Archiefdocument
Origineel
19 mei 1942. De Weer-afdeeling (WA) der N.S.B., Stafkwartier. [Rechtsboven, handgeschreven:]
Le Ruiller [?]
②
vG/B.
[Briefhoofd, getypt:]
de Weer-afdeeling der N.S.B.,
Stafkwartier,
Maliebaan 76,
Utrecht.
[Kenmerk en datum:]
66/15/1 M. 1 19 Mei 1942.
[Inhoud:]
In bijlage dezes doe ik U een nota toekomen ten bedrage van f 17-; ik verzoek U dit bedrag te storten op rekening No. 74 van het bedrijf der Centrale Markt bij het Gemeentelijk Girokantoor, welk kantoor is aangesloten bij den Rijks Postcheque-en Girodienst onder No. 13500.
De Directeur,
[Linksonder, handgeschreven aantekeningen:]
noteren in debiteurenboek
gestort
21/5-42 [gevolgd door een paraaf] Deze brief is een formeel betalingsverzoek van de directie van de Weerbaarheidsafdeling (WA) van de NSB. Het betreft de betaling van een relatief klein bedrag (17 gulden) aan de "Centrale Markt". Het document illustreert de dagelijkse administratieve gang van zaken binnen de nationaalsocialistische organisaties in bezet Nederland.
Opvallend zijn de handgeschreven toevoegingen onderaan de brief. Deze fungeren als een administratief stempel: de opdracht om de post in het debiteurenboek te noteren en de bevestiging dat het bedrag daadwerkelijk is "gestort" op 21 mei 1942, twee dagen na dagtekening van de brief. De gebruikte terminologie ("in bijlage dezes") is typisch voor de formele, ambtelijke stijl van die tijd. De brief is afkomstig van het stafkwartier van de WA aan de Maliebaan 76 in Utrecht. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de Maliebaan het centrum van de Duitse bezettingsmacht en de collaborerende NSB in Nederland. Vrijwel elk pand in deze straat werd gebruikt door organisaties zoals de SD (Sicherheitsdienst), de SS, of de NSB.
De Weer-afdeeling (WA) was de geüniformeerde, paramilitaire tak van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). Ze stonden bekend om hun zwarte uniformen en hun betrokkenheid bij straatgeweld, intimidatie van politieke tegenstanders en hulp aan de bezetter. Hoewel deze brief een puur administratief karakter heeft (het betalen van een markt-nota), herinnert het briefpapier aan een gewelddadige en beruchte organisatie die vanuit het hart van Utrecht opereerde.