Archiefdocument
Origineel
A.J.L. Schindeler, namens een grote groep vishandelaren. lasten, winkelhuurm water, electra en meestal vast personee
2e. Standplaatshouders.
( Menschen, die reeds gedurende jaren het geheele jaar
visch verkochten en zich ook werkelijk als zoodanig hebben
geïnstalleerd.)
3e. De beunhazers( Zie boven ).
Wij zouden het als billijk en juist beschouwen, in-
dien de verdeeling der aanvoeren volgens deze groepen op
een basis van resp.3, 2 en 1 werden gesteld.
Verder achten wij het onjuist, dat de bestaande ver-
deeling van de zoogenaamde fijnvisch zoodanig is, dat deze
in handen komt van menschen, die hier vroeger nimmer naar
omkeken niet alleen, maar die hiervoor ook thans geen af-
zetgebied hebben, hetgeen tot gevolg kan hebben een clan-
destien verkwanselen, met alle schadelijke gevolgen van
dien. Juister zou o.i. zijn deze fijnvisch toe te wijzen
uitsluitend aan diegenen, die hiervoor ook vroeger als
kooper optraden.
Ten slotte moeten wij U nog opmerkzaam maken op het
feit, dat door de Visscherij Centrale werd bepaald, dat
elke kist visch 110 pond moet bevatten, welke voor 100
pond mag worden berekend, waarmede den laatsten tijd nog
al eens de hand wordt gelicht; mogen wij U ook nog wijzen
op de geringe winstmarge op de zeevisch waarvan nog af-
moet 4 cent per kilo kosten benevens de 2½ % omzetbelasting
gunstig berekend varieert deze op een netto winst van ca.
8 tot 14 %.
Wij vertrouwen, dat U Uw aandacht aan bovenstaande
grieven en klachten zult willen verleenen en zijn gaarne
bereid zoo noodig een en ander nader mondeling toe te
lichten.
Hoogachtend,
A.J.L.Schindeler, 2e Hugo de Grootstraat 66 III,
steller van dit schrijven
Lijst van onderteekenaars en ahaesie betuigers:
W.H.Grosse Nipper. Fa.Sauer W. v. Schaik P.Mooyer
J.R.Grosse Nipper G.A.Wezer J.Bosbaan J.Koning
N.Veerman G.Goozen J.Smit. K.Koning
D-Fleysman J.Dombroek Kl.Tol P.Vrees Sr.
C.Mooyer Jr. A.Dombroek T.Spaargaren P.Schilder
A.Boekelman S.Ekkelboom P.Verschuren A.Hoving
J.Boekelman F.Visser J.Wels R.Verbrugge
Gebr.Hoogenbirk W. de Clerk A.Hagendoorn Fa. de Jong
J.F.Jansen W.Aal J.Seur
D.Gooyer J.Westhoff A.v.Schaik
Th.C.Jacques Zwaan J.Wijnschenk J.Looyen
C.Braam en Co. C.Biesenbeek J.Looyen
C.Bonnier W.Böhne K.Schouten
H.G.Bonnier B.Rietveld K.Zwaan
I.Braam H.Rietveld H.Tervoort Sr.
P.D-Stoeltie J.Fafieani Sr. id. Jr.
Fa.W.Geys id. Jr. M.E.Jansen
C.Schindeler N.ter Voort Y.Rienstra
T-Schilder C.Mooyer Jr. F.Dijkstal
W.Botter id. Sr. P.Roosendaal
P.Vrees Jr. F.Schilder van Wijngaarden
H.Schilder - Probleemstelling: De gevestigde vishandelaren uiten hun frustratie over de oneerlijke verdeling van de visvoorraad. Zij maken onderscheid tussen drie groepen: winkeliers (die hoge vaste lasten hebben), standplaatshouders en 'beunhazers' (occasionele handelaren). Zij stellen een verdeelsleutel van 3:2:1 voor.
- Zwarte handel: Er wordt gewaarschuwd voor de "clandestiene" handel in 'fijnvisch' (luxe vissoorten). De schrijvers vinden dat deze vis enkel aan ervaren handelaren moet worden toegewezen om te voorkomen dat het op de zwarte markt belandt.
- Financiële klachten: Men klaagt over het gewicht van de kisten (er wordt meer vis geleverd dan waarvoor betaald wordt, of andersom), de winstmarge die na aftrek van kosten en belastingen slechts 8 tot 14% bedraagt, en de "Visscherij Centrale" die deze regels stelt.
- Paleografie en spelling: Typische typemachine-tekst met kleine foutjes (zoals "ahaesie" voor adhesie en "personee" aan de rand). De namenlijst bevat veel namen die nog steeds bekend zijn in de Nederlandse vishandel (bijv. Mooyer, Veerman). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De "Visscherij Centrale" was een overheidsorgaan dat de visdistributie reguleerde onder toezicht van de bezetter. Door de schaarste was er een strikte rantsoenering en een bloeiende zwarte markt. De legale handelaren, zoals de ondertekenaars, voelden zich benadeeld door nieuwkomers en amateurs ('beunhazers') die zonder de lasten van een fysieke winkel toch vis kregen toegewezen en deze vaak clandestien duurder doorverkochten. De genoemde locatie (2e Hugo de Grootstraat) duidt op een Amsterdamse oorsprong van het schrijven.