Handgeschreven memo of ambtelijke notitie.
Origineel
Handgeschreven memo of ambtelijke notitie. Het adres van J. en J.J.
Hagedoorn aan de N.V.C.
geeft aanleiding tot de
volgende opmerkingen:
J. de Keer en R. Toet
verkoopen in 1940 af
zeevisch. Dientengevolge
ontvangen deze kooplie-
den een enkele toewijzing
zeevisch. Vóór 1940
waren deze kooplieden
voor zoover mij bekend
in de haringhandel.
W.B. Reuter Sr. was reeds
vóór 1939 van haringhande-
laar overgegaan in de
handel met versche visch.
R. ontvangt dan ook
toewijzing versche visch.
J. de Haas, Jac. en M. Th.
Klapmuts hebben altijd
gerookte visch verkocht
en ontvangen dientenge Het document is een ambtelijk schrijven waarin de zakelijke voorgeschiedenis van verschillende vishandelaren wordt vastgelegd. De kern van het betoog is het rechtvaardigen of verifiëren van de "toewijzing" (visquota) die deze handelaren ontvangen.
Er wordt een strikt onderscheid gemaakt tussen verschillende takken van de visserij:
1. Zeevisch: Handelaren zoals De Keer en Toet zijn hier pas in 1940 mee begonnen.
2. Haringhandel: De oorspronkelijke sector van de meeste genoemde personen.
3. Versche visch: De sector waarin W.B. Reuter Sr. zich al vóór de oorlog specialiseerde.
4. Gerookte visch: De specialisatie van de familie Klapmuts en J. de Haas.
De tekst breekt af aan het einde van de pagina bij het woord "dientenge" (waarschijnlijk "dientengevolge"), wat suggereert dat er een vervolgpagina was waarop de toewijzing voor gerookte vis werd bevestigd. Dit document stamt zeer waarschijnlijk uit de vroege jaren van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De afkorting N.V.C. staat voor de Nederlandsche Vischcentrale, een distributie-orgaan dat door de bezetter werd ingesteld (onderdeel van de Rijksdienst voor de Visscherij) om de schaarse voedselvoorziening te reguleren.
In deze periode was de vrije handel afgeschaft en werkten handelaren met vergunningen en quota. Om in aanmerking te komen voor een toewijzing van een bepaald type vis (zoals "versche visch" of "zeevisch"), moest men kunnen aantonen dat men in de jaren vóór de oorlog (de referentieperiode, vaak 1939 of begin 1940) reeds in die branche werkzaam was. Deze notitie dient als bewijsvoering of controle om te bepalen wie recht heeft op welke schaarse handelswaar. De genoemde namen (zoals Toet, Reuter en Klapmuts) zijn bekende vissersfamilies, met name uit de regio Scheveningen.