Archief 745
Inventaris 745-373
Pagina 351
Dossier 17
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief/memorandum met handgeschreven kanttekeningen.

17 september 1942. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam.

Origineel

Getypte brief/memorandum met handgeschreven kanttekeningen. 17 september 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. [Handgeschreven in blauw: onleesbaar, mogelijk initialen of 'Gezien']
[Handgeschreven in blauw linksboven: Verzonden 7/3]
[Rechtsboven:] vB/HB.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

20/21/4 M. 1. 17 September 1942.

marktplaats
R. Baumstein.

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 10 September j.l. om advies ontvangen stuk No. 26/11 L.M.1942, heb ik de eer U te berichten, dat R. Baumstein, jood van Hongaarsche nationaliteit, thans verblijvende in een Rijkswerkkamp te Gijsselte/Hoogeveen, dezerzijds op 26 Augustus j.l. is medegedeeld, dat hij zich ter verkrijging van een vaste plaats op een der markten alhier, kan laten inschrijven op het Hoofdkantoor van mijn dienst. Op adressant namelijk zijn, blijkens een mededeeling van den " Beauftragte fur die Stadt Amsterdam" d.d. 18 Mei j.l. (No.77/6A.L.M.1942) aan den Burgemeester, de bepalingen ten aanzien van de Joodsche straathandelaren niet van toepassing, aangezien Baumstein Joodsch onderdaan is van een bevriende natie. Van de opheffing van deze uitzonderingsbepaling, welke volgens de laatste alinea van bovengenoemden brief van den Beauftragte in de bedoeling ligt, is tot nu toe geen bericht ontvangen.
Ik heb de eer U te adviseeren adressant te doen berichten, dat er vooralsnog geen bezwaren bestaan tegen zijn toelating op niet-Joodsche markten, onder mededeeling, dat hij zich desgewenscht met deze mededeeling kan wenden tot de daartoe bevoegde instanties, teneinde vrijlating uit het werkkamp te verkrijgen.

De Directeur, * Kernboodschap: De directeur van de betreffende dienst adviseert de wethouder dat R. Baumstein, ondanks dat hij Joods is en in een werkkamp verblijft, recht heeft op een marktplaats op de reguliere ("niet-Joodsche") markten van Amsterdam.
* Juridische grondslag: De uitzondering is gebaseerd op het feit dat Baumstein de Hongaarse nationaliteit heeft. Omdat Hongarije op dat moment een bondgenoot ("bevriende natie") van nazi-Duitsland was, golden bepaalde anti-Joodse verordeningen (nog) niet voor Hongaarse Joden.
* Bureaucratische nuance: De brief merkt op dat de Duitse "Beauftragte" (Hans Böhmcker) wel van plan was deze uitzondering op te heffen, maar dat dit formeel nog niet was gebeurd.
* Opmerkelijk detail: De directeur suggereert expliciet dat Baumstein deze toezegging voor een marktplaats kan gebruiken als argument om vrijlating uit het Rijkswerkkamp in Gijsselte te bewerkstelligen. * Tijdskader: September 1942 was een kritieke fase in de Jodenvervolging in Nederland. De grootschalige deportaties naar Auschwitz waren in volle gang.
* Rijkswerkkampen: Joodse mannen werden vanaf begin 1942 naar werkkampen in Noord- en Oost-Nederland (zoals Gijsselte bij Hoogeveen) gestuurd voor dwangarbeid. In oktober 1942 (kort na deze brief) werden deze kampen ontruimd en de gevangenen via Westerbork gedeporteerd.
* Uitzonderingsposities: Het document illustreert de complexe en soms wrange juridische werkelijkheid van de bezetting, waarbij nationaliteit (in dit geval Hongaars) tijdelijk een verschil kon maken tussen directe vervolging en een relatieve uitzonderingspositie.
* Segregatie: De brief maakt melding van "niet-Joodsche markten", wat verwijst naar de gedwongen segregatie waarbij Joodse handelaren en klanten vanaf 1941 werden verbannen naar specifieke Joodse markten. Dat een Joodse man op basis van zijn nationaliteit toegang zou krijgen tot de reguliere markten was een zeldzame uitzondering.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De directeur van de betreffende dienst adviseert de wethouder dat R. Baumstein, ondanks dat hij Joods is en in een werkkamp verblijft, recht heeft op een marktplaats op de reguliere ("niet-Joodsche") markten van Amsterdam.
  • Juridische grondslag: De uitzondering is gebaseerd op het feit dat Baumstein de Hongaarse nationaliteit heeft. Omdat Hongarije op dat moment een bondgenoot ("bevriende natie") van nazi-Duitsland was, golden bepaalde anti-Joodse verordeningen (nog) niet voor Hongaarse Joden.
  • Bureaucratische nuance: De brief merkt op dat de Duitse "Beauftragte" (Hans Böhmcker) wel van plan was deze uitzondering op te heffen, maar dat dit formeel nog niet was gebeurd.
  • Opmerkelijk detail: De directeur suggereert expliciet dat Baumstein deze toezegging voor een marktplaats kan gebruiken als argument om vrijlating uit het Rijkswerkkamp in Gijsselte te bewerkstelligen.

Historische Context

  • Tijdskader: September 1942 was een kritieke fase in de Jodenvervolging in Nederland. De grootschalige deportaties naar Auschwitz waren in volle gang.
  • Rijkswerkkampen: Joodse mannen werden vanaf begin 1942 naar werkkampen in Noord- en Oost-Nederland (zoals Gijsselte bij Hoogeveen) gestuurd voor dwangarbeid. In oktober 1942 (kort na deze brief) werden deze kampen ontruimd en de gevangenen via Westerbork gedeporteerd.
  • Uitzonderingsposities: Het document illustreert de complexe en soms wrange juridische werkelijkheid van de bezetting, waarbij nationaliteit (in dit geval Hongaars) tijdelijk een verschil kon maken tussen directe vervolging en een relatieve uitzonderingspositie.
  • Segregatie: De brief maakt melding van "niet-Joodsche markten", wat verwijst naar de gedwongen segregatie waarbij Joodse handelaren en klanten vanaf 1941 werden verbannen naar specifieke Joodse markten. Dat een Joodse man op basis van zijn nationaliteit toegang zou krijgen tot de reguliere markten was een zeldzame uitzondering.