Archief 745
Inventaris 745-391
Pagina 169
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag), bladzijde 2.

14 augustus 1942. Van: Directeur van het Marktwezen en de Gemeentelijke Adviseur voor de Voedings- en Distributie-aangelegenheden. Aan: De Wethouder voor de Levensmiddelen (Amsterdam).

Origineel

Getypte brief (doorslag), bladzijde 2. 14 augustus 1942. Directeur van het Marktwezen en de Gemeentelijke Adviseur voor de Voedings- en Distributie-aangelegenheden. De Wethouder voor de Levensmiddelen (Amsterdam). Bladzijde 2 van brief No. 77/37/17 M.d.d.14 Augustus 1942 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen en den Gemeentelijken Adviseur voor de Voedings-en Distributie-aangelegenheden.

Voorts hadden de Politie-autoriteiten, die deze zaken in behandeling hadden, hem verzocht vooral snog tegen de winkeliers, die de onderhavige zaken hadden aangebracht geen strafmaatregelen te nemen, omdat het dan in de toekomst moeilijk zou worden om in soortgelijke zaken politioneel in te grijpen, aangezien betrokkenen uit angst voor onaangename gevolgen voor zichzèlf, zouden zwijgen. Dergelijke verzoeken worden veelvuldig door ambtenaren van Prijsbeheersching of Politie gedaan.

Intusschen is van de Prijsbeheersching telefonisch bericht ontvangen, dat de klachten tegen de winkeliers zijn geseponeerd, zoodat dus geen verdere strafvervolging van die zijde tegen hen zal worden ingesteld. Bij deze gelegenheid deelde de Inspecteur voor de Prijsbeheersching in het Ressort Amsterdam mede, dat hij zijn standpunt ten aanzien van sluiting van zaken in aardappelen, groenten en fruit van kleinhandelaren radicaal heeft gewijzigd, op grond waarvan hij voortaan niet meer tot het opleggen van deze straf zou overgaan. De reden, waarom hij tot dit veranderd standpunt is gekomen is gelegen in de moeilijkheden, die bij sluiting van levensmiddelenzaken voor de burgerij ontstaan. Genoemde Inspecteur drong er op aan, dat voortaan als strafmaatregel aan winkeliers den toegang tot de Centrale Markt niet meer zou worden ontzegd, omdat dit practisch sluiting van hun zaken tot gevolg heeft, dat juist in dezen tijd van schaarste aan groenten tot vrijwel onoverkomelijke moeilijkheden voor de klanten van de desbetreffende zaken leidt. In dit verband mogen wij U wijzen op de ondervindingen opgedaan met de maatregelen van de zijde van het Gemeentebestuur genomen om hierin te voorzien en die niet als geheel geslaagd mogen worden beschouwd.

Ondergeteekenden kunnen zich evenwel niet met het standpunt van genoemden Inspecteur vereenigen en achten het gewenscht, mede gelet op Uw brief van 27 Juli j.l., deze aangelegenheid thans opnieuw te bezien.

Zij willen daarbij vooropstellen, dat de vraag, of de Gemeente zich voor zaken van prijsovertredingen en dergelijke geheel afhankelijk moet stellen van het standpunt door de Inspectie voor de Prijsbeheersching ingenomen, ontkennend moet worden beantwoord. Zij zijn van meening, dat het Gemeentebestuur - op grond van ei- / gen verantwoordelijkheid - de maatregelen dient te nemen, waar- / van het dragen voor het meent de verantwoordelijkheid te kunnen dragen.

Hiervan uitgaande dient dan gelet te worden op letter en geest der bepalingen van het Reglement op de Centrale Markt. Naar het oordeel der ondergeteekenden zijn deze namelijk zoodanig, dat ook gestraft moet worden voor feiten, welke buiten de Centrale Markt zijn gepleegd, indien zij indirect de orde of den goeden gang van zaken op de Centrale Markt in gevaar brengen. Hiertoe dienen zeker in dezen tijd de overtredingen terzake van prijsop- / drijving, ook als deze buiten de Centrale Markt plaatsvinden, te worden gerekend. Van beteekenis is niet in de eerste plaats waar, doch dat deze overtredingen plaatsvinden.

Intusschen dienen de moeilijkheden, verbonden aan sluiting van zaken der kleinhandelaren niet uit het oog te worden verloren, zoodat het zeker gewenscht is ten deze de noodige voorzichtigheid te betrachten. Teneinde echter het gezag der Gemeentelijke Overheid tegenover alle overtreders te doen gelden, komt het ons gewenscht voor, dat alsnog tegen de winkeliers Van Mourik en Groot een strafmaatregel wordt getroffen.

