Getypte verklaring/proces-verbaal (pagina 6 van een groter dossier).
Origineel
Getypte verklaring/proces-verbaal (pagina 6 van een groter dossier). Betreft gebeurtenissen van 28 mei 1942 tot en met 1 juni 1942. -6-
die als personeel in dienst is bij grossier Lindeman. Gerard Sligte zou de kisten, welke wij zouden wegnemen, inleveren bij de emballage-afdeeling van de Nederlandsche Veiling op naam van zijn baas Lindeman. Hierbij kwamen wij overeen, dat het geld, dat Gerard Sligte zou ontvangen voor de ledige kisten, gelijk onder ons vieren zou worden verdeeld. Zoo is het ons, nadat wij deze afspraak gemaakt hadden, eenige malen gelukt, een partij ledige kisten uit de exportloods weg te nemen, Hierbij gingen wij als volgt te werk. Des morgens, nog voordat iemand anders van het personeel van de Nederlandsche Veiling in de exportloods was, laadden wij dan een partij kisten op een handkar, die wij hierna op pier E in de omgeving van de exportloods neerzetten. Later werd deze kar door Gerard Sligte weggehaald en leverde hij de kisten in bij de Nederlandsche Veiling. Zooals ik reeds zeide, het geld, dat hij hiervoor ontving, werd dan gelijk onder ons vieren gedeeld. Ook op 28 Mei 1942, hebben wij des morgens een kar met ledige kisten geladen, deze handkar was gemerkt met No.40. Ook deze kisten zijn voorzoover ik weet door Gerard Sligte ingeleverd bij de Nederlandsche Veiling. Of hij het geld van deze kisten heeft ontvangen, weet ik niet. Ik heb daar althans niets van gehad. Ik had van niemand toestemming gekregen de ledige kisten van de Veiling weg te nemen of daar op andere wijze over te beschikken.
Na voorloopig door mij te zijn gehoord, heb ik, verbalisant, de vier verdachten heengezonden.
Op Zaterdag 30 Mei 1942, werd mij door aangever Van Es medegedeeld, dat uit de administratie van de Nederlandsche Veiling was gebelken, dat emballagebon No.6228, ten name van Lindeman en gedateerd 28 Mei 1942, toch op 28 Mei 1942 bij den kassier van de Nederlandsche Veiling was ingeleverd en uitbetaling van het bedrag aan statiegeld, zijnde ƒ 56,80 had plaats gehad. Hierdoor, aldus Van Es, is onze N.V. Nederlandsche Veiling niet benadeeld voor een bedrag van ƒ 104,40, zooals aanvankelijk werd vermoed, maar voor een bedrag van ƒ 161,20. Als bewijs voor deze verklaring overhandigde Van Es, mij, verbalisant den origineelen emballagebon No.6228 ten name van Lindeman, gedateerd 28 Mei 1942 en ter waarde van ƒ 56,80. Deze bon was voorzien van een knipteeken, hetgeen beduidt dat uitbetaling van het daarop vermelde bedrag had plaats gehad. Evenals de vier eerstgenoemde emballagebons, heb ik, verbalisant, ook bon No.6228 inbeslaggenomen.
Naar aanleiding van het vorenstaande heb ik, verbalisant, op Maandag 1 Juni 1942 nogmaals gehoord Gerard Johannes Jacobus Sligte, die mij, nadat ik hem emballagebon No.6228 had vertoond, verklaarde, dezen te herkennen als dezel fden bon welke hij op 28 Mei 1942 van den assistent-emballagemeester Doevedans had ontvangen voor het inleveren der reeds eerder genoemde 58 ledige kisten. Sligte volhardde evenwel bij zijn op 28 Mei 1942 tegenover mij afgelegde verklaring, den emballagebon te hebben weggegooid en niet ter uitbetaling te hebben aangeboden. Wie of dezen bon dan wel ter uitbetaling had aangeboden wist hij evenmin. Het geld van de ledige kisten zou hij niet hebben ontvangen.
Tenslotte heb ik, verbalisant, nog gehoord Cornelis Capel, oud 47 jaar, kassier van de N.V. Nederlandsche Veiling van Land- en Tuinbouwproducten "Amsterdam", wonende Hendrik Jacobsstraat 48 te Amsterdam-Zuid, die mij, nadat ik hem Gerard Johannes Jacobus Sligte had vertoond, verklaarde, dat hij hem herkende als den knecht van grossier Lindeman en dat hij de aan Sligte wel eenige malen statiegeld voor ingeleverde kisten had uitbetaald, wanneer door Sligte hiervoor een emballagebon was aangeboden. Of Sligte op 28 Mei 1942 bij hem, Capel, aan de kas was geweest en emballagebon No.6228 ter uitbetaling had aangeboden, kon hij niet met zekerheid verklaren. * Onderwerp: Onderzoek naar de diefstal en wederrechtelijke inlevering van lege emballage (kisten) bij de Nederlandsche Veiling.
* Modus Operandi: Een groep van vier personen stal 's ochtends vroeg kisten uit een exportloods, plaatste deze op een handkar (o.a. kar No. 40) bij Pier E, waarna Gerard Sligte ze officieel inleverde onder de naam van zijn werkgever (Lindeman) om het statiegeld te innen en te verdelen.
* Kern van het geschil: Er is een emballagebon (No. 6228) ter waarde van ƒ 56,80 die volgens de administratie is verzilverd. Verdachte Sligte ontkent de bon te hebben verzilverd en beweert deze te hebben weggegooid, ondanks dat de kassier hem herkent als iemand die vaker bonnen kwam innen.
* Personen:
* Gerard Johannes Jacobus Sligte: Verdachte, knecht van grossier Lindeman.
* Lindeman: Grossier, de werkgever van Sligte.
* Van Es: De aangever namens de N.V. Nederlandsche Veiling.
* Doevedans: Assistent-emballagemeester.
* Cornelis Capel: Getuige, kassier bij de veiling.
* Verbalisant: De niet nader genoemde politieambtenaar die het rapport opstelt. Dit document stamt uit mei/juni 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de tekst niet direct over oorlogshandelingen gaat, weerspiegelt het de dagelijkse criminaliteit en de economische situatie van die tijd. Grondstoffen en verpakkingsmaterialen (zoals houten kisten) waren schaars en vertegenwoordigden een aanzienlijke waarde, wat leidde tot dit soort interne diefstallen bij grote handelsinstituten zoals de "Nederlandsche Veiling van Land- en Tuinbouwproducten" in Amsterdam. De nauwkeurige administratie van emballagebons was essentieel voor de bedrijfsvoering in een tijd van rantsoenering en schaarste. * Gerard Johannes Jacobus Sligte: Verdachte knecht van grossier Lindeman.