf het eerst van de noodige behoeften kan voorzien, de meeste kans maakt, dit afzetgebied te behouden, zoodat het voor den Amsterdamschen handel van veel belang zal zyn, dat de verbindingswegen zoo spoedig mogelyk gereed komen.
De heer INCKEL zegt, dat een boerdery aan landbouwgereedschappen voor circa f.150.- per ha noodig heeft. Daar de Z.polders een oppervlakte zullen beslaan van ongeveer 150000 ha, zou hier dus voor ruim 20 millioen gulden aan landbouwwerktuigen noodig zyn; gemiddeld is de levensduur der werktuigen 6 jaar, dus jaarlyks zal meer dan 3 millioen gulden voor dit doel worden besteed. Dit bedrag is wellicht voldoende voor de oprichting van een paar fabrieken.
De heer HOOY merkt op, dat in de som van f.150.- per ha, de aanschaffing van groote landbouwmachines, zooals dorschmachines, niet is begrepen. De vervaardiging daarvan geschiedt thans in de Artillerie-inrichting aan de Hembrug. De leveranties aan de bedryven in de Wieringermeer zyn verzorgd door de fabrieken in Alkmaar en in Schagen.
De heer SIXMA wyst erop, dat Amsterdam naast de levering van landbouwwerktuigen, ook de levering van zaad tot zich zou kunnen trekken.
De heer LULOFS zegt, dat Enkhuizen een centrum van den zaadhandel is, zoodat de meeste kans bestaat, dat de levering van zaad aan de bedryven in den polder via Enkhuizen zal geschieden.
De VOORZITTER wyst erop, dat de kwestie van het vervoer samenhangt met de bespreking, welke met den heer Smeding zal worden gehouden. Over den waterinlaat, welke reeds besproken is, dient een vraag te worden gesteld aan de Directie van de Zuiderzeewerken.
De SECRETARIS wyst nog op het waterbezwaar in Waterland. Spreker vraagt zich af, of hier niet een betere ontwatering kan worden aangebracht en zoo ja, of deze kwestie dan ook by de Directie van de Zuiderzeewerken moet worden aangesneden.
De VOORZITTER meent, dat deze kwestie niet samenhangt met met de inpoldering van het Ysselmeer. Het verlagen van den waterstand is een zeer moeilyk probleem, daar in den regel de grond mee gaat zakken, waarvan de fundeeringen van de huizen nadeel kunnen ondervinden. In dit verband wyst spreker op de verlaging van den waterstand van het Vondelpark en op die in het in aanleg zynde Bosch.
Spreker stelt thans aan de orde, welke maatregelen Amsterdam moet nemen om in meerdere mate een agrarisch centrum te worden.
De heer TESSEIHOFF wyst er in dit verband op, dat in Amsterdam elke onderwysinrichting op landbouwgebied ontbreekt. Wil Amsterdam een agrarisch centrum worden, dan zal het onderwys op landbouwgebied bevorderd dienen te worden.
De heer SIXMA zegt, dat wat den tuinbouw betreft, er reeds een tuinbouwkundig laboratorium in Amsterdam gevestigd is. Voor de bevordering van den landbouw is het gewenscht, ook over een landbouwkundig laboratorium te beschikken. Wellicht kan dit eveneens in Amsterdam gevestigd worden.
De VOORZITTER acht het gewenscht, dit punt onder de aandacht te brengen van het Gemeentebestuur en daarby te wyzen op het belang, dat Amsterdam kan hebben by de oprichting van laboratoria, landbouwscholen, enz.
Spreker acht het gewenscht, het laatste punt van het schema, nl. de te nemen hygiënische maatregelen, zoowel met den heer Smeding als met den Directeur van den Gemeentelyken Geneeskundigen en Gezondheidsdienst te bespreken.
Daarna sluit de VOORZITTER de vergadering. Een volgende vergadering zal eerst worden gehouden, nadat van den heer Smeding de noodige inlichtingen zullen zyn verkregen.

ND
Dienst P.W.
Amsterdam. * Economische opportunisme: De kern van de discussie is hoe Amsterdam economisch kan profiteren van de drooglegging van de Zuiderzeepolders. Er wordt gesproken over een markt van 20 miljoen gulden aan werktuigen en de potentie voor nieuwe fabrieken.
* Concurrentie: Er is sprake van concurrentie met andere regio's, zoals de zaadhandel in Enkhuizen en machinefabrieken in Alkmaar en Schagen.
* Civieltechnische zorgen: Een interessant technisch punt is de waarschuwing van de voorzitter over bodemdaling bij grondwaterverlaging, met de funderingen van Amsterdamse huizen als risicofactor. Hij trekt de vergelijking met het Vondelpark en het Amsterdamse Bos.
* Stedelijke ontwikkeling: De ambitie wordt uitgesproken om van Amsterdam een "agrarisch centrum" te maken, waarvoor investeringen in onderwijs en onderzoek (laboratoria) noodzakelijk worden geacht. Dit document bevindt zich in de context van de Zuiderzeewerken (na de voltooiing van de Afsluitdijk in 1932). De Wieringermeer was de eerste polder (1930), en men bereidde zich voor op de volgende fasen (de Noordoostpolder en de Flevopolders).

De genoemde heer Smeding is zeer waarschijnlijk ir. S. Smeding, die een cruciale rol speelde bij de Directie van de Wieringermeer (later de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders). De vermelding van het "in aanleg zynde Bosch" verwijst naar het Boschplan (het huidige Amsterdamse Bos), waarvan de uitvoering in 1934 begon als werkverschaffingsproject. Dit plaatst het document vrij nauwkeurig in de periode 1934-1939.

Samenvatting

  • Economische opportunisme: De kern van de discussie is hoe Amsterdam economisch kan profiteren van de drooglegging van de Zuiderzeepolders. Er wordt gesproken over een markt van 20 miljoen gulden aan werktuigen en de potentie voor nieuwe fabrieken.
  • Concurrentie: Er is sprake van concurrentie met andere regio's, zoals de zaadhandel in Enkhuizen en machinefabrieken in Alkmaar en Schagen.
  • Civieltechnische zorgen: Een interessant technisch punt is de waarschuwing van de voorzitter over bodemdaling bij grondwaterverlaging, met de funderingen van Amsterdamse huizen als risicofactor. Hij trekt de vergelijking met het Vondelpark en het Amsterdamse Bos.
  • Stedelijke ontwikkeling: De ambitie wordt uitgesproken om van Amsterdam een "agrarisch centrum" te maken, waarvoor investeringen in onderwijs en onderzoek (laboratoria) noodzakelijk worden geacht.

Historische Context

Dit document bevindt zich in de context van de Zuiderzeewerken (na de voltooiing van de Afsluitdijk in 1932). De Wieringermeer was de eerste polder (1930), en men bereidde zich voor op de volgende fasen (de Noordoostpolder en de Flevopolders).

De genoemde heer Smeding is zeer waarschijnlijk ir. S. Smeding, die een cruciale rol speelde bij de Directie van de Wieringermeer (later de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders). De vermelding van het "in aanleg zynde Bosch" verwijst naar het Boschplan (het huidige Amsterdamse Bos), waarvan de uitvoering in 1934 begon als werkverschaffingsproject. Dit plaatst het document vrij nauwkeurig in de periode 1934-1939.