  • zelf * Kern van het geschil: Er is een conflict tussen de nationale/regionale Prijsbeheersing en de Amsterdamse gemeentelijke autoriteiten (Marktwezen). De Inspecteur van de Prijsbeheersing wil stoppen met het sluiten van winkels of het ontzeggen van toegang tot de Centrale Markt, omdat dit de voedselvoorziening voor de burgers ("de burgerij") in tijden van schaarste te hard treft.
  • Standpunt gemeente: De auteurs van de brief (Directeur Marktwezen) zijn het hier niet mee eens. Zij vinden dat de gemeente een eigen verantwoordelijkheid heeft om op te treden tegen "prijsopdrijving", zelfs als dit buiten de Centrale Markt gebeurt. Zij vrezen dat het gezag van de overheid ondermijnd wordt als er niet gestraft wordt.
  • Specifieke casus: De brief eindigt met het advies om specifiek tegen twee winkeliers, "Van Mourik en Groot", alsnog strafmaatregelen te treffen om een voorbeeld te stellen.
  • Taalkundige details: De tekst bevat diverse typefouten die kenmerkend zijn voor haastig typewerk (zoals "vooral snog" in plaats van "vooralsnog") en bevat de toen gangbare spelling ("zoodat", "ondergeteekenden"). In de marge is een correctie/toevoeging aangebracht ("/van het dragen") om de zin over verantwoordelijkheid kloppend te maken. Dit document stamt uit augustus 1942, de periode van de Duitse bezetting van Nederland. In deze tijd was er sprake van toenemende schaarste aan primaire levensmiddelen. Om de inflatie en de zwarte handel te beteugelen, hanteerde de bezetter strikte prijsvoorschriften via de "Prijsbeheersching".

De brief illustreert de bureaucratische spanningen in het bestuur: enerzijds de noodzaak om winkels open te houden voor de distributie naar de bevolking, en anderzijds de drang van lokale autoriteiten om streng op te treden tegen fraude en prijsopdrijving om de orde te handhaven. Het noemen van de "Centrale Markt" (de huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) onderstreept het belang van deze locatie als de 'buik van Amsterdam'. De "burgerij" die genoemd wordt, bevond zich op dat moment in een steeds nijpender positie door rantsoenering en tekorten.

Samenvatting

  • Kern van het geschil: Er is een conflict tussen de nationale/regionale Prijsbeheersing en de Amsterdamse gemeentelijke autoriteiten (Marktwezen). De Inspecteur van de Prijsbeheersing wil stoppen met het sluiten van winkels of het ontzeggen van toegang tot de Centrale Markt, omdat dit de voedselvoorziening voor de burgers ("de burgerij") in tijden van schaarste te hard treft.
  • Standpunt gemeente: De auteurs van de brief (Directeur Marktwezen) zijn het hier niet mee eens. Zij vinden dat de gemeente een eigen verantwoordelijkheid heeft om op te treden tegen "prijsopdrijving", zelfs als dit buiten de Centrale Markt gebeurt. Zij vrezen dat het gezag van de overheid ondermijnd wordt als er niet gestraft wordt.
  • Specifieke casus: De brief eindigt met het advies om specifiek tegen twee winkeliers, "Van Mourik en Groot", alsnog strafmaatregelen te treffen om een voorbeeld te stellen.
  • Taalkundige details: De tekst bevat diverse typefouten die kenmerkend zijn voor haastig typewerk (zoals "vooral snog" in plaats van "vooralsnog") en bevat de toen gangbare spelling ("zoodat", "ondergeteekenden"). In de marge is een correctie/toevoeging aangebracht ("/van het dragen") om de zin over verantwoordelijkheid kloppend te maken.

Historische Context

Dit document stamt uit augustus 1942, de periode van de Duitse bezetting van Nederland. In deze tijd was er sprake van toenemende schaarste aan primaire levensmiddelen. Om de inflatie en de zwarte handel te beteugelen, hanteerde de bezetter strikte prijsvoorschriften via de "Prijsbeheersching".

De brief illustreert de bureaucratische spanningen in het bestuur: enerzijds de noodzaak om winkels open te houden voor de distributie naar de bevolking, en anderzijds de drang van lokale autoriteiten om streng op te treden tegen fraude en prijsopdrijving om de orde te handhaven. Het noemen van de "Centrale Markt" (de huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) onderstreept het belang van deze locatie als de 'buik van Amsterdam'. De "burgerij" die genoemd wordt, bevond zich op dat moment in een steeds nijpender positie door rantsoenering en tekorten.

Gerelateerde Documenten 1