Archiefdocument
Origineel
3 december 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen). [Linksboven, getypt]: 8a/84/2 M.
[Middenboven, handgeschreven]: Verzonden 3/12
[Rechtsboven, handgeschreven]: [?] [mogelijk M. Rülly]
[Rechtsboven, getypt]: 3 December 1943. VD/SV.
toelage C. Blom.
[Getypt, rechts]:
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Hoofdtekst]:
De marktmeester C. Blom (no. 98),
dienstdoende op de Centrale Markt zal met
ingang van 1 Januari 1944 weder zijn
uniformkleeding gaan dragen. In verband
hiermede verzoek ik U bij Besluit van den
Burgemeester met ingang van 1 Januari
1944 het salaris van Blom te doen bepalen
op f. 2100.- met een toelage van 5% voor
afwisselend dag-, nacht- en Zondagsdienst
ad f. 105.- en een toelage van f. 75.-
voor uniformkleeding onder vaststelling
van zijn pensioensgrondslag op f. 2280.-
De Directeur,
[Onderaan, handgeschreven berekeningen]:
12 / 228 / 19.-
12
--
108
108
190
38
228 Het document is een formeel verzoek aan het gemeentebestuur om de arbeidsvoorwaarden van een specifieke ambtenaar, marktmeester C. Blom, aan te passen. De aanleiding is dat hij per 1 januari 1944 weer in uniform zal verschijnen.
De voorgestelde berekening voor de nieuwe pensioensgrondslag is als volgt:
* Basissalaris: f. 2100,-
* Onregelmatigheidstoeslag (5%): f. 105,-
* Uniformtoelage: f. 75,-
* Totaal: f. 2280,-
De handgeschreven cijfers onderaan zijn controleberekeningen. Er wordt gecontroleerd wat de pensioengrondslag per maand is door het totaalbedrag (zonder de laatste nul voor het gemak) door 12 te delen (228 / 12 = 19). Dit komt neer op een pensioengrondslag van f. 190,- per maand. Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland (december 1943). In deze periode was de "Wethouder voor de Levensmiddelen" een zeer belangrijke post vanwege de schaarste en de rantsoenering van voedsel. De Centrale Markt (waarschijnlijk die van Amsterdam) speelde een vitale rol in de voedseldistributie.
Dat een marktmeester (opnieuw) een uniform gaat dragen, duidt op een behoefte aan herkenbaarheid en gezag bij het toezicht op de markt, waar in deze oorlogsjaren veel spanning stond op de handel en de naleving van regels (zoals prijsbeheersing en het tegengaan van zwarte handel). De "Burgemeester" die het besluit moet nemen, was in deze tijd een door de bezetter aangestelde functionaris (in Amsterdam was dit Edward Voûte).