Ambtelijke brief / memorandum.
Origineel
Ambtelijke brief / memorandum. 27 maart 1942. Namens de Secretaris-Generaal van het Departement van Waterstaat, Sectie Prijzen en Tarieven. Nº 2A/12/3 M. 1942 31/3 [gestempeld en handgeschreven]
Marktw. VS [handgeschreven]
27 Maart 1942.
L.M.
304 -1942-
m. Dir. [paraaf]
Th Sichingh [handtekening]
Th Braam [handtekening]
Ter attentie van den heer van Calsteren.
Hierbij heb ik de eer voor het navolgende Uw aandacht te vragen.
Het is hier ter stede gebleken, dat het in het belang van den goeden gang van zaken gewenscht is, dat ten aanzien van het transport van aardappelen van de Centrale Markt naar de winkels in de stad, een regeling wordt ontworpen, en wel:
a. ten aanzien van het doelmatig gebruik van het beschikbare transportmateriaal (in hoofdzaak bestaande uit handkarren en paard- en wagens), zoowel wat betreft de bevordering van het economisch vervoer als ter voorkoming van een overbelasting van het veelal minder sterke materiaal.
b. ten aanzien van de tarieven voor het vervoer, voor zoover dit door de expediteurs (kruiers) wordt verzorgd.
Voor het al of niet tot stand komen van een dergelijke vervoercentrale is een regeling van de tarieven voor het vervoersbedrijf van aardappelen op zichzelf dringend noodzakelijk. Door den kleinhandel, welke door expediteurs (kruiers) zijn aardappelen laat vervoeren, is in den laatsten tijd herhaaldelijk over de vrachtprijzen geklaagd. De vervoerders zijn wel verplicht zich te houden aan de bepalingen, vervat in het Vervoerprijsbesluit 1940, waarin in art.3 is voorgeschreven dat: "de hoogst toelaatbare vervoersprijs die is, welke door den vervoerder in het tijdvak van 3 t/m 9 Mei 1940 voor een dergelijke vervoersovereenkomst of verhuur is bedongen". Hieraan wordt blijkbaar in de practijk onvoldoende de hand gehouden. De vervoersprijs, die voor soortgelijk vervoer in het algemeen in het tijdvak van 3 t/m 9 Mei 1940 werd bedongen, bedroeg n.l. ongeveer f 0.17⁵ per hl.
Ten einde het transport van aardappelen in de stad in goede banen te leiden, is de vaststelling van een uniformtarief voor de geheele kruierij (met uitzondering van het "eigen vervoer"), dringend noodzakelijk. Kruiers en kleinhandelaren noemden den prijs van 21 cent per hl, waarbij echter geen rekening is gehouden met afstand en wijze van vervoer (handkar of met paard).
den Secretaris-Generaal van
het Departement van Waterstaat,
Sectie Prijzen en Tarieven,
's-G_R_A_V_E_N_H_A_G_E_ De kern van dit document is de noodzaak tot regulering van de aardappel-logistiek in Den Haag tijdens de bezettingsjaren. Er worden twee hoofdknelpunten gesignaleerd:
1. Logistieke efficiëntie: Er is een tekort aan of een gebrek aan regie over transportmiddelen (handkarren en paard-en-wagens), waardoor materiaal wordt overbelast.
2. Prijsbeheersing: Er is onenigheid over de tarieven die kruiers (tussentransporteurs) rekenen aan de kleinhandel. Hoewel wettelijk is vastgelegd (Vervoerprijsbesluit 1940) dat prijzen bevroren moeten blijven op het niveau van mei 1940 (ca. 17,5 cent per hectoliter), vragen kruiers in de praktijk hogere bedragen (tot 21 cent).
De auteur pleit voor de oprichting van een "vervoercentrale" en de vaststelling van een uniform tarief om de distributie van dit primaire voedselproduct te waarborgen. Het document dateert van maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste aan voedsel en brandstof groot.
* Vervoer: Motorvoertuigen waren schaars door gebrek aan benzine en vordering door de Wehrmacht. Transport was daarom sterk afhankelijk van handkracht en paarden.
* Prijsbeheersing: De bezetter en de Nederlandse departementen probeerden inflatie en woekerprijzen tegen te gaan via strikte prijsvoorschriften. De referentiedatum "3 t/m 9 mei 1940" (vlak voor de Duitse inval) was de standaard meetlat voor deze prijsstops.
* Bestuur: Omdat de Nederlandse ministers in Londen zaten, werden de departementen aangestuurd door Secretarissen-Generaal die onder toezicht van de Duitse autoriteiten stonden. Het Departement van Waterstaat speelde hier een cruciale rol in de logistieke keten van de voedselvoorziening.