Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 67
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte nota of rapportage (doorslag/carbonkopie).

Origineel

Getypte nota of rapportage (doorslag/carbonkopie). Zuiderzeecommissie. Agrarische subcommissie.

  1. Tusschen de belangen van de Zuiderzeepolders en Amsterdam moet een wissel-werking bestaan. Uit de onderlinge verhouding moeten beide partijen nut kunnen trekken.
  2. Hoe die verhouding zal zijn is in sterkenmate afhankelijk van de richting, waarin de polders zich zullen ontwikkelen, welke bepaald wordt door de doeleinden, waarvoor de beschikbare gronden het best zullen kunnen worden gebruikt.
  3. Naar het zich laat aanzien, zal in de polders de agrarische productie op den voorgrond staan. De geschiktheid van den bodem voor agrarische doeleinden vormt de hoofdreden voor de drooglegging.
  4. Gezien de samenstelling van den bodem zal een belangrijk gedeelte daarvan worden bestemd voor den teelt van landbouwgewassen o.m. granen, zaden, aardappelen. Wisselbouw. Ook bestaan mogelijkheden voor tuinbouw (o.a. grove tuinbouw, zgn. vollegrondsteelt en voor ooftbouw.)
  5. De wederzijdsche belangen bestaan uit:
    a. levering van grondstoffen en materialen vanuit Amsterdam naar den polder en het verrichten van diensten;
    b. Amsterdam als direct afzetgebied (consumptiegebied) voor in den polder geteelde producten;
    c. Amsterdam als stapelplaats voor landbouwproducten en ook als doorvoerplaats (graansilo's);
    d. Amsterdam als centrale plaats voor de verhandeling van producten uit den polder (beurzen, markten, veilingen).
  6. De mate, waarin Amsterdam bij de ontwikkeling der Z.W. en Z.O. polders in zijn eigen belang de behulpzame hand zal kunnen bieden zal mede afhangen van de wijze, waarop Amsterdam tijdig zijn outillage doelbewust daarop weet in te stellen.
  7. Er zal een onderzoek moeten worden ingesteld naar de mogelijkheden, die de bodem van de polders biedt; bij het geven van bestemming aan den bodem zal uiteraard met de afzetmogelijkheden der producten rekening moeten worden gehouden; daarbij zal niet in de laatste plaats aan Amsterdam als een belangrijk direct consumptiegebied moeten worden gedacht.
  8. Amsterdam als afzetgebied.
    Ten aanzien van de producten van land- en tuinbouw, die voor de voorziening van Amsterdam van belang /zijn [kantlijnnotitie] voorloopig reeds te noemen aardappelen en fruit. Normaal dekt Amsterdam zijn jaarlijksche behoefte aan aardappelen voor ongeveer drie vierden uit Zeeland. Hoogwaardige rassen echter niet klein beschat. Ontwikkeling gaat in de richting van rassen met grootere opbrengst per h.a. waarbij nieuwe in teelt te nemen gronden een behoorlijke kans op afzet zullen maken. Voor Amsterdam van belang in de omgeving productiegebied te hebben voor dergelijk primair volksvoedsel. In IJpolder en Haarlemmermeerpolder thans aardappelteelt, waarvan opbrengst vermoedelijk nog niet de helft van het jaarverbruik van Amsterdam alleen zou kunnen dekken.
    Voor fruitteelt bestaan in Nederland nog zeer behoorlijke kansen, gezien omstandigheid, dat normaal verbruik in Nederland vrij belangrijk de productie in Nederland overschrijdt.
    De aanleg van nieuwe bedrijven is voor de Nederlandsche productie in het algemeen van groot belang, maar in het bijzonder voor de voorziening van Amsterdam.
    Wat groenten betreft ligt Amsterdam te midden van de beide Hollanden welke de grootste verscheidenheid van artikelen met toepassing van moderne hulpmiddelen telen.
    Buitendien bezit Amsterdam in zijn omgeving een vrij belangrijk tuinbouwareaal, dat straks door het in het cultuurbrengen van de in het algemeen uitbreidingsplan van Amsterdam voor den tuinbouw bestemde gronden, waartoe plannen in voorbereiding zijn, nog meer in beteekenis zal toenemen (proeftuin met laboratorium, groenteteeltschool in den Sloterpolder in begin van uitvoering).

  9. Amsterdam als stapelplaats, doorvoerplaats en verkoopplaats van tuinbouwproducten.
    Voor dit doel reeds belangrijke outillage aanwezig op de Centrale Markt. Aansluiting aan primaire wegen, grootscheeps-vaarwater, spoorweg, koelhuis. Veilinginrichtingen met veilingorganisatie.
    Behoorlijke uitbreidingsmogelijkheden aanwezig door reserveterreinen en door algemeene indeeling plan, voor verschillende objecten.
    Door inrichting markt in de afgeloopen jaren reeds mogelijk opslag in Dit document beschrijft de strategische visie op de economische symbiose tussen de stad Amsterdam en de nog te realiseren Zuiderzeepolders (Flevoland). De kernpunten zijn:

  10. Complementariteit: Amsterdam fungeert als leverancier van diensten en materialen, terwijl de polders voorzien in de voedselbehoefte van de groeiende stedelijke bevolking.

