Archief 745
Inventaris 745-384
Pagina 359
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of officieel afschrift).

18 juli 1942. Van: De waarnemend Directeur (wnd.) van een niet nader genoemde instantie (waarschijnlijk een gemeentelijke of regionale dienst in Amsterdam).

Origineel

Getypte brief (doorslag of officieel afschrift). 18 juli 1942. De waarnemend Directeur (wnd.) van een niet nader genoemde instantie (waarschijnlijk een gemeentelijke of regionale dienst in Amsterdam). [Handgeschreven in potlood bovenin:] Ingekomen [?] verzonden 18/7

VD/HB.

den Heer Directeur der Nederlandsche
Visscherijcentrale,
Jul. van Stolbergplein 3-4,
Den Haag.

46A/447/2 M. 18 Juli 1942.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 13. dezer No.14628 S/We bericht ik U, dat ingevolge artikel 10 van het Tweede Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941 kleinhandelaren slechts met toestemming van of vanwege de Nederlandsche Visscherijcentrale mogen laten rooken bij een door de Centrale aangewezen rookerij; met Uw brief van 20 Mei 1942 No.9084 zond U mij een opgave van de rookers, die door de Centrale waren erkend; hierin komt de naam van Mevr. Herman Boogaart niet voor, hoewel zij, volgens hare mededeeling een eigen rookerij heeft aan den Omval(Amstel), waarvoor zij sedert jaren vergunning heeft van de Gemeente Amsterdam; op grond van Uw vorenvermelden brief is haar echter tot nu toe dezerzijds officieel geen toestemming verleend haar aal te rooken.

De Directeur,
wnd. * Kernproblematiek: De brief beschrijft een bureaucratisch conflict tussen lokale (gemeentelijke) vergunningen en nieuwe centrale regelgeving tijdens de bezetting. Mevr. Herman Boogaart exploiteert al jaren een rokerij aan de Omval in Amsterdam met een gemeentelijke vergunning. Echter, volgens het nieuwe 'Visscherijbesluit 1941' mogen kleinhandelaren alleen vis laten roken bij door de 'Nederlandsche Visscherijcentrale' (NVC) erkende rokerijen.
* Status Mevr. Boogaart: Omdat Mevr. Boogaart niet op de officiële lijst van de NVC staat (die in mei 1942 is verstuurd), mag zij officieel geen aal roken, ondanks haar jarenlange ervaring en lokale papieren.
* Toon: De brief is strikt zakelijk en formeel-ambtelijk. De afzender constateert dat er op basis van de huidige instructies van de NVC geen toestemming kan worden gegeven, maar wijst tegelijkertijd op de bestaande situatie (de jarenlange vergunning van de gemeente Amsterdam). * Tijdsbeeld: Juli 1942 valt midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de economie steeds verder gecentraliseerd en onder controle gesteld van centrale organen (zoals de NVC) die nauw samenwerkten met de bezetter of onder diens toezicht stonden. Dit diende om de voedselvoorziening en distributie strak te reguleren.
* De Omval: De Omval aan de Amstel in Amsterdam was van oudsher een plek met veel kleinschalige industrie, waaronder scheepswerven en visrokerijen.
* Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC): Dit orgaan was tijdens de bezetting verantwoordelijk voor de organisatie van de visserijsector. Het feit dat lokale vergunningen van de Gemeente Amsterdam werden doorkruist door besluiten van de NVC, illustreert de verschuiving van de macht van lokaal naar centraal niveau tijdens de oorlogsjaren.
* Visscherijbesluit 1941: Dit besluit maakte deel uit van de 'economische ordening' door de bezetter, waarbij beroepsgroepen werden gedwongen zich te verenigen in centrale organisaties om zo de productie en handel beter te kunnen beheersen.

Samenvatting

  • Kernproblematiek: De brief beschrijft een bureaucratisch conflict tussen lokale (gemeentelijke) vergunningen en nieuwe centrale regelgeving tijdens de bezetting. Mevr. Herman Boogaart exploiteert al jaren een rokerij aan de Omval in Amsterdam met een gemeentelijke vergunning. Echter, volgens het nieuwe 'Visscherijbesluit 1941' mogen kleinhandelaren alleen vis laten roken bij door de 'Nederlandsche Visscherijcentrale' (NVC) erkende rokerijen.
  • Status Mevr. Boogaart: Omdat Mevr. Boogaart niet op de officiële lijst van de NVC staat (die in mei 1942 is verstuurd), mag zij officieel geen aal roken, ondanks haar jarenlange ervaring en lokale papieren.
  • Toon: De brief is strikt zakelijk en formeel-ambtelijk. De afzender constateert dat er op basis van de huidige instructies van de NVC geen toestemming kan worden gegeven, maar wijst tegelijkertijd op de bestaande situatie (de jarenlange vergunning van de gemeente Amsterdam).

Historische Context

  • Tijdsbeeld: Juli 1942 valt midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de economie steeds verder gecentraliseerd en onder controle gesteld van centrale organen (zoals de NVC) die nauw samenwerkten met de bezetter of onder diens toezicht stonden. Dit diende om de voedselvoorziening en distributie strak te reguleren.
  • De Omval: De Omval aan de Amstel in Amsterdam was van oudsher een plek met veel kleinschalige industrie, waaronder scheepswerven en visrokerijen.
  • Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC): Dit orgaan was tijdens de bezetting verantwoordelijk voor de organisatie van de visserijsector. Het feit dat lokale vergunningen van de Gemeente Amsterdam werden doorkruist door besluiten van de NVC, illustreert de verschuiving van de macht van lokaal naar centraal niveau tijdens de oorlogsjaren.
  • Visscherijbesluit 1941: Dit besluit maakte deel uit van de 'economische ordening' door de bezetter, waarbij beroepsgroepen werden gedwongen zich te verenigen in centrale organisaties om zo de productie en handel beter te kunnen beheersen.