Doorslag van een ambtelijke brief (typoscript).
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief (typoscript). 29 juni 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Markthallen of een aanverwante dienst voor voedseldistributie in Amsterdam). (Handgeschreven in blauw bovenin):
Inspecteur
verzonden 30/6
(Getypt rechtsboven):
VB/HB.
(Getypt midden-rechts):
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
(Getypt onder de adressering):
45A/345/2 M. 1 29 Juni 1942.
(Inhoud brief):
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 11 Juni j.l
onder No. 77/12 L.M.1942 om advies gezonden stuk, waarvan de schrij
ver niet bekend is, heb ik de eer U te berichten, dat J.Vogel,
Linnaeusdwarsstraat 24 I, bij mijn dienst niet bekend is als visch-
venter en als zoodanig ook niet in de administratie der ventvergun-
ningen voorkomt, terwijl zijn naam evenmin op de verdeellijst van
visch op de Gemeentelijke Vischmarkt staat vermeld.
De Directeur, Het document is een ambtelijk rapport naar aanleiding van een anoniem schrijven ("waarvan de schrijver niet bekend is") dat door de Wethouder voor de Levensmiddelen was doorgestuurd voor advies. De strekking van de brief is het controleren van de status van een burger, J. Vogel, wonende aan de Linnaeusdwarsstraat 24 I te Amsterdam.
De directeur rapporteert dat deze persoon:
1. Niet bekend is als visventer.
2. Geen ventvergunning bezit.
3. Niet voorkomt op de verdeellijst voor vis van de Gemeentelijke Vischmarkt.
Dit onderzoek lijkt te wijzen op een controle naar aanleiding van een mogelijke aangifte (denunciatie) wegens illegale handel in vis of het ten onrechte claimen van een status als handelaar. De bureaucratische precisie is kenmerkend voor de controle op de voedselvoorziening en economische activiteit tijdens de bezetting. Deze brief dateert van 29 juni 1942, een cruciale en duistere periode in de geschiedenis van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Slechts enkele dagen na deze brief, in juli 1942, begonnen de grootschalige deportaties van Joodse burgers vanuit Amsterdam naar doorgangskamp Westerbork en verder naar de vernietigingskampen.
De naam 'Vogel' en de locatie in de Linnaeusdwarsstraat (Amsterdam-Oost) zijn in dit verband significant. De Linnaeusdwarsstraat lag midden in een buurt met veel Joodse bewoners. Uit archiefstukken (zoals het Joods Monument) blijkt dat op het adres Linnaeusdwarsstraat 24-I de familie Vogel woonde. Salomon Vogel, die op dit adres woonde, was van beroep marktkoopman.
Het feit dat de autoriteiten via een anonieme tip een onderzoek instelden naar de handelsvergunningen van een bewoner op dit specifieke adres, past in het patroon van toenemende repressie, uitsluiting van Joodse burgers uit het economisch leven en de actieve rol van de gemeentelijke administratie bij het handhaven van bezettingsmaatregelen. Het controleren of iemand "op de lijst staat" was in 1942 vaak een kwestie van leven of dood. J. Vogel