Archief 745
Inventaris 745-399
Pagina 299
Dossier 26
Jaar 1943
Stadsarchief

Archiefdocument

10 juni 1943 (afgeleid van de datumnotatie 10/6 bovenaan). Van: Een functionaris van de Directie Marktwezen (waarschijnlijk een opzichter of inspecteur). Aan: Directie Marktwezen.

Origineel

10 juni 1943 (afgeleid van de datumnotatie 10/6 bovenaan). Een functionaris van de Directie Marktwezen (waarschijnlijk een opzichter of inspecteur). Directie Marktwezen. [Inschrijven - doorgehaald in rood]
No. 8/48/1 M. 1943 10/6

[In potlood/andere pen rechtsboven:]
Vrij en Dijkema
oproepen Vrij 8.30 uur
Dijkema 8.45.
Vrijdag a.s.

Directie Marktwezen.

De contrôleur Dijkema heeft mij medegedeeld dat hij speciaal was belast met de controle op de vischmarkt aan de Alb. Cuypstraat. Hij was van plan om precies volgens de letter van de instructie te handelen en dan zouden r. i. moeilijkheden niet uitblijven. Hij heeft mij gevraagd wie de verantwoording had voor de gang van zaken, waarop ik hem heb geantwoord dat elk voor zich de verantwoording draagt voor zijn dienst of ambtsverrichtingen.

De Inspecteur heeft Dijkema reeds medegedeeld dat hij telkens moet assisteren op de dagmarkt. Op Vrijdag 21 Mei heb ik eenige meeningsverschillen met hem gehad: hij wenschte blijkbaar geen samenwerking, hetwelk uit het navolgende moge blijken.

In bijzijn van den heer v. d. Berg heeft hij mij gezegd dat er tusschen ons een oude veete bestaat, die dateert uit den tijd van onze tewerkstelling aan de oude groentenmarkt (10 jaar geleden). Volgens Dijkema waren hij en zijn twee collega's Bauwers en Schuring van de Handelsinrichtingen overgeplaatst om later bij het Marktwezen de superieuren functies aan de centrale markt te vervullen.

Stelselmatig is hij tegengewerkt, waarbij ik hun hebben meegeholpen; ik zou verklaard hebben dat hij en zijn collega's niet eens behoorlijk konden schrijven. Ook de heer Broese had hen tegengewerkt; het gevolg is dan ook geweest dat conducteurs en afspraakbestuurders promotie maakten, doch dat hij gepasseerd en tenslotte ontslagen werd. Later moest Marktwezen op dit ontslag terugkomen.

Met eenige stemverheffing voegde hij mij het volgende toe: "nu kan je het goedschiks of kwaadschiks met mij probeeren, maar ik ben op je ingesteld en ik heb geen bewondering voor superieuren". Ik heb daarna opgemerkt dat wij aan de Ten Katestraat dienst hebben gedaan en dat hij toen niet over de oude veete (die mij onbekend is) had gesproken.

Op Zaterdag 29 Mei weigerde Dijkema de voorkeurskaarthouders, die de voorafgaande week garnalen hadden gekocht, den toegang voor aankoop van visch. Ik heb * Toon en taalgebruik: Het document is geschreven in een formele, rapporterende stijl, kenmerkend voor ambtelijke correspondentie uit de eerste helft van de 20e eeuw. Het handschrift is een verzorgd maar haastig 'schoolschrift'. Er wordt gebruikgemaakt van verouderde spelling (bijv. "vischmarkt", "meeningsverschillen").
* Kern van het conflict: Het document beschrijft een diepgeworteld arbeidsconflict. Controleur Dijkema uit zijn frustratie over vermeende achterstelling en onrecht die hem tien jaar eerder zou zijn aangedaan bij de overgang naar het Marktwezen. Hij beschuldigt de schrijver en anderen (zoals Broese) van sabotage. De houding van Dijkema wordt gepresenteerd als opstandig en onprofessioneel ("kwaadschiks", "geen bewondering voor superieuren").
* Incidenten: Het verslag noemt twee specifieke incidenten: een verbale confrontatie op 21 mei en een incident op 29 mei waarbij Dijkema eigenmachtig de toegang tot de vismarkt beperkte voor bepaalde kaarthouders. * Historische periode: Juni 1943. Nederland bevindt zich midden in de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel het conflict intern en persoonlijk lijkt, vonden deze ambtelijke beslommeringen plaats onder de enorme druk en schaarste van de oorlogstijd.
* Organisatie: De Directie Marktwezen van de gemeente Amsterdam was verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken op de markten, zoals de Albert Cuypmarkt. In een tijd van voedseldistributie en schaarste (vis, garnalen) was een strakke controle op de markten van vitaal belang voor de stad.
* Maatschappelijke relevantie: Dit document biedt een unieke inkijk in de dagelijkse gang van zaken en de menselijke verhoudingen binnen het Amsterdamse ambtenarenapparaat tijdens de bezetting. Het laat zien hoe persoonlijke wrok en oude vetes bleven doorspelen, zelfs onder de extreme omstandigheden van 1943.

Samenvatting

  • Toon en taalgebruik: Het document is geschreven in een formele, rapporterende stijl, kenmerkend voor ambtelijke correspondentie uit de eerste helft van de 20e eeuw. Het handschrift is een verzorgd maar haastig 'schoolschrift'. Er wordt gebruikgemaakt van verouderde spelling (bijv. "vischmarkt", "meeningsverschillen").
  • Kern van het conflict: Het document beschrijft een diepgeworteld arbeidsconflict. Controleur Dijkema uit zijn frustratie over vermeende achterstelling en onrecht die hem tien jaar eerder zou zijn aangedaan bij de overgang naar het Marktwezen. Hij beschuldigt de schrijver en anderen (zoals Broese) van sabotage. De houding van Dijkema wordt gepresenteerd als opstandig en onprofessioneel ("kwaadschiks", "geen bewondering voor superieuren").
  • Incidenten: Het verslag noemt twee specifieke incidenten: een verbale confrontatie op 21 mei en een incident op 29 mei waarbij Dijkema eigenmachtig de toegang tot de vismarkt beperkte voor bepaalde kaarthouders.

Historische Context

  • Historische periode: Juni 1943. Nederland bevindt zich midden in de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel het conflict intern en persoonlijk lijkt, vonden deze ambtelijke beslommeringen plaats onder de enorme druk en schaarste van de oorlogstijd.
  • Organisatie: De Directie Marktwezen van de gemeente Amsterdam was verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken op de markten, zoals de Albert Cuypmarkt. In een tijd van voedseldistributie en schaarste (vis, garnalen) was een strakke controle op de markten van vitaal belang voor de stad.
  • Maatschappelijke relevantie: Dit document biedt een unieke inkijk in de dagelijkse gang van zaken en de menselijke verhoudingen binnen het Amsterdamse ambtenarenapparaat tijdens de bezetting. Het laat zien hoe persoonlijke wrok en oude vetes bleven doorspelen, zelfs onder de extreme omstandigheden van 1943.