  11. Logistieke Hub: Amsterdam wordt gepositioneerd als de ideale 'stapelplaats' en doorvoerhaven (via graansilo's en de Centrale Markt) voor de polderproducten, dankzij bestaande infrastructuur (spoor, water, koeling).
  12. Voedselzekerheid: Er wordt gewezen op de afhankelijkheid van aardappelen uit Zeeland; de nieuwe polders kunnen deze afhankelijkheid verminderen en de stad voorzien van "primair volksvoedsel".
  13. Tuinbouwontwikkeling: Het document noemt specifieke lokale ontwikkelingen zoals de proeftuin en groenteteeltschool in de Sloterpolder (onderdeel van het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam). Het document dateert uit de periode van de grootschalige naoorlogse planning van de IJsselmeerpolders. In deze tijd was de Wieringermeer al ontgonnen en de Noordoostpolder in ontwikkeling. De tekst spreekt over de "Z.W. en Z.O. polders" (Zuidelijk en Oostelijk Flevoland), die nog aangelegd of ingericht moesten worden.

De focus op voedselvoorziening en "volksvoedsel" is kenmerkend voor de naoorlogse periode, waarin de herinnering aan de Hongerwinter nog vers was en de nationale politiek sterk gericht was op agrarische zelfvoorziening en modernisering (onder de invloed van beleid zoals dat van minister Sicco Mansholt). De genoemde plannen voor de Sloterpolder verwijzen naar het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van Cornelis van Eesteren uit 1934, waarvan de uitvoering na de oorlog in een stroomversnelling kwam.

Samenvatting

Dit document beschrijft de strategische visie op de economische symbiose tussen de stad Amsterdam en de nog te realiseren Zuiderzeepolders (Flevoland). De kernpunten zijn:

  • Complementariteit: Amsterdam fungeert als leverancier van diensten en materialen, terwijl de polders voorzien in de voedselbehoefte van de groeiende stedelijke bevolking.
  • Logistieke Hub: Amsterdam wordt gepositioneerd als de ideale 'stapelplaats' en doorvoerhaven (via graansilo's en de Centrale Markt) voor de polderproducten, dankzij bestaande infrastructuur (spoor, water, koeling).
  • Voedselzekerheid: Er wordt gewezen op de afhankelijkheid van aardappelen uit Zeeland; de nieuwe polders kunnen deze afhankelijkheid verminderen en de stad voorzien van "primair volksvoedsel".
  • Tuinbouwontwikkeling: Het document noemt specifieke lokale ontwikkelingen zoals de proeftuin en groenteteeltschool in de Sloterpolder (onderdeel van het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam).

Historische Context

Het document dateert uit de periode van de grootschalige naoorlogse planning van de IJsselmeerpolders. In deze tijd was de Wieringermeer al ontgonnen en de Noordoostpolder in ontwikkeling. De tekst spreekt over de "Z.W. en Z.O. polders" (Zuidelijk en Oostelijk Flevoland), die nog aangelegd of ingericht moesten worden.

De focus op voedselvoorziening en "volksvoedsel" is kenmerkend voor de naoorlogse periode, waarin de herinnering aan de Hongerwinter nog vers was en de nationale politiek sterk gericht was op agrarische zelfvoorziening en modernisering (onder de invloed van beleid zoals dat van minister Sicco Mansholt). De genoemde plannen voor de Sloterpolder verwijzen naar het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van Cornelis van Eesteren uit 1934, waarvan de uitvoering na de oorlog in een stroomversnelling kwam.

Kooplieden in dit dossier 34

Amstelmeer met Amstelmeerkanaal en Waard- en Groetkanaal
Andere hakvruchten 375000 "
Andere handels- gewassen$^2$) 9375 "
Dorpskernen en industrieterreinen
Erven van gebouwen en lustplaatsen 2,2
Boonen 87500 "
Boonen 87500 "
Groenvoeder- Gewassen - $^3)$
Kanalen, vaarten en tochten
J. Zand ( 1,3)
A. Geboorte ( 1,3)
J. Zand (16,6)
A. Geboorte (16,6)
Lichte zavel
Lichte zavel (20,8)
A. Geboorte (20,8)
N.O.polder 47600
Onbelastbare eigendommen 3,3
B. Overige 3169
B. Overige 96250 "
B. Overige 43750 "
Overige handels- gewassen 1751$^4)$
Overige knol-, Wortel- en bolgewassen 50700
Rietland, kwelders, moeras 0,1
Wieringermeerdijk en Amstelmeerdijk
Z.O.polder 93700
Alle 34 kooplieden →