Archief 745
Inventaris 745-385
Pagina 2
Dossier 28
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie (telefoonnotitie).

25 mei 1942.

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie (telefoonnotitie). 25 mei 1942. Weth. Straat telef. 25/5 42

bespreken met
Th. van Meurs vanmiddag :
briefje aan B.W. als weth.
gem. bedrijven, dat Dir.
Hofman v. d. Tram hun
heeft opgezegd per 1/9 v-
wachtlokaaltje op steiger 14
in gebruik bij M.W. (Mosselen-
comb.) voor verkoop mosselen
v- sept – juni.
Kantoortje is onmisbaar
voor bedr. mosselen. Er is geen
andere gelegenheid beschikbaar.
Het is wensch Weth Straat, dat
kantoortje voor de mosselen comb.
beschikbaar blijft.

[Geparaveerd met een gestileerde 'D'] Het document is een verslag van een telefoongesprek met wethouder Lambertus Straat op 25 mei 1942. De kern van de zaak is een dreigende opzegging van de huur van een klein bouwwerk ("wachtlokaaltje" of "kantoortje") op Steiger 14.

Directeur Hofman van de Tram (waarschijnlijk de Gemeentetram Amsterdam) heeft de huur opgezegd per 1 september. Dit lokaaltje wordt echter gebruikt door de "Mosselen-combinatie" voor de seizoensgebonden verkoop van mosselen (van september tot juni). De wethouder benadrukt dat dit kantoortje "onmisbaar" is omdat er geen alternatieve locatie beschikbaar is. Hij geeft de instructie om een brief te richten aan het college van Burgemeester en Wethouders (B.W.) om te bewerkstelligen dat de mosselverkoop op die plek gehandhaafd kan blijven.

Het handschrift is een vlot, zakelijk cursief uit de oorlogsjaren, waarbij belangrijke termen zoals "onmisbaar" zijn onderstreept voor nadruk. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. Wethouder Lambertus Straat (SDAP) bleef in het begin van de oorlog aan, maar de politieke verhoudingen waren complex. De distributie en verkoop van voedsel, waaronder mosselen, was in 1942 van groot belang voor de voedselvoorziening in de stad.

Steiger 14 bevond zich achter het Centraal Station in Amsterdam (De Ruijterkade), een knooppunt waar zowel trams als veerboten samenkwamen. De bemoeienis van de wethouder op dit detailniveau toont aan hoe schaars bedrijfsruimte en middelen waren tijdens de oorlogsjaren, en hoe direct de overheid betrokken was bij de organisatie van de kleinschalige voedselhandel.

Samenvatting

Het document is een verslag van een telefoongesprek met wethouder Lambertus Straat op 25 mei 1942. De kern van de zaak is een dreigende opzegging van de huur van een klein bouwwerk ("wachtlokaaltje" of "kantoortje") op Steiger 14.

Directeur Hofman van de Tram (waarschijnlijk de Gemeentetram Amsterdam) heeft de huur opgezegd per 1 september. Dit lokaaltje wordt echter gebruikt door de "Mosselen-combinatie" voor de seizoensgebonden verkoop van mosselen (van september tot juni). De wethouder benadrukt dat dit kantoortje "onmisbaar" is omdat er geen alternatieve locatie beschikbaar is. Hij geeft de instructie om een brief te richten aan het college van Burgemeester en Wethouders (B.W.) om te bewerkstelligen dat de mosselverkoop op die plek gehandhaafd kan blijven.

Het handschrift is een vlot, zakelijk cursief uit de oorlogsjaren, waarbij belangrijke termen zoals "onmisbaar" zijn onderstreept voor nadruk.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. Wethouder Lambertus Straat (SDAP) bleef in het begin van de oorlog aan, maar de politieke verhoudingen waren complex. De distributie en verkoop van voedsel, waaronder mosselen, was in 1942 van groot belang voor de voedselvoorziening in de stad.

Steiger 14 bevond zich achter het Centraal Station in Amsterdam (De Ruijterkade), een knooppunt waar zowel trams als veerboten samenkwamen. De bemoeienis van de wethouder op dit detailniveau toont aan hoe schaars bedrijfsruimte en middelen waren tijdens de oorlogsjaren, en hoe direct de overheid betrokken was bij de organisatie van de kleinschalige voedselhandel.