Brief (doorslag/archiefkopie van een getypt schrijven).
Origineel
Brief (doorslag/archiefkopie van een getypt schrijven). 17 februari 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwesen, Amsterdam). Den Heer L. Kool, Tugelaweg 84 I, Amsterdam-Oost. [Linksboven, administratief stempel met handgeschreven toevoegingen:]
C. W. ............ wegens bedanken / aanbetaling afgevoerd;
f ............ schuld over de per ............ t/m ............
Marktambtenaar [Handtekening: Th. Dijkema]
Contrôleur [Paraaf]
om advies/om rapport/ter kennisneming
[Paraaf in cirkel: acc B]
[Rechtsboven, handgeschreven:]
Inspecteur
VG/HG.
[Adressering:]
den Heer L. Kool,
Tugelaweg 84 I,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
[Datum en kenmerk:]
20/3/2 M. 17 Februari 1942.
[Inhoud:]
Ten vervolge op mijn brief d.d. 21 Januari jl. No. 20/43/2 M.
deel ik U mede, dat uit een nader ingesteld onderzoek is gebleken,
dat U in 1941 geen plaats op een der dag- of weekmarkten hier ter
stede heeft bezet.
Ten gevolge van een persoonsverwisseling met L. Kool, wonende
Rapenburgerstraat 14 huis, werd abusievelijk aangenomen, dat U in
1941 wel een plaats met consumptie-artikelen had ingenomen.
[Afsluiting:]
De Directeur,
[Onderaan, handgeschreven:]
opbergen [Paraaf: B] 24/2 42 Dit document is een rectificatie van een eerdere administratieve aanname. De directeur van de marktdienst stelt vast dat de heer L. Kool, woonachtig aan de Tugelaweg, ten onrechte was aangemerkt als houder van een marktplaats in 1941. De fout is ontstaan door een persoonsverwisseling met een naamgenoot (L. Kool) die op de Rapenburgerstraat woonde en een kraam met "consumptie-artikelen" exploiteerde.
De administratieve stempels linksboven tonen aan dat het document verschillende stadia van controle heeft doorlopen (Marktambtenaar en Contrôleur) voordat het definitief werd gearchiveerd ("opbergen"). De afkorting "VG/HG" rechtsboven zijn waarschijnlijk de initialen van de typist en de opsteller van de brief. Het document dateert van februari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De context van de locaties is hierbij van groot belang: zowel de Tugelaweg (Transvaalbuurt) als de Rapenburgerstraat (Jodenbuurt) waren wijken met een zeer hoge concentratie Joodse bewoners.
In 1941 en 1942 voerden de bezetter en de meewerkende Amsterdamse bureaucreatie steeds strengere anti-Joodse maatregelen in. Joodse marktkooplieden werden vanaf 1941 geweerd van de reguliere markten en mochten alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan. Een administratieve verwarring over wie wel of niet een marktplaats bezette, kon in deze periode vergaande gevolgen hebben voor de betrokkene, variërend van fiscale naheffingen tot problemen met vergunningen of de status van het persoonsbewijs. Het feit dat de naamgenoot op de Rapenburgerstraat woonde (het hart van de toenmalige Jodenbuurt), versterkt het vermoeden dat dit onderzoek te maken had met de registratie van Joodse economische activiteiten. L. Kool