Officieel ambtelijk schrijven/rapport.
Origineel
Officieel ambtelijk schrijven/rapport. 22 mei 1942. Vermoedelijk de directeur van de Centrale Markt of een daaraan gelieerde dienst (gezien de context van de strafoplegging). [Stempel/Kenmerk linksboven:]
VB/HG.
77/37/8 M.
[Handgeschreven aantekening rechtsboven, paraaf en datum:]
Verzonden 22/5 [onleesbaar]
22 Mei 1942.
Straf Gebr.P.en J.Karseboom,
F.Jansen en G.Peters.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U afschriften te doen toekomen van rapporten d.d. 7 en 12 Mei jl. van den controleur B.Felthuis van mijn dienst, waaruit blijkt, dat J.Karseboom, leider van het expeditiebedrijf bekend op de Centrale Markt onder den naam Gebr.P. en J.Karseboom, Bellamystraat 12A II, aan wie als expediteur en G.Peters, Jan van Galenstraat 200, wien als kooper van gedenatureerde producten toegang tot de Centrale Markt is verleend, zich aldaar hebben schuldig gemaakt aan het onbevoegd uitoefenen van den groothandel met een partij aardappelen, welke niet voor de consumptie geschikt was, terwijl bij deze transacties eveneens overschrijding der maximumprijzen heeft plaats gevonden. Bovendien hebben de genoemde Gebrs. Karseboom, onder andere in samenwerking met J.F.Jansen, Marnixstraat 323, die eveneens als expediteur toegang tot de Centrale Markt had, handel gedreven met een bon recht gevende op den aankoop van 25 hl. Drentsche zandaardappelen, eveneens tegen te hoogen prijs. Door deze handelingen is de goede gang van zaken bij de distributie van aardappelen op de Centrale Markt ernstig in gevaar gebracht. Genoemde expediteurs en de kooper Peters zijn derhalve dezerzijds, ingevolge het bepaalde in artikel 35 van het Reglement op de Centrale Markt gestraft met ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt voor den tijd van 14 dagen, namelijk van 15 tot en met 28 Mei a.s.
[Handgeschreven kanttekening linker marge:]
hie aangehouden wegens […] 22/5/42
De in beide rapporten genoemden winkeliers zijn dezerzijds nog geen straffen opgelegd, omdat eerst wordt afgewacht in hoeverre deze winkeliers, wegens overschrijding der maximumprijzen door de Inspectie voor de Prijsbeheersching zullen worden gestraft, hetgeen dan eveneens uitsluiting van de Centrale Markt tengevolge zal hebben.
Inzake het verhandelen van een aardappelbon is proces-verbaal opgemaakt. In aansluiting op de door mij opgelegde straffen, acht ik het, in verband met den ernst der gepleegde feiten gewenscht, dat de expediteurs Gebrs.P. en J.Karseboom en J.F.Jansen en de kooper G.Peters, voor lange- [document loopt af] * Kern van de zaak: Het document beschrijft disciplinaire maatregelen tegen diverse actoren op de Amsterdamse Centrale Markt wegens illegale handelspraktijken tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Overtredingen:
1. Onbevoegde groothandel: Het verkopen van aardappelen die ongeschikt waren voor menselijke consumptie (mogelijk veevoer of industrieel product).
2. Prijsopdrijving: Het overschrijden van de wettelijk vastgestelde maximumprijzen (zwarte handel).
3. Fraude met distributiebescheiden: De handel in een aardappelbon voor een aanzienlijke hoeveelheid (25 hectoliter) hoogwaardige aardappelen.
* Strafmaat: De directeuren/expediteurs kregen een marktverbod van 14 dagen opgelegd op basis van het marktreglement. Er werd tevens een officieel proces-verbaal opgemaakt, wat duidt op strafrechtelijke vervolging naast de administratieve sanctie.
* Terminologie: Termen als "gedenatureerde producten" wijzen op goederen die door toevoegingen ongeschikt zijn gemaakt voor consumptie, maar die hier illegaal toch als voedsel werden verhandeld. Dit document stamt uit mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was het distributiestelsel (de bonnenkaart) cruciaal voor de voedselvoorziening van de bevolking. Vanwege de toenemende schaarste was er een enorme druk op de markt en tierde de zwarte handel welig.
De overheid hield streng toezicht via instanties zoals de "Inspectie voor de Prijsbeheersching". Overtredingen zoals beschreven in dit document werden niet alleen gezien als economische delicten, maar als een directe bedreiging voor de stabiliteit van de voedselvoorziening in de stad. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was het zenuwcentrum van de voedseldistributie; uitsluiting van deze plek betekende effectief het einde van iemands legale handelsactiviteiten. De toon van het document is strikt bureaucratisch en illustreert de harde hand waarmee de distributieregels werden gehandhaafd.