Getypte brief (officieel afschrift).
Origineel
Getypte brief (officieel afschrift). 5 juli 1942. Mevr. A. Harman-Boomgaart, Gerard Doustraat 32, Amsterdam-Z. De Directeur van de Nederlandsche Visscherijcentrale te 's-Gravenhage. AFSCHRIFT.
Mevr. A. Harman-Boomgaart Amsterdam, 5 Juli 1942
Gerard Doustraat 32 Den WelEdel Gestrengen Heer
Amsterdam-Z. Directeur van de Nederlandsche
Visscherijcentrale te
's-Gravenhage.
Mijnheer,
Door dezen verzoek ik, A. Harman -- Boomgaart, U beleefdelijk
om eenige aandacht te willen schenken aan het volgende:
Vanwege de Directie van het Marktwezen te Amsterdam is mij
verboden aal of paling te "rooken" en die op de mij toegewezen
marktplaats te verkoopen.
Naar aanleiding hiervan zou ik gaarne onder Uw aandacht
willen brengen:
dat ik reeds 35 jaren door het rooken en verkoopen van
aal en paling in het onderhoud van mijn gezin heb voorzien
en door de Nederlandsche Visscherijcentrale ben erkend;
dat de Heer Burgemeester van Amsterdam mij vergunning heeft
verleend tot het rooken van paling op een terrein, hetwelk
ik daartoe van de gemeente bij vooruitbetaling van f 100,-
per jaar heb gehuurd;
dat het bovenbedoelde verbod mijn gezin in zeer ernstige
moeilijkheden zal brengen; hetgeen mij zou noodzaken, mij
binnen afzienbaren tijd tot de Gemeenschap te wenden om
ondersteuning te verzoeken, wat ik nog nimmer heb behoeven
te doen;
dat ik, naar mijn beste weten, aan den Dienst voor het
Marktwezen gunstig bekend sta;
dat ik U op grond van het bovenvermelde beleefd verzoek
wel te willen overwegen, om het mij door Marktwezen mede-
gedeelde verbod te doen opheffen.
U bij voorbaat dank zeggende verblijf ik
met Hoogachting,
w.g. A.G. Harman-Boomgaart
voor eensluidend afschrift
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
[Handtekening: L. van Aken]
Secretaris
Ruy In dit document beklaagt Mevr. A. Harman-Boomgaart zich over een besluit van de Directie van het Marktwezen in Amsterdam. Haar is verboden om nog langer paling te roken en te verkopen op haar vaste marktplaats. De brief is een formeel verzoek aan de directeur van de overkoepelende Nederlandsche Visscherijcentrale om dit verbod ongedaan te maken.
De argumentatie van de schrijfster is drieledig:
1. Historische rechtvaardiging: Zij oefent dit beroep al 35 jaar uit en is een erkend vakvrouw.
2. Juridische/Financiële basis: Zij beschikt over een officiële vergunning van de burgemeester en betaalt huur (100 gulden per jaar) voor de benodigde grond.
3. Sociale noodzaak: Het verbod ontneemt haar en haar gezin hun bestaansmiddelen. Zij benadrukt dat zij nog nooit een beroep heeft hoeven doen op de steun van de gemeenschap (sociale zorg) en dit ook in de toekomst wil voorkomen.
De brief is een "afschrift", wat betekent dat het een officiële kopie is die is opgeslagen in het archief van de Visscherijcentrale. De datum van de brief, 5 juli 1942, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode werd de economie, en specifiek de voedselvoorziening en handel, streng gereguleerd door centrale instanties die vaak onder toezicht van de bezetter stonden.
De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) werd in 1941 opgericht om de visserijsector te centraliseren en te controleren. Marktverordeningen en vergunningen werden in die tijd vaak aangescherpt om de distributie van schaarse goederen (zoals vis) te beheersen en de "zwarte handel" te bestrijden. Voor kleine zelfstandigen, zoals deze palingrookster, konden dergelijke bureaucratische besluiten rampzalige gevolgen hebben voor hun dagelijks overleven. Haar opmerking over het niet willen aanvragen van ondersteuning getuigt van de toenmalige trots op zelfredzaamheid, maar ook van de bittere armoede die dreigde voor degenen die buiten het gereguleerde systeem vielen. A. Harman A.G. Harman L. van Aken Z. Directeur Marktwezen