Doorslag van een officiële brief/beschikking.
Origineel
Doorslag van een officiële brief/beschikking. 28 oktober 1942. De Directeur (van een niet nader genoemde instantie, waarschijnlijk gelieerd aan de Visscherijcentrale). HG. Verz 28/10
46A/657/2 M.
28 October 1942.
den Heer C. Wels,
Tidorestraat 22 I,
Amsterdam-Oost.
Wijk 18B.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 29 September jl.
deel ik U mede, dat na onderzoek door de door de Visscherij-
centrale ingestelde Commissie is gebleken, dat U niet voor
een toewijzing van mosselen in aanmerking kunt komen.
Aan Uw verzoek kan derhalve geen gevolg worden gege-
ven.
De Directeur, * Inhoud: Het document is een formele afwijzing van een aanvraag voor een toewijzing van mosselen. De aanvrager, de heer C. Wels, had op 29 september 1942 een verzoek ingediend, dat na onderzoek door een commissie van de "Visscherijcentrale" is afgewezen.
* Vorm: Het betreft een getypte doorslag op dun papier, wat gebruikelijk was voor het archief van de verzendende instantie. De toon is zakelijk, afstandelijk en bureaucratisch.
* Administratieve details: De handgeschreven aantekening "Verz 28/10" duidt op de datum van verzending. Het adres in de Tidorestraat (Indische Buurt) bevat ook een wijknummer (Wijk 18B), wat in die tijd gebruikelijk was voor de administratie van distributie en bevolking in Amsterdam. * Historische periode: De brief dateert uit oktober 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
* Schaarste en distributie: Gedurende de oorlogsjaren was er een grote schaarste aan voedsel. Vrijwel alle levensmiddelen waren "op de bon" of werden centraal beheerd. De Visscherijcentrale was een van de instanties die door de overheid (onder toezicht van de bezetter) waren aangesteld om de productie en distributie van voedselbronnen, in dit geval vis en schelpdieren, te reguleren.
* Toewijzingen: Particulieren of ondernemers (zoals winkeliers of restauranthouders) moesten specifieke aanvragen indienen voor extra toewijzingen buiten de reguliere distributie om. Mosselen werden in de oorlog vaak gezien als een alternatieve eiwitbron wanneer vlees en vis schaars waren, maar ook de handel hierin was strikt aan banden gelegd. De afwijzing in deze brief suggereert dat de commissie oordeelde dat de noodzaak of het recht op deze specifieke toewijzing niet afdoende was aangetoond. C. Wels