Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 70
Dossier 17
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief van de Gemeente Amsterdam met een bijgevoegd gedrukt tekstfragment.

11 december 1941. Van: L.S.P. Scheffer, Secretaris van de Gemeentelijke Zuiderzeecommissie Amsterdam.

Origineel

Getypte brief van de Gemeente Amsterdam met een bijgevoegd gedrukt tekstfragment. 11 december 1941. L.S.P. Scheffer, Secretaris van de Gemeentelijke Zuiderzeecommissie Amsterdam. [Linkerpagina - Gedrukt fragment uit 'Driemaandelijksche Berichten']

B. MEDEDEELINGEN VAN ALGEMEENEN AARD.

HET ALGEMEEN PLAN VOOR DEN ZUIDWESTELYKEN POLDER.

Inleiding. Zooals in het Bericht van April 1941 werd medegedeeld, is door de Regeering het besluit genomen den Zuidwestelijken polder te maken en reeds dit jaar met de bedijkingswerken van dien polder aan te vangen. In verband hiermede was het noodig, dat een algemeen plan voor de hoofdlijnen van dien polder werd vastgesteld; hieromtrent kan thans het volgende worden medegedeeld.

Konden de beide tot nu toe gemaakte polders in het IJsselmeer op zich zelf worden beschouwd, met den Zuidwestelijken polder is dit niet het geval, omdat deze onderdeel zal uitmaken van de inpoldering van het zuidelijk deel van het IJsselmeer. Het was dus noodig in de eerste plaats richtlijnen vast te stellen, welke hierbij gevolgd zullen worden.

In den loop der jaren zijn verschillende denkbeelden geopperd en bestudeerd omtrent de indijking van het zuidelijk gedeelte van de Zuiderzee. Bij het opmaken der thans noodzakelijke plannen werd uiteraard in de eerste plaats aandacht geschonken aan die, welke vroeger werden ontworpen.

Vroegere plannen. ¹) In de jaren 1865 tot 1877 zijn verschillende plannen opgemaakt voor de droogmaking van het zuidelijk deel van de Zuiderzee, waaraan de namen van de ingenieurs STIELTJES, BEIJERINCK en LEEMANS zijn verbonden. ²) Zij kwamen alle hierin overeen, dat een dijk gelegd zou worden van de Noordhollandsche kust bij of iets bezuiden Enkhuizen tot de Overijsselsche kust, juist bezuiden de uitmonding van den Ketel. Het achterliggende gebied zou worden drooggemaakt en daarin zouden verschillende kanalen op boezempeil worden aangelegd, loozende op de Zuiderzee en gelegenheid gevende tot voorziening in de belangen van afwatering en scheepvaart van het omliggende gebied.

Bij het opmaken van zijn plannen ging LELY er van uit, dat een scheepvaartweg van Amsterdam naar het IJsselmeer ter breedte van 1500 m noodig was en zoodoende verdeelde hij de inpoldering van het zuidelijk deel van de Zuiderzee in twee deelen met grootendeels in het

¹) Zie de kaartjes op de teekening Blad III.
²) Zie Rapporten en Mededeelingen betreffende de Zuiderzeewerken nº. 1.

22

[Rechterpagina - Begeleidende brief]

GEMEENTE AMSTERDAM

AFD. AMSTERDAM, 11 December 1941.
No. 53.
BIJLAGEN 1

MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.

GEMEENTELYKE
ZUIDERZEECOMMISSIE
AMSTERDAM


Zoojuist ontvingen wij van het Hoofd van den Dienst der Zuiderzeewerken een aantal overdrukken van de beschrijving van het Algemeen Plan voor den Zuidwestelyken Polder, zooals dit in het jl. Octobernummer van de Driemaandelyksche Berichten is opgenomen. Ik zend U hierbij een overdruk toe.

HB. De Secretaris,
L.S.P.Scheffer.

