Archief 745
Inventaris 745-387
Pagina 289
Dossier 75
Jaar 1942
Stadsarchief

Uittreksel uit een reglement of verordening betreffende arbeidsvoorwaarden (Werkliedenreglement).

Dossier: 19

Origineel

Uittreksel uit een reglement of verordening betreffende arbeidsvoorwaarden (Werkliedenreglement). 82 Reg. No. 19 Werkl. (1e vervolg)

telijke mededeeling worden gedaan aan den desbetreffenden Wethouder.
(3). Indien Burgemeester en Wethouders het verleenen van een algemeene machtiging, als in het tweede lid bedoeld, niet noodig achten, kan, na verkregen vergunning van den Wethouder, onder wien een diensttak ressorteert, indien de omstandigheden dit noodig maken, werk worden opgedragen buiten de uren van den geldenden rooster.
Van zoodanige vergunning wordt slechts zoodanig gebruik gemaakt, dat een jeugdig persoon beneden de 16 jaar niet langer arbeid verricht dan tien uren per dag en acht en veertig uren per week en een jeugdig persoon van 16 jaar of ouder of een vrouw niet langer dan tien uren per dag en vijf en vijftig uren per week en een man niet langer dan elf uren per dag en twee en zestig uren per week.
Vóór het verleenen eener vergunning wordt het advies van den Wethouder voor de Arbeidszaken ingewonnen:
a indien de vergunning zich over een tijdvak van meer dan veertien dagen uitstrekt;
b indien nog geen zes dagen verloopen zijn sinds voor denzelfden persoon een vergunning is gegeven, behalve in een aantal gevallen, door den Wethouder bepaald.
Van het verleenen der vergunning wordt kennis gegeven aan den Wethouder voor de Arbeidszaken en, indien bij den desbetreffenden diensttak een Dienstcommissie is ingesteld, aan deze Dienstcommissie.
(4). Indien uit hoofde van een der bepalingen, vervat in het 1e, 2e of 3e lid, overwerk is verricht, wordt binnen twee maanden een gelijk aantal vrije uren aan den werkman hiervoor in de plaats gegeven.
Van het bepaalde in zake het vergoeden van de overuren door het geven van vrije uren binnen twee maanden, mag alleen bij hooge uitzondering worden afgeweken.

V. Doorbetaling van loon gedurende den schafttijd.

(1). Indien op den werkrooster bepaalde schafttijden zijn aangegeven (al of niet met de bijvoeging, dat deze schafttijden in verband met den loop der werkzaamheden een uur vroeger of later gesteld kunnen worden), krijgen de werklieden, wanneer zij gedurende den geheelen schafttijd of een gedeelte daarvan moeten doorwerken, daarvoor betaling op den voet van art. 25 van het Werkliedenreglement.
(2). Indien op den rooster schafttijden staan aangegeven, doch de werklieden verplicht zijn gedurende die schafttijden op het werk te blijven en — terwijl hun gewone werk blijft rusten — zoo noodig eenige waakzaamheid uit te oefenen, wordt voor zulke schafttijden — voor zoover zij langer dan 1/2 uur duren — aan de werklieden per uur een toeslag op hun loon gegeven van 1/96 van hun gewone weekloon. Deze schafttijd wordt dan niet als „werktijd” aangemerkt.
(3). Indien aan de werklieden, ten gevolge van den aard der werkzaamheden, geen bepaalde schafttijden kunnen worden verleend, wordt de

5e Aanv. Reg. Werkl.

--- Dit document is een pagina uit een administratief reglement voor werklieden (waarschijnlijk in dienst van een gemeente, gezien de verwijzing naar Burgemeester en Wethouders). De tekst regelt de juridische en financiële kaders voor afwijkingen van het normale werkrooster.

Belangrijke punten in de tekst:
1. Overwerk-restricties: Er gelden strikte maxima voor arbeidsuren bij overwerk, waarbij onderscheid wordt gemaakt naar leeftijd en geslacht. Opvallend is dat mannen langer mogen werken (11 uur per dag / 62 uur per week) dan vrouwen en jongeren boven de 16 (10 uur per dag / 55 uur per week).
2. Compensatie: Overwerk moet in principe gecompenseerd worden met vrije tijd ("tijd voor tijd") binnen een periode van twee maanden.
3. Schafttijd-regeling: Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen 'doorwerken' tijdens de pauze (volledige betaling conform art. 25) en 'aanwezigheid/waakzaamheid' tijdens de pauze. In het laatste geval krijgt de arbeider een toeslag (1/96 van het weekloon), maar telt de tijd niet mee als officiële werktijd.

--- Dit document stamt uit de eerste helft van de 20e eeuw (vermoedelijk jaren '20 of '30), een periode waarin de arbeidswetgeving in Nederland zich sterk ontwikkelde. De gedetailleerde regels voor overwerk en de bescherming van vrouwen en "jeugdige personen" zijn typerend voor de nasleep van de Arbeidswet van 1919 (de wet van Aalberse).

De term "Wethouder voor de Arbeidszaken" en de verwijzing naar de "Dienstcommissie" duiden op een gemeentelijke context, mogelijk Amsterdam of een andere grote stad, waar specifieke rechtspositieregelingen voor gemeentewerklieden werden vastgelegd in dergelijke "Reglementen voor Werklieden". Het gebruik van breuken zoals 1/96 van een weekloon voor een toeslag is kenmerkend voor de toenmalige berekeningswijzen van uurlonen in een tijd waarin de werkweek vaak nog 48 uur of langer was. V. Doorbetaling

Samenvatting

Dit document is een pagina uit een administratief reglement voor werklieden (waarschijnlijk in dienst van een gemeente, gezien de verwijzing naar Burgemeester en Wethouders). De tekst regelt de juridische en financiële kaders voor afwijkingen van het normale werkrooster.

Belangrijke punten in de tekst:
1. Overwerk-restricties: Er gelden strikte maxima voor arbeidsuren bij overwerk, waarbij onderscheid wordt gemaakt naar leeftijd en geslacht. Opvallend is dat mannen langer mogen werken (11 uur per dag / 62 uur per week) dan vrouwen en jongeren boven de 16 (10 uur per dag / 55 uur per week).
2. Compensatie: Overwerk moet in principe gecompenseerd worden met vrije tijd ("tijd voor tijd") binnen een periode van twee maanden.
3. Schafttijd-regeling: Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen 'doorwerken' tijdens de pauze (volledige betaling conform art. 25) en 'aanwezigheid/waakzaamheid' tijdens de pauze. In het laatste geval krijgt de arbeider een toeslag (1/96 van het weekloon), maar telt de tijd niet mee als officiële werktijd.


Historische Context

Dit document stamt uit de eerste helft van de 20e eeuw (vermoedelijk jaren '20 of '30), een periode waarin de arbeidswetgeving in Nederland zich sterk ontwikkelde. De gedetailleerde regels voor overwerk en de bescherming van vrouwen en "jeugdige personen" zijn typerend voor de nasleep van de Arbeidswet van 1919 (de wet van Aalberse).

De term "Wethouder voor de Arbeidszaken" en de verwijzing naar de "Dienstcommissie" duiden op een gemeentelijke context, mogelijk Amsterdam of een andere grote stad, waar specifieke rechtspositieregelingen voor gemeentewerklieden werden vastgelegd in dergelijke "Reglementen voor Werklieden". Het gebruik van breuken zoals 1/96 van een weekloon voor een toeslag is kenmerkend voor de toenmalige berekeningswijzen van uurlonen in een tijd waarin de werkweek vaak nog 48 uur of langer was.

Genoemde Personen 1

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 2