Handgeschreven ambtelijke notitie of verslagfragment.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of verslagfragment. volge een enkele toewij-
zing gerookte aal en
gerookte visch.
J. en J.J. Hagedoorn wa-
ren voorheen uitsluitend
haringhandelaren.
In September 1941
zijn zij in versche visch
gaan handelen en hebben
volgens verklaring van
Thomas Rub, ~~wordt~~
groothandelaar, in de
periode September 1941
tot September 1942 onge-
veer 20 à 30 kg per
dag afgenomen.
In de vergaderingen
v. de verdeelingscom-
missie gehouden op
8 en 15 November j.l.
is het verzoek v. d. De tekst is een ambtelijke vastlegging betreffende een aanvraag voor een toewijzing (quotum) van gerookte aal en vis. De kern van het betoog is dat de firma J. en J.J. Hagedoorn hun bedrijfsactiviteiten hebben uitgebreid: waar zij voorheen enkel in haring handelden, zijn zij in september 1941 overgegaan op de handel in verse vis.
Om dit te bewijzen wordt een getuigenis van groothandelaar Thomas Rub aangehaald, die bevestigt dat zij gedurende een jaar (sept. '41 - sept. '42) dagelijks aanzienlijke hoeveelheden vis (20-30 kg) bij hem hebben afgenomen. Het document eindigt bij de vermelding dat dit verzoek is besproken tijdens vergaderingen van de "verdeelingscommissie" in november. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was de handel in levensmiddelen, waaronder vis, strikt gereguleerd via een distributiesysteem. Handelaren hadden officiële toewijzingen nodig om goederen te mogen inkopen en verkopen. Vanwege de oorlogsomstandigheden was de zeevisserij (en daarmee de haringhandel) sterk ingeperkt, waardoor veel handelaren probeerden over te stappen op andere vissoorten. "Verdeelingscommissies" speelden hierbij een cruciale rol in het beoordelen van de rechtmatigheid van dergelijke verzoeken op basis van handelsgeschiedenis. J.J. Hagedoorn WA
Samenvatting
De tekst is een ambtelijke vastlegging betreffende een aanvraag voor een toewijzing (quotum) van gerookte aal en vis. De kern van het betoog is dat de firma J. en J.J. Hagedoorn hun bedrijfsactiviteiten hebben uitgebreid: waar zij voorheen enkel in haring handelden, zijn zij in september 1941 overgegaan op de handel in verse vis.
Om dit te bewijzen wordt een getuigenis van groothandelaar Thomas Rub aangehaald, die bevestigt dat zij gedurende een jaar (sept. '41 - sept. '42) dagelijks aanzienlijke hoeveelheden vis (20-30 kg) bij hem hebben afgenomen. Het document eindigt bij de vermelding dat dit verzoek is besproken tijdens vergaderingen van de "verdeelingscommissie" in november.
Historische Context
Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was de handel in levensmiddelen, waaronder vis, strikt gereguleerd via een distributiesysteem. Handelaren hadden officiële toewijzingen nodig om goederen te mogen inkopen en verkopen. Vanwege de oorlogsomstandigheden was de zeevisserij (en daarmee de haringhandel) sterk ingeperkt, waardoor veel handelaren probeerden over te stappen op andere vissoorten. "Verdeelingscommissies" speelden hierbij een cruciale rol in het beoordelen van de rechtmatigheid van dergelijke verzoeken op basis van handelsgeschiedenis.