Aan den Heer C.F.Sixma
Waarnemend-Directeur van het Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
A M S T E R D A M (W)

Model G.A. 5
25.000-5-'41

--- * Administratieve context: De brief is een formele communicatie tussen twee gemeentelijke diensten van Amsterdam: de Zuiderzeecommissie en het Marktwezen. Het Marktwezen (gevestigd aan de Jan van Galenstraat, de Centrale Markthallen) had belang bij de voortgang van de inpoldering vanwege de gevolgen voor de aanvoerwegen, voedselvoorziening en de economische positie van de stad.
* Inhoudelijke focus: Het document behandelt de planning van de 'Zuidwestelijke Polder', die later bekend zou worden als de Markerwaard. Er wordt verwezen naar historische plannen van ingenieurs zoals Lely en Stieltjes om de huidige besluitvorming in een historisch perspectief te plaatsen.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is ambtelijk en volgt de spelling-Marchant (bijv. "mededeelingen", "Zuidwestelyken", "zooals"), die destijds gebruikelijk was.
* Status van de plannen: De tekst meldt dat de regering heeft besloten "reeds dit jaar met de bedijkingswerken [...] aan te vangen." Dit illustreert de ambitie om ook tijdens de oorlogsjaren door te gaan met de Zuiderzeewerken.

--- * Historische periode: Geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Opvallend is dat de ambtelijke molen en grote civieltechnische projecten zoals de Zuiderzeewerken grotendeels doorgingen onder het toeziend oog van de bezetter, deels als werkverschaffing en ter voorbereiding op de naoorlogse voedselvoorziening.
* De 'vergeten' polder: De Zuidwestelijke Polder (Markerwaard) is de enige van de vijf geplande IJsselmeerpolders die uiteindelijk nooit volledig is drooggelegd. De dijk tussen Enkhuizen en Lelystad (de Houtribdijk), waarvan de voorbereidingen hier besproken worden, werd uiteindelijk pas in de jaren '70 voltooid, waarna in de jaren '80 werd besloten de polder niet aan te leggen om ecologische en financiële redenen.
* Personeel: L.S.P. Scheffer was een invloedrijk stedenbouwkundige in Amsterdam, nauw betrokken bij het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP). Zijn rol in de Zuiderzeecommissie onderstreept de sterke koppeling tussen de nieuwe polders en de stedelijke ontwikkeling van Amsterdam.

Samenvatting

  • Administratieve context: De brief is een formele communicatie tussen twee gemeentelijke diensten van Amsterdam: de Zuiderzeecommissie en het Marktwezen. Het Marktwezen (gevestigd aan de Jan van Galenstraat, de Centrale Markthallen) had belang bij de voortgang van de inpoldering vanwege de gevolgen voor de aanvoerwegen, voedselvoorziening en de economische positie van de stad.
  • Inhoudelijke focus: Het document behandelt de planning van de 'Zuidwestelijke Polder', die later bekend zou worden als de Markerwaard. Er wordt verwezen naar historische plannen van ingenieurs zoals Lely en Stieltjes om de huidige besluitvorming in een historisch perspectief te plaatsen.
  • Taalgebruik: Het taalgebruik is ambtelijk en volgt de spelling-Marchant (bijv. "mededeelingen", "Zuidwestelyken", "zooals"), die destijds gebruikelijk was.
  • Status van de plannen: De tekst meldt dat de regering heeft besloten "reeds dit jaar met de bedijkingswerken [...] aan te vangen." Dit illustreert de ambitie om ook tijdens de oorlogsjaren door te gaan met de Zuiderzeewerken.

Historische Context

  • Historische periode: Geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Opvallend is dat de ambtelijke molen en grote civieltechnische projecten zoals de Zuiderzeewerken grotendeels doorgingen onder het toeziend oog van de bezetter, deels als werkverschaffing en ter voorbereiding op de naoorlogse voedselvoorziening.
  • De 'vergeten' polder: De Zuidwestelijke Polder (Markerwaard) is de enige van de vijf geplande IJsselmeerpolders die uiteindelijk nooit volledig is drooggelegd. De dijk tussen Enkhuizen en Lelystad (de Houtribdijk), waarvan de voorbereidingen hier besproken worden, werd uiteindelijk pas in de jaren '70 voltooid, waarna in de jaren '80 werd besloten de polder niet aan te leggen om ecologische en financiële redenen.
  • Personeel: L.S.P. Scheffer was een invloedrijk stedenbouwkundige in Amsterdam, nauw betrokken bij het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP). Zijn rol in de Zuiderzeecommissie onderstreept de sterke koppeling tussen de nieuwe polders en de stedelijke ontwikkeling van Amsterdam.