Officiële brief/kennisgeving van de gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief/kennisgeving van de gemeente Amsterdam. 17 augustus 1942. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (namens deze getekend). Den heer L.A. Klippel, Dusartstraat 5 III, Amsterdam (Zuid). [Stempel linksboven:]
Nº 20/20/4 M. 1942 [handgeschreven:] 19/8.
[Handgeschreven rechtsboven:]
Marthen 893
[Getypt:]
Aan
den heer L.A. Klippel,
Dusartstraat 5 III,
_A_L_H_I_E_R_ (Z).
L.M. 677-1942- 17 Augustus 1942.
[Diverse onleesbare handgeschreven parafen/krabbels bij de datum]
Naar aanleiding van Uw desbetreffend schrijven deel ik U mede, dat bewijzen van voorrang voor het betrekken van levensmiddelen, niet kunnen worden verstrekt.
Uw verzoek is derhalve niet voor inwilliging vatbaar.
vM
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zwem-
inrichtingen,
[Handgeschreven handtekening/kopie-vermelding:]
get J L Strake [of Strak] Dit document is een formele afwijzing van een verzoek om "bewijzen van voorrang" voor het verkrijgen van levensmiddelen. De brief is opgesteld in een korte, zakelijke en bureaucratische stijl die typerend is voor overheidscommunicatie uit die tijd. De geadresseerde, de heer Klippel, woonde in de Dusartstraat in de Amsterdamse Pijp (stadsdeel Zuid, vandaar de 'Z' achter 'ALHIER'). De afwijzing is kordaat: het verzoek is "niet voor inwilliging vatbaar". Het feit dat de wethouder naast levensmiddelen ook verantwoordelijk was voor "wasch-, schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen" illustreert de brede maar ook zeer specifieke taakverdeling binnen het toenmalige crisis- en distributieapparaat. De brief dateert van augustus 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van een steeds nijpender tekort aan primaire levensbehoeften. Alles was "op de bon" (distributiestelsel). Burgers probeerden via officiële wegen soms een voorkeursbehandeling of extra toewijzingen te krijgen vanwege persoonlijke omstandigheden (zoals ziekte of een groot gezin), maar de autoriteiten hanteerden zeer strikte regels om de schaarse middelen te beheren en onrust te voorkomen. De "voorrang" waar in de brief over gesproken wordt, was waarschijnlijk een felbegeerd document dat toegang gaf tot extra rantsoenen of snellere bediening, iets wat in de praktijk zelden aan gewone burgers werd verleend. L.A. Klippel Gemeente Amsterdam
Samenvatting
Dit document is een formele afwijzing van een verzoek om "bewijzen van voorrang" voor het verkrijgen van levensmiddelen. De brief is opgesteld in een korte, zakelijke en bureaucratische stijl die typerend is voor overheidscommunicatie uit die tijd. De geadresseerde, de heer Klippel, woonde in de Dusartstraat in de Amsterdamse Pijp (stadsdeel Zuid, vandaar de 'Z' achter 'ALHIER'). De afwijzing is kordaat: het verzoek is "niet voor inwilliging vatbaar". Het feit dat de wethouder naast levensmiddelen ook verantwoordelijk was voor "wasch-, schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen" illustreert de brede maar ook zeer specifieke taakverdeling binnen het toenmalige crisis- en distributieapparaat.
Historische Context
De brief dateert van augustus 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van een steeds nijpender tekort aan primaire levensbehoeften. Alles was "op de bon" (distributiestelsel). Burgers probeerden via officiële wegen soms een voorkeursbehandeling of extra toewijzingen te krijgen vanwege persoonlijke omstandigheden (zoals ziekte of een groot gezin), maar de autoriteiten hanteerden zeer strikte regels om de schaarse middelen te beheren en onrust te voorkomen. De "voorrang" waar in de brief over gesproken wordt, was waarschijnlijk een felbegeerd document dat toegang gaf tot extra rantsoenen of snellere bediening, iets wat in de praktijk zelden aan gewone burgers werd verleend.