Archief 745
Inventaris 745-402
Pagina 418
Dossier 24
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtelijke brief/rapportage betreffende markttoezicht.

3 januari 1944. Van: Waarschijnlijk de marktmeester of een inspectiedienst van de gemeente (niet expliciet ondertekend op deze pagina).

Origineel

Ambtelijke brief/rapportage betreffende markttoezicht. 3 januari 1944. Waarschijnlijk de marktmeester of een inspectiedienst van de gemeente (niet expliciet ondertekend op deze pagina). (Handgeschreven bovenaan:)
Verzonden 3/1 A.V.D.
[onleesbare initialen]

VD/HG.

25/68/2 M.

3 Januari 1944.

Klacht vischverkoop
Albert Cuypstraat.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 15 December j.l om advies ontvangen stuk No.1023 L.M.1943 hebben de ondergeteekenden de eer U het volgende te berichten.
Het eerste gedeelte van de klacht handelt over het uur, waarop de rijvorming is toegestaan. De vischverdeeling op de Vischmarkt begon des morgens om 8.30 uur; de rijvorming werd toegestaan om 9.30 uur, waarna zoo spoedig mogelijk werd geloot. Hierbij teekenen wij aan, dat eerst met de loting kan worden begonnen, nadat van de Vischmarkt de opgave is ontvangen, welke kooplieden aan de beurt zijn geweest en voor welke vischsoorten.
Als gevolg van het later licht worden des morgens begint de verdeeling op de Vischmarkt sedert 6 December 1943 om 9 uur v.m.
In verband hiermede heeft de Politie de rijvorming bepaald op 10 uur en vindt de loting plaats om 10.15 uur. Het in den brief vermelde bezwaar is door deze regeling goeddeels ondervangen.
Ten aanzien van het tweede gedeelte van de klacht kunnen wij U mededeelen, dat wij de kooplieden, die op 4 December jl. zoogenaamd "mooie" visch op de Vischmarkt hebben ontvangen, hebben gehoord. Het waren de kooplieden Van der Ploeg, Posthumius, Putting en Proost, die zonder uitzondering verklaarden, dat het vrijwel onmogelijk is, dat visch wordt verkocht aan personen, welke zich niet in den zich vóór den loods geplaatsten rij hebben opgesteld. De Politie heeft buiten de regeling van den rij in handen en laat op een teeken van de zich in den loods bevindenden ambtenaren steeds 5 man tegelijk naar binnen, welke dan door den marktambtenaar naar de betreffende kar worden verwezen.
Het is wel mogelijk, volgens de door ons gehoorde kooplieden, dat een vischkoopman, welke geen toewijzing heeft gehad, kans ziet om binnen te komen, doordat hij den agenten van Politie voorgeeft, dat hij den marktambtenaar moet spreken, doch dit is uitzondering. Een enkele maal komt het voor, dat een vischkoopman zich in den rij opstelt om zoodoende ook 2 pond visch te kunnen koopen; dit komt echter vrijwel nooit voor, in

(einde pagina) * Kern van de zaak: Het document is een ambtelijk antwoord op een klacht over de gang van zaken bij de visverkoop op de Albert Cuypmarkt tijdens de Tweede Wereldoorlog. De klacht heeft betrekking op de tijdstippen van de rijvorming en beschuldigingen van onregelmatigheden (voortrekkerij) bij de verkoop van "mooie" vis.
* Logistiek en Regulering: Er wordt gedetailleerd ingegaan op de tijden van de 'vischverdeeling' en de 'loting'. Vanwege de winterperiode (later licht) zijn de tijden verschoven naar 10:00 uur voor het opstellen in de rij en 10:15 uur voor de loting. Dit toont de strikte bureaucratische controle op de schaarse voedselvoorziening aan.
* Handhaving: De politie speelt een actieve rol in het beheersen van de rij buiten de loods, terwijl marktambtenaren de stroom van mensen binnen reguleren (steeds groepen van 5 personen).
* Onderzoek naar fraude: De ambtenaren hebben specifieke kooplieden (Van der Ploeg, Posthumius, Putting en Proost) verhoord over vermeende onregelmatigheden. Zij ontkennen grote misstanden, hoewel toegegeven wordt dat sommige kooplieden proberen onder valse voorwendselen binnen te komen of zelf in de rij gaan staan voor extra rantsoenen. Dit document stamt uit januari 1944, een periode van diepe schaarste in het bezette Nederland. Vis was een cruciaal onderdeel van de voedselvoorziening, maar de distributie was streng gereguleerd via een bonnen- en lotingsysteem om zwarte handel en chaos te voorkomen. De Albert Cuypmarkt was (en is) een centraal punt voor de Amsterdamse voedselvoorziening. De klacht en de uitgebreide ambtelijke reactie daarop illustreren de spanningen in de maatschappij over eerlijke verdeling van voedsel en de achterdocht jegens corruptie of vriendjespolitiek onder marktlui en ambtenaren tijdens de oorlogsjaren.

Samenvatting

  • Kern van de zaak: Het document is een ambtelijk antwoord op een klacht over de gang van zaken bij de visverkoop op de Albert Cuypmarkt tijdens de Tweede Wereldoorlog. De klacht heeft betrekking op de tijdstippen van de rijvorming en beschuldigingen van onregelmatigheden (voortrekkerij) bij de verkoop van "mooie" vis.
  • Logistiek en Regulering: Er wordt gedetailleerd ingegaan op de tijden van de 'vischverdeeling' en de 'loting'. Vanwege de winterperiode (later licht) zijn de tijden verschoven naar 10:00 uur voor het opstellen in de rij en 10:15 uur voor de loting. Dit toont de strikte bureaucratische controle op de schaarse voedselvoorziening aan.
  • Handhaving: De politie speelt een actieve rol in het beheersen van de rij buiten de loods, terwijl marktambtenaren de stroom van mensen binnen reguleren (steeds groepen van 5 personen).
  • Onderzoek naar fraude: De ambtenaren hebben specifieke kooplieden (Van der Ploeg, Posthumius, Putting en Proost) verhoord over vermeende onregelmatigheden. Zij ontkennen grote misstanden, hoewel toegegeven wordt dat sommige kooplieden proberen onder valse voorwendselen binnen te komen of zelf in de rij gaan staan voor extra rantsoenen.

Historische Context

Dit document stamt uit januari 1944, een periode van diepe schaarste in het bezette Nederland. Vis was een cruciaal onderdeel van de voedselvoorziening, maar de distributie was streng gereguleerd via een bonnen- en lotingsysteem om zwarte handel en chaos te voorkomen. De Albert Cuypmarkt was (en is) een centraal punt voor de Amsterdamse voedselvoorziening. De klacht en de uitgebreide ambtelijke reactie daarop illustreren de spanningen in de maatschappij over eerlijke verdeling van voedsel en de achterdocht jegens corruptie of vriendjespolitiek onder marktlui en ambtenaren tijdens de oorlogsjaren.