Archief 745
Inventaris 745-402
Pagina 306
Dossier 23
Jaar 1943
Stadsarchief

Archiefdocument

Van: J. Müller, Fokke Simonszstraat 54 III, Amsterdam

Origineel

J. Müller, Fokke Simonszstraat 54 III, Amsterdam Bovenaan:
(254)
No. 25/46/1 M. 1943 1/10
A. dam 29-9-'41

Hoofdtekst:
Edl Heer
Ondergetekende verzoek
u beleeft voor een
losse staanplaats op
de Albertcuypstr en op
het Amstelveld.

Bij voorbaat
mijn dank
J. Müller.
Fokke Simonszstr 54 III

Marginale aantekeningen (links en midden):
Inger. nr 15/11 '43. [gevolgd door initialen/stempel]
W. Renz.
Spoedig advies arb.
7/10 '43.
[Handtekening/Paraaf, mogelijk De Haan]

Besluitvorming onderaan:
Bovengenoemde kan in aanmerking
komen voor een losseplaats

Artikel
2: Handartikelen
geen textiel

Aantekening uiterst links (later toegevoegd):
Losse plaat Amstelveld
en vaste plaats A. Cuypstr
uitgereikt.
Onbergen.
H. 15/10 '43.

Aantekening in potlood (rechts):
Staat nergens
op markt.
echter met
grote handkar
boven
losse plaats
y 8u [?]
15/24 Dit document betreft een formeel verzoekschrift van een Amsterdamse burger, J. Müller, voor het verkrijgen van een marktvergunning. De aanvrager verzoekt om een "losse" staanplaats (een niet-permanente dagplaats) op twee prominente Amsterdamse markten: de Albert Cuypstraat en het Amstelveld.

Wat opvalt is het tijdsverloop: de brief is geschreven in september 1941, maar de ambtelijke verwerking en de uiteindelijke toewijzing vinden pas plaats in oktober 1943. De handgeschreven opmerkingen tonen het ambtelijke proces:
1. Er is gecontroleerd of de man al bekend was op de markt ("Staat nergens op markt").
2. Er is geconstateerd dat hij over een "grote handkar" beschikt.
3. Er is een positief advies gegeven voor een losse plaats, maar met een beperking op het assortiment: enkel "handartikelen" en expliciet "geen textiel".
4. Uiteindelijk lijkt de vergunning op 15 oktober 1943 te zijn uitgereikt door een ambtenaar genaamd Onbergen. Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De bureaucratische afhandeling van marktvergunningen was in deze tijd zeer strikt. De beperking "geen textiel" is kenmerkend voor de schaarste-economie van de oorlogsjaren; textiel was op de bon en de handel hierin was aan strenge regels gebonden om de distributie te beheersen en zwarte handel tegen te gaan.

Het feit dat het twee jaar duurde voordat er een definitief besluit op het verzoek kwam, kan wijzen op de algemene vertraging in de ambtelijke molen door de oorlogsomstandigheden, of mogelijk op een herindeling van de markten waarbij bepaalde groepen handelaren werden uitgesloten of juist weer toegelaten onder nieuwe voorwaarden. Het document is een treffend voorbeeld van hoe het dagelijks leven en de kleine middenstand probeerden te overleven binnen het knellende kader van de bezettingsbureaucratie.

Samenvatting

Dit document betreft een formeel verzoekschrift van een Amsterdamse burger, J. Müller, voor het verkrijgen van een marktvergunning. De aanvrager verzoekt om een "losse" staanplaats (een niet-permanente dagplaats) op twee prominente Amsterdamse markten: de Albert Cuypstraat en het Amstelveld.

Wat opvalt is het tijdsverloop: de brief is geschreven in september 1941, maar de ambtelijke verwerking en de uiteindelijke toewijzing vinden pas plaats in oktober 1943. De handgeschreven opmerkingen tonen het ambtelijke proces:
1. Er is gecontroleerd of de man al bekend was op de markt ("Staat nergens op markt").
2. Er is geconstateerd dat hij over een "grote handkar" beschikt.
3. Er is een positief advies gegeven voor een losse plaats, maar met een beperking op het assortiment: enkel "handartikelen" en expliciet "geen textiel".
4. Uiteindelijk lijkt de vergunning op 15 oktober 1943 te zijn uitgereikt door een ambtenaar genaamd Onbergen.

Historische Context

Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De bureaucratische afhandeling van marktvergunningen was in deze tijd zeer strikt. De beperking "geen textiel" is kenmerkend voor de schaarste-economie van de oorlogsjaren; textiel was op de bon en de handel hierin was aan strenge regels gebonden om de distributie te beheersen en zwarte handel tegen te gaan.

Het feit dat het twee jaar duurde voordat er een definitief besluit op het verzoek kwam, kan wijzen op de algemene vertraging in de ambtelijke molen door de oorlogsomstandigheden, of mogelijk op een herindeling van de markten waarbij bepaalde groepen handelaren werden uitgesloten of juist weer toegelaten onder nieuwe voorwaarden. Het document is een treffend voorbeeld van hoe het dagelijks leven en de kleine middenstand probeerden te overleven binnen het knellende kader van de bezettingsbureaucratie.