Ambtelijke brief/memorandum.
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum. 4 november 1942. De Directeur (identificatie VD/HB). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (lokaal bestuur). [Handgeschreven, linksboven:] Verzonden 4/11
[Handgeschreven, middenboven:] ter mening Th Stubbe
sant mosselen toe te wijzen.
De Directeur. VD/HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
46A/827/2 M. 1. 4 November 1942.
Toewijzing mosselen
Th.Stubbe.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d.31 October
j.l. om advies ontvangen stuk No.948 L.M.1942, heb ik de eer U te
berichten, dat adressant bij de Mosselencombinatie als bona fide
mosselenventer bekend staat, die sedert jaren des winters met mos-
selen heeft gehandeld.
Gezien de reden, waarom hij het vorig seizoen geen mosselen
heeft geladen bestaat er mijnerzijds geen bezwaar om hem, in af-
wijking van den vastgestelden regel, dit jaar weder voor mosselen
in aanmerking te doen komen.
Indien U hiermede accoord kunt gaan, verzoek ik U beleefd mij
te machtigen om de Mosselencombinatie opdracht te geven aan adres-
sant mosselen toe te wijzen. Dit document is een ambtelijk advies betreffende de handel in schaarse goederen tijdens de Duitse bezetting. De kern van de brief is een verzoek om een uitzondering te maken voor de heer Th. Stubbe, zodat hij mosselen mag verkopen.
De schrijver (de Directeur) voert aan dat Stubbe een "bona fide mosselenventer" is—een belangrijke kwalificatie in een tijd waarin de overheid probeerde zwarte handel en onbetrouwbare handelaren uit te sluiten. Hoewel er blijkbaar een "vastgestelde regel" was die Stubbe zou uitsluiten (waarschijnlijk omdat hij het voorgaande seizoen niet actief was geweest), wordt hier gepleit voor clementie. De formele, bijna onderdanige toon ("heb ik de eer U te berichten", "verzoek ik U beleefd") is typerend voor de Nederlandse ambtelijke stijl uit de vroege 20e eeuw. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had de zware taak om de distributie van schaarse middelen in goede banen te leiden. Hoewel mosselen niet altijd op de bon waren, was de handel erin wel gecentraliseerd (hier genoemd als de "Mosselencombinatie") om de prijzen en de verdeling te controleren.
Voor een kleine zelfstandige als een mosselenventer was een dergelijke toewijzing van levensbelang om in het eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. Het document illustreert de bureaucratische realiteit van de bezettingsjaren, waarbij zelfs voor de verkoop van mosselen officiële toestemming en afwijkingen van regels nodig waren. De afkorting "L.M." in het referentienummer verwijst zeer waarschijnlijk naar de afdeling "Levensmiddelen".