Archiefdocument
Origineel
1941 (gebaseerd op tekstuele verwijzing en drukcode onderaan). (De mirrored tekst bovenaan, afkomstig van de achterzijde, luidt: "4. MEDEDEELINGEN VAN ALGEMEENEN AARD" en "TEN AANZIEN VAN DE UITVOERING DER ZUIDERZEEWERKEN".)
HET ALGEMEEN PLAN
VOOR DEN ZUIDWESTELIJKEN POLDER.
Bij beschikking van den Minister van Waterstaat d.d. 18 Juli 1941, no. 4930, is het algemeen plan voor den Zuidwestelijken polder vastgesteld. Dit plan voorziet in een polder van een grootte van circa 54.000 ha. In hoofdzaak zal deze polder bestemd zijn voor landbouwdoeleinden. Bij het ontwerpen van het plan is in het bijzonder rekening gehouden met een rationeele indeeling in kavels en met het tot stand brengen van goede verbindingen, zoowel te water als te land. De polder zal door twee groote kanalen, die ook voor groote schepen bevaarbaar zullen zijn, n.l. het Knarkanaal en de verbindingsvaart van den Knardijk naar den dijk nabij de Eemmond, verdeeld worden in drie deelen, het Noordelijke, het Middelste en het Zuidelijke deel.
Ten aanzien van de dorpen en gehuchten is in het plan bepaald, dat deze over de polderoppervlakte zoo gelijkmatig mogelijk verdeeld zullen zijn. In totaal zijn elf kernen geprojecteerd, te weten één groote kern, drie middelgroote en zeven kleine kernen. De groote kern zal het centrum van den polder vormen en ook door haar ligging aan het kruispunt van de hoofdwegen een centrale functie vervullen. Wat de bebouwing betreft, kan worden opgemerkt, dat hierbij zoowel aan de landbouwkundige eischen als aan de eischen der stedenbouwkunde en architectuur zal worden voldaan. Hierdoor zal het mogelijk zijn, dat in den polder een modern woon- en werkgebied ontstaat, dat aan alle eischen van een moderne samenleving zal voldoen.
Het overgaan tot de uitvoering van dit plan is van groot belang, daar hierdoor een belangrijke vergrooting van het Nederlandsche cultuurland zal worden bereikt. Bij de voorbereiding van de plannen is dan ook steeds naar voren gekomen dat een spoedige voltooiing van dit gedeelte van de Zuiderzeewerken noodzakelijk is, ook met het oog op de werkverschaffing in de toekomst.
(A) 12424 - '41 - K 983 * Inhoud: Het document kondigt de officiële ministeriële goedkeuring aan van het plan voor de Zuidwestelijke Polder (het huidige Zuidelijk Flevoland). Het beschrijft de beoogde grootte (54.000 ha), de verdeling in drie secties door kanalen, en de planning van elf woonkernen.
* Technisch/Planologisch: Er wordt expliciet verwezen naar de balans tussen landbouwkundige efficiëntie (rationele kavelindeling) en moderne stedenbouwkundige principes. De genoemde elf kernen wijken af van de uiteindelijke realisatie (Almere en Zeewolde), wat de vroege ontwerpfase van dit document benadrukt.
* Sociaal-Economisch: Het vermelden van 'werkverschaffing' aan het eind van de tekst is typerend voor de periode; dergelijke grote publieke werken werden ook gezien als een middel om de werkloosheid te bestrijden. Dit document dateert uit het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie gingen de planvorming en sommige werkzaamheden voor de Zuiderzeewerken (onder leiding van de Dienst der Zuiderzeewerken) door. De Zuidwestelijke Polder was na de Wieringermeer, de Noordoostpolder en Oostelijk Flevoland het volgende grote project. Hoewel het plan in 1941 werd vastgesteld, zou het door de naoorlogse economische situatie en gewijzigde inzichten nog tot 1968 duren voordat de polder daadwerkelijk droogviel. De hier genoemde "groote kern" op het kruispunt van hoofdwegen zou uiteindelijk de basis vormen voor de ontwikkeling van de poldersteden. Publieke Werken