Archief 745
Inventaris 745-395
Pagina 205
Dossier 2C
Jaar 1942
Stadsarchief

Circulaire (Nr. 508/'42)

4 november 1942 Van: Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF)

Origineel

Circulaire (Nr. 508/'42) 4 november 1942 Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) -5- Circulaire No.508/'42 dd. 4 Nov.'42.

Kleine peen van andere soorten, mits gezond , niet gebarsten of vertakt, moet ongewasschen maar ontdaan van zand en grond als stekpeen worden geveild tegen een prijs van f. 2.50 per 100 kg.

Afgekeurde peen, mits vrij van grond en vuil, moet worden geveild tegen een prijs van maximaal f. 1.50 per 100 kg.

Roode peen in de klasse II, III en IV mag ongesorteerd worden aangevoerd in de prijsklasse van de grofste in elke partij voorkomende peen.

GELE PEEN ZONDER LOF.
Zie circulaire No.472/'42 dd. 16 October 1942, terwijl groene koppen mogen voorkomen tot ca. 6 cm.

KNOLSELDERIJ.
De knolselderij boven 6 cm.Ø mag niet meer met lof, maar dient zonder lof per kg. te worden geveild. Het lof, dat gezond, voldoende groen, droog en zuiver moet zijn, moet afzonderlijk per kg. worden geveild. Knolselderij van 4-6 cm. dient per stuk te worden verkocht. Knolselderij beneden 4 cm. dient gebost te worden aangevoerd en als bosselderij geveild.

UIEN.
Alle uien moeten worden geveild, zoowel die uien, waarvan in 1942 zaad is geoogst, als alle zaai-uien, van welke kwaliteit deze ook mogen zijn en wel met inachtneming van de volgende voorwaarden.
Uien waarvan in 1942 zaad is geoogst, moeten droog, ontdaan van stengel, wortel, vuil en grond worden geveild tegen een prijs van f. 3.60 per 100 kg.
Zaai-uien z.g. "Bouten" of "Stijfnekken" moeten droog, ontdaan van stengel, wortel, vuil en grond worden geveild, eveneens tegen f. 3.60 per 100 kg.
Overige uien als afgekeurde, stek enz. moeten worden geveild met het groene blad mits droog en ontdaan van wortels, vuil en grond tegen een prijs van f. 2.50 per 100 kg.

WITLOF.
Hiervoor geldt tot nader order geen sorteering naar het gewicht.


Iedere veiling is aansprakelijk voor de goede uitvoering van de in deze circulaire gegeven voorschriften, meer speciaal in verband met de handhaving der exportpercentages.

NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE : -
[handtekening] Dit document is een administratieve instructie die zeer gedetailleerde regels stelt voor de sortering, reiniging en prijsstelling van landbouwproducten aan het einde van 1942. Enkele opvallende punten zijn:

  1. Strenge Kwaliteitscontroles: Er zijn specifieke eisen voor de mate van reiniging (vrij van grond en vuil) en de fysieke staat (niet gebarsten of vertakt). Dit wijst op een poging om de kwaliteit van de aangevoerde waren te standaardiseren in een tijd van schaarste.
  2. Prijsbeheersing: Er worden vaste prijzen genoemd (bijv. f. 2.50 of f. 3.60 per 100 kg), wat kenmerkend is voor de geleide economie tijdens de bezettingsjaren.
  3. Efficiency en Sortering: De instructies voor knolselderij (verkoop per kg versus per stuk afhankelijk van de diameter) tonen een hoge mate van bureaucratische bemoeienis met de dagelijkse handel op de veiling.
  4. Exportfocus: De laatste alinea is cruciaal. De veilingen worden direct verantwoordelijk gehouden voor de "handhaving der exportpercentages". Dit betekent dat een vastgesteld deel van de opbrengst niet voor de Nederlandse markt bestemd was, maar gereserveerd werd voor export. De circulaire stamt uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat de productie en distributie van tuinbouwproducten reguleerde.

In deze fase van de oorlog werd de Nederlandse landbouw volledig ingezet voor de Duitse oorlogseconomie. Het "distributiestelsel" zorgde ervoor dat goederen strikt werden geteld en verdeeld. De vermelding van "exportpercentages" in de circulaire verwijst direct naar de gedwongen export naar Duitsland. Terwijl de Nederlandse bevolking te maken kreeg met toenemende tekorten en rantsoenering, werd een groot deel van de kwalitatief goede groenten (zoals de hier beschreven peen, uien en selderij) naar het oosten getransporteerd om de Duitse Wehrmacht en de Duitse civiele bevolking te voeden. De veilingen fungeerden hierbij als de noodzakelijke controle- en verzamelpunten voor de bezetter.

Samenvatting

Dit document is een administratieve instructie die zeer gedetailleerde regels stelt voor de sortering, reiniging en prijsstelling van landbouwproducten aan het einde van 1942. Enkele opvallende punten zijn:

  1. Strenge Kwaliteitscontroles: Er zijn specifieke eisen voor de mate van reiniging (vrij van grond en vuil) en de fysieke staat (niet gebarsten of vertakt). Dit wijst op een poging om de kwaliteit van de aangevoerde waren te standaardiseren in een tijd van schaarste.
  2. Prijsbeheersing: Er worden vaste prijzen genoemd (bijv. f. 2.50 of f. 3.60 per 100 kg), wat kenmerkend is voor de geleide economie tijdens de bezettingsjaren.
  3. Efficiency en Sortering: De instructies voor knolselderij (verkoop per kg versus per stuk afhankelijk van de diameter) tonen een hoge mate van bureaucratische bemoeienis met de dagelijkse handel op de veiling.
  4. Exportfocus: De laatste alinea is cruciaal. De veilingen worden direct verantwoordelijk gehouden voor de "handhaving der exportpercentages". Dit betekent dat een vastgesteld deel van de opbrengst niet voor de Nederlandse markt bestemd was, maar gereserveerd werd voor export.

Historische Context

De circulaire stamt uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat de productie en distributie van tuinbouwproducten reguleerde.

In deze fase van de oorlog werd de Nederlandse landbouw volledig ingezet voor de Duitse oorlogseconomie. Het "distributiestelsel" zorgde ervoor dat goederen strikt werden geteld en verdeeld. De vermelding van "exportpercentages" in de circulaire verwijst direct naar de gedwongen export naar Duitsland. Terwijl de Nederlandse bevolking te maken kreeg met toenemende tekorten en rantsoenering, werd een groot deel van de kwalitatief goede groenten (zoals de hier beschreven peen, uien en selderij) naar het oosten getransporteerd om de Duitse Wehrmacht en de Duitse civiele bevolking te voeden. De veilingen fungeerden hierbij als de noodzakelijke controle- en verzamelpunten voor de bezetter.