Brief (verzoekschrift)
Origineel
Brief (verzoekschrift) 20 september 1943 G. H. Parlag, koopman in huishoudelijke artikelen De Weledelgeboren Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam No. 24/13/1 M. 1943 13/10
Amsterdam, 20 Sept. 1943.
Den Weled. Heer Directeur v. 't Marktwezen,
Alhier.
Weled. Heer,
Hiermede verzoekt ondergetekende G. H. Parlag, Koopman in huishoudelijke artikelen, wonende Fred. Hendrikplantsoen 52 III, Amsterdam West, georganiseerd onder No 42 E.H. 199 Ondervakgroep "Detailhandel in Huishoudelijke Artikelen" een vergunning tot het bezetten van zijn los-vaste plaats op 't Amstelveld.
Indien mogelijk zou hij ook voor de markten Dapperstraat, Ten Katestraat voor los plaatshouder in aanmerking willen komen.
Ondergetekende staat als vaste plaatshouder op plaats 20 op de markt Alb. Cuypstraat en vraagt bovengenoemde 3 vergunningen aan omdat zijn artikelen ook wel voor demonstratie in aanmerking komen. Tot demonstreren hij Maandags op 't Amstelveld en op de markt Alb. Cuypstraat noodt.
Hij vraagt U dit verzoek omdat hij niet op de lijst van 't Amstelveld vermeld stond, daar de dienstdoende marktmeester zeker dacht dat hij mij als vaste plaatshouder niet behoefde te noteren.
Hopende dat hij aldus aan zijn verplichtingen heeft voldaan, tekent hij
Met de meeste Hoogachting,
G. H. Parlag.
[Handtekening/Paraaf]
Reeds afgedaan.
Opbergen.
(paraf) 1/10 '43. In deze brief verzoekt de heer G.H. Parlag om officiële vergunningen voor marktplaatsen op het Amstelveld, de Dapperstraat en de Ten Katestraat. De schrijver is reeds een gevestigde koopman met een vaste plek op de Albert Cuypmarkt (plaats 20).
De kern van het verzoek is een administratieve correctie: Parlag merkt op dat hij op het Amstelveld niet op de officiële lijst staat. Hij wijst de "dienstdoende marktmeester" aan als de waarschijnlijke bron van deze omissie; de marktmeester zou hebben aangenomen dat Parlag vanwege zijn status als "vaste plaatshouder" niet apart genoteerd hoefde te worden. Parlag benadrukt dat zijn producten (huishoudelijke artikelen) zich lenen voor "demonstratie", wat waarschijnlijk een reden was om op specifieke marktdagen aanwezig te mogen zijn.
De brief is onderaan afgetekend met "Reeds afgedaan. Opbergen", gedateerd op 1 oktober 1943, wat aangeeft dat de administratie van het Marktwezen de zaak binnen tien dagen heeft afgehandeld. Dit document stamt uit september 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De context van deze periode is cruciaal voor het begrijpen van de ambtelijke toon en de specifieke vermeldingen in de tekst:
- Gereguleerde Economie: Parlag vermeldt expliciet dat hij "georganiseerd" is onder "No 42 E.H. 199 Ondervakgroep Detailhandel in Huishoudelijke Artikelen". Tijdens de bezetting werden alle handelaren verplicht lid van dergelijke 'vakgroepen' als onderdeel van de gelijkschakeling en controle op de economie door de bezetter. Zonder dit lidmaatschap was het uitoefenen van een beroep nagenoeg onmogelijk.
- Marktwezen in Oorlogstijd: De Amsterdamse markten stonden onder streng toezicht. Sinds 1941 waren Joodse kooplieden en marktbezoekers al verbannen van de reguliere markten. De administratie van marktvergunningen was in 1943 een strikt bureaucratisch proces waarbij politieke en economische betrouwbaarheid (in de ogen van de autoriteiten) essentieel was.
- Schaarste: Hoewel Parlag handelt in huishoudelijke artikelen, was er in 1943 sprake van toenemende schaarste. Het demonstreren van goederen op markten was een manier om de resterende voorraad aan de man te brengen of om vervangende producten (surrogaat) te tonen aan het publiek. G.H. Parlag H. Parlag Marktwezen