Archief 745
Inventaris 745-368
Pagina 224
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Doorslag of kopie van een ambtelijke brief (pagina 2).

19 februari 1942. Van: De Directeur van het Marktwezen (Amsterdam).

Origineel

Doorslag of kopie van een ambtelijke brief (pagina 2). 19 februari 1942. De Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Bladzijde 2 van brief No.2A/3/3 M. d.d. 19 Februari 1942 aan
den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur
van het Marktwezen.

        Ook overigens meen ik, dat, waar de heer Louwes

blijkbaar een ander standpunt inneemt dan het onder hem res-
sorteerende orgaan N.I.C.A., het op diens weg ligt de noodige
opdrachten te geven aan de N.I.C.A. en de onder dit lichaam
weer ressorteerende Vebena met haar landelijke, provinciale
en stedelijke organisaties. Dit is juister en effectiever
dan wat thans gebeurt, namelijk, dat van gemeentewege contact
wordt gezocht met de laatste schakel van het uitvoerend or-
gaan van den heer Louwes, te weten de plaatselijke afdeeling
van de Vebena.
Op grond van het bovenstaande geef ik U beleefd in
overweging te willen bevorderen, dat door den Burgemeester
een schrijven wordt gericht aan den heer Ir.S.L.Louwes,
Directeur-Generaal van het Rijksbureau voor Voedselvoorziening
in Oorlogstijd, met verzoek om - gezien het standpunt, dat
de N.I.C.A. ter zake inneemt - de noodige opdrachten te geven
en maatregelen te treffen voor een zoo spoedig mogelijk aan-
leggen van een 6-weekschen voorraad te Amsterdam.
Zooals ik met U mocht bespreken, zou hierbij tevens
de wenschelijkheid naar voren gebracht kunnen worden om voor
de betreffende voorraadvorming in de eerste plaats te gebrui-
ken Drentsche en Zeeuwsche aardappelen, zoodat, hetgeen nog
in de polders in de omgeving van Amsterdam resteert, als extra
reserve wordt bewaard met het oog op de moeilijke overgangs-
periode naar de nieuwe aardappelen in de maanden Juni en Juli.

                                    De Directeur, In dit document adviseert de Directeur van het Marktwezen de wethouder over de te volgen strategie om de voedselzekerheid in Amsterdam te waarborgen. De kern van het probleem is een bureaucratische frictie: de gemeente Amsterdam probeert zaken te doen met lokale onderafdelingen (Vebena), terwijl er op nationaal niveau bij de N.I.C.A. (onderdeel van het Rijksbureau van Ir. Louwes) blijkbaar andere opvattingen heersen.

De directeur stelt voor om de hiërarchie te respecteren en via de Burgemeester direct druk uit te oefenen op de hoogste baas, Ir. Louwes. Het doel is tweeledig:
1. Het formeel afdwingen van een strategische noodvoorraad voor 6 weken.
2. Een logistieke planning waarbij aardappelen uit verre provincies (Drenthe en Zeeland) eerst worden geconsumeerd, zodat de lokale voorraden uit de omliggende polders (zoals de Haarlemmermeer) bewaard blijven voor de kritieke zomermaanden, wanneer de oude oogst opraakt en de nieuwe nog niet groot genoeg is. Het document dateert uit februari 1942, de periode van de Duitse bezetting waarin de voedselsituatie in Nederland steeds nijpender werd. De distributie en productie stonden onder streng toezicht van de bezetter, maar werden uitgevoerd door Nederlandse instanties.

Ir. S.L. Louwes, die in de brief wordt genoemd, was een sleutelfiguur als Directeur-Generaal van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVO). Hij voerde een balanceringspolitiek om de Nederlandse bevolking te voeden terwijl hij trachtte de export naar Duitsland te minimaliseren.

De genoemde organisaties zijn:
* N.I.C.A.: Nederlandsche In- en Centraal Verkoopbureau van Akkerbouwproducten.
* Vebena: Vereeniging tot Behartiging van de belangen van de Nederlandsche Aardappelhandel.

Dit schrijven illustreert de constante strijd van grote steden als Amsterdam om voldoende autonomie en voorraden te behouden binnen een strak gecentraliseerd en door oorlogsomstandigheden getekend distributiesysteem. De angst voor de "moeilijke overgangsperiode" (het gat tussen de oude en nieuwe oogst) was zeer reëel en zou in latere oorlogsjaren leiden tot grote tekorten.

Samenvatting

In dit document adviseert de Directeur van het Marktwezen de wethouder over de te volgen strategie om de voedselzekerheid in Amsterdam te waarborgen. De kern van het probleem is een bureaucratische frictie: de gemeente Amsterdam probeert zaken te doen met lokale onderafdelingen (Vebena), terwijl er op nationaal niveau bij de N.I.C.A. (onderdeel van het Rijksbureau van Ir. Louwes) blijkbaar andere opvattingen heersen.

De directeur stelt voor om de hiërarchie te respecteren en via de Burgemeester direct druk uit te oefenen op de hoogste baas, Ir. Louwes. Het doel is tweeledig:
1. Het formeel afdwingen van een strategische noodvoorraad voor 6 weken.
2. Een logistieke planning waarbij aardappelen uit verre provincies (Drenthe en Zeeland) eerst worden geconsumeerd, zodat de lokale voorraden uit de omliggende polders (zoals de Haarlemmermeer) bewaard blijven voor de kritieke zomermaanden, wanneer de oude oogst opraakt en de nieuwe nog niet groot genoeg is.

Historische Context

Het document dateert uit februari 1942, de periode van de Duitse bezetting waarin de voedselsituatie in Nederland steeds nijpender werd. De distributie en productie stonden onder streng toezicht van de bezetter, maar werden uitgevoerd door Nederlandse instanties.

Ir. S.L. Louwes, die in de brief wordt genoemd, was een sleutelfiguur als Directeur-Generaal van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVO). Hij voerde een balanceringspolitiek om de Nederlandse bevolking te voeden terwijl hij trachtte de export naar Duitsland te minimaliseren.

De genoemde organisaties zijn:
* N.I.C.A.: Nederlandsche In- en Centraal Verkoopbureau van Akkerbouwproducten.
* Vebena: Vereeniging tot Behartiging van de belangen van de Nederlandsche Aardappelhandel.

Dit schrijven illustreert de constante strijd van grote steden als Amsterdam om voldoende autonomie en voorraden te behouden binnen een strak gecentraliseerd en door oorlogsomstandigheden getekend distributiesysteem. De angst voor de "moeilijke overgangsperiode" (het gat tussen de oude en nieuwe oogst) was zeer reëel en zou in latere oorlogsjaren leiden tot grote tekorten.