Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 10 september 1942. P. Vrees Jr., Korte Prinsengracht 25 I, Amsterdam. [Stempel linksboven:] Nº 46/4/493/3
[Stempel middenboven:] M. 2942 5/16
[Rechtsboven:] A’dam, 10 Sep. ’42
Den Heere Leden der
Verdeelingscommissie
te Amsterdam
[In rode inkt en potlood overheen geschreven:]
afw. [afwijzend?] Heeft hoogste toewijzing
46/4/493/4
afwijzend onder mededeeling
Heef [sic] hoogste toewijzing
welke door verdeeling wordt
gegeven. Verz. 6-16-42 [onleesbaar]
M.H.!
Hiermede vraag ik beleefd Uw aandacht voor het
volgende:
Ofschoon het U bekend zal zijn, dat ik tot die
verkoopers van versche vis behoor, die steeds een groote
omzet gehad hebben, is mijn toewijzing even groot
als van ieder ander. — Momenteel ben ik
nauwelijks in staat de kosten van mijn dubbele stal te
dekken. — Het schijnt mij rechtvaardig toe, dat er
toch onderscheid gemaakt wordt tusschen mij en anderen,
die vroeger ternauwernood in staat waren, de kleinste
hoeveelheden handel omzet te maken.
Ik verzoeke U beleefd, mij, zoo mogelijk, in dezen ter
wille te zijn door verhooging van mijn toewijzing, of
wanneer Uwe commissie daartoe de bevoegdheid
mist, mij een weg te willen wijzen waarlangs ik mijn
bezwaren ter kennis van de bevoegde autoriteiten kan
brengen.
Bij voorbaat beleefd dankend,
hoogachtend:
[Linksonder:]
P. Vrees Jr
Korte Prinsengracht 25 I
[Rechtsonder, handtekening:]
P. Vrees Jr In deze brief beklaagt de visverkoper P. Vrees Jr. zich over de rantsoenering van vis tijdens de bezettingsjaren. Zijn kernargument is dat de Verdeelingscommissie een 'flat-rate' beleid voert waarbij iedere handelaar een gelijke hoeveelheid vis toegewezen krijgt. Vrees voert aan dat dit onrechtvaardig is voor grotere handelaren zoals hijzelf; hij exploiteert een "dubbele stal" en heeft daardoor hogere vaste lasten dan kleine handelaren die voor de oorlog nauwelijks omzet draaiden.
De toon van de brief is formeel en beleefd ("Hiermede vraag ik beleefd", "ter wille te zijn"), wat gebruikelijk was voor officiële correspondentie met overheidsinstanties. De aantekeningen in rode inkt en potlood bovenaan de brief tonen de bureaucratische afhandeling: het verzoek is afgewezen omdat de aanvrager volgens de commissie al de "hoogste toewijzing" ontvangt die binnen het systeem mogelijk is. Het document dateert uit september 1942, de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De schaarste aan goederen en voedsel nam in deze periode drastisch toe. Om de distributie te beheersen, werden verdeelingscommissies ingesteld die bepaalden hoeveel voorraad een winkelier of marktkraamhouder kreeg om te verkopen.
Voor de vishandel was de situatie extra precair. De visserij op de Noordzee was door de oorlogsvoering en mijnenvelden grotendeels stilgelegd of streng gereguleerd door de Kriegsmarine. De beperkte aanvoer van vis werd streng gerantsoeneerd. Deze brief is een direct getuigenis van de economische overlevingsstrijd van Amsterdamse kleine ondernemers in de Jordaanbuurt (de Korte Prinsengracht ligt aan de rand van de Jordaan) tijdens de oorlogsjaren, waarbij het eerlijkheidsgevoel van de ondernemer botste met de rigide, gelijkschakelende bureauvratie van de distributiestelsels. P. Vrees