Archief 745
Inventaris 745-368
Pagina 486
Dossier 106
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven brief (mogelijk een concept of kladversie met diverse doorhalingen).

22 mei 1942.

Origineel

Handgeschreven brief (mogelijk een concept of kladversie met diverse doorhalingen). 22 mei 1942. vleeschbonnen); terwijl het nachtperso- (2
neel hiervoor niet in aanmerking kan
komen, omdat het geen zwaren arbeid
verricht; hun dienst is echter zeker niet
lichter dan die van de ambtenaren van
den C.C.C.D. Gewezen wordt ook op het personeel
van de Centrale Keukens (gemeentepersoneel),
dat ~~van de keukens nog eten~~ ^het overige al daar bereide voedsel af te halen^, zooveel als
~~gebruik mag maken~~. Ten slotte wijst men op het
personeel van het Abattoir, dat reeds jaren met toestemming
van ~~het Gemeentebestuur~~ vleesch betrok via de grossiers
en nu nog in de gelegenheid is gesteld om
vet-afvallen op het Abattoir te koopen.

Men beroept er zich op, dat de dienst
Marktwezen een levensmiddelenbedrijf
is, waar men dagelijks moet werken
met volop voedsel om zich heen, zonder
dat men ervan mag eten!

Vanzelfsprekend heb ik via kennisneming
van de feiten aan een en ander, voor zoover
het betrof de levering aan het personeel van
~~mijn dienst~~, onmiddellijk een einde
gemaakt.

Ik ~~mag~~ U beleefd verzoeken mij
in de gelegenheid te stellen de boven-
staande aangelegenheid mondeling met
U te bespreken.

A’dam, 22/5 1942
[Handtekening/Initialen]

Aan den heer
Wethouder van
de levensmiddelen.

[Aantekening rechtsonder, mogelijk een antwoord of instructie:]
Gaarne zal ik de zaak
verder bespreken en de te treffen
maatregelen met U
mondeling overleg plegen. Het document is een ambtelijk schrijven waarin de scheve verhoudingen en onvrede tussen verschillende groepen gemeentepersoneel met betrekking tot voedsel worden aangekaart. De auteur wijst op de volgende punten:
1. Nachtpersoneel: Krijgt geen extra vleesbonnen omdat hun werk niet als 'zwaar' wordt gezien, hoewel de auteur dit betwist.
2. Centrale Keukens: Personeel mag restanten van bereid voedsel mee naar huis nemen.
3. Abattoir (Slachthuis): Personeel heeft de mogelijkheid om 'vetafval' te kopen, een groot privilege in een tijd van vettekorten.
4. Marktwezen: Werknemers hier klagen dat zij de hele dag tussen het voedsel staan, maar zelf niets mogen consumeren.

De auteur geeft aan dat hij onregelmatige leveringen aan zijn eigen personeel direct heeft stopgezet ("onmiddellijk een einde gemaakt") om verdere scheefgroei te voorkomen en vraagt om een gesprek met de wethouder om een algemene gedragslijn vast te stellen. De vele doorhalingen en boven de regel geschreven woorden duiden op een zorgvuldig opgestelde tekst, waarbij de auteur tracht de juiste ambtelijke toon te vinden. De brief dateert uit mei 1942, een periode waarin de voedselvoorziening in bezet Nederland steeds problematischer werd. Alles was inmiddels 'op de bon' (distributie). De Centrale Crisis Controle Dienst (C.C.C.D.), die in de tekst wordt genoemd, was verantwoordelijk voor het opsporen van zwarte handel en het controleren van de distributievoorschriften.

De spanningen die in deze brief naar voren komen, zijn tekenend voor de morele en praktische dilemma's van die tijd: wie heeft recht op extra voedsel en hoe voorkom je dat personeel dat direct aan de bron werkt (keukens, slachthuizen, markten) zichzelf bevoordeelt ten opzichte van anderen? De "Wethouder van Levensmiddelen" in Amsterdam had de loodzware taak om de sociale vrede te bewaren terwijl de schaarste toenam.

Samenvatting

Het document is een ambtelijk schrijven waarin de scheve verhoudingen en onvrede tussen verschillende groepen gemeentepersoneel met betrekking tot voedsel worden aangekaart. De auteur wijst op de volgende punten:
1. Nachtpersoneel: Krijgt geen extra vleesbonnen omdat hun werk niet als 'zwaar' wordt gezien, hoewel de auteur dit betwist.
2. Centrale Keukens: Personeel mag restanten van bereid voedsel mee naar huis nemen.
3. Abattoir (Slachthuis): Personeel heeft de mogelijkheid om 'vetafval' te kopen, een groot privilege in een tijd van vettekorten.
4. Marktwezen: Werknemers hier klagen dat zij de hele dag tussen het voedsel staan, maar zelf niets mogen consumeren.

De auteur geeft aan dat hij onregelmatige leveringen aan zijn eigen personeel direct heeft stopgezet ("onmiddellijk een einde gemaakt") om verdere scheefgroei te voorkomen en vraagt om een gesprek met de wethouder om een algemene gedragslijn vast te stellen. De vele doorhalingen en boven de regel geschreven woorden duiden op een zorgvuldig opgestelde tekst, waarbij de auteur tracht de juiste ambtelijke toon te vinden.

Historische Context

De brief dateert uit mei 1942, een periode waarin de voedselvoorziening in bezet Nederland steeds problematischer werd. Alles was inmiddels 'op de bon' (distributie). De Centrale Crisis Controle Dienst (C.C.C.D.), die in de tekst wordt genoemd, was verantwoordelijk voor het opsporen van zwarte handel en het controleren van de distributievoorschriften.

De spanningen die in deze brief naar voren komen, zijn tekenend voor de morele en praktische dilemma's van die tijd: wie heeft recht op extra voedsel en hoe voorkom je dat personeel dat direct aan de bron werkt (keukens, slachthuizen, markten) zichzelf bevoordeelt ten opzichte van anderen? De "Wethouder van Levensmiddelen" in Amsterdam had de loodzware taak om de sociale vrede te bewaren terwijl de schaarste toenam.

Locaties

Amsterdam ("A'dam").