Archief 745
Inventaris 745-403
Pagina 218
Dossier 28
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven brief met ambtelijke annotaties.

Het document is gestempeld op 29 september 1943. De annotaties lopen door tot 31 januari 1944. Van: J.F. Prenger, wonende aan de Gelderschekade 72-II, Amsterdam. Aan: Waarschijnlijk de Dienst der Marktwezen van de Gemeente Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief met ambtelijke annotaties. Het document is gestempeld op 29 september 1943. De annotaties lopen door tot 31 januari 1944. J.F. Prenger, wonende aan de Gelderschekade 72-II, Amsterdam. Waarschijnlijk de Dienst der Marktwezen van de Gemeente Amsterdam. Bovenzijde (stempel en codes):
No. 29/38/1 M. 1943 29/9
187 (in potlood)
nd. msp (archiefcode)

Hoofdtekst:
Geachte Heer

Met deze kom ik met een verzoek tot voor
een vaste plaats op de markt daar ik die voor
de oorlog ook gehad heb 'Nieuwmarkt'.

Hoogachtend
J.F. Prenger
Gelderschekade 72 II

Kantlijn links:
M. Ströer
Spoedig advies (doorgehaald)
[Initialen, mogelijk JHD]
29/9
Ingr. per 4 of 5/11. 43.
JB

Aantekeningen midden rechts:
Laatste maanden
niet op Nieuwmarkt
geweest. (Nieuwmarkt is rood/bruin onderstreept)
Oproepen voor
nader onderzoek.
Ingr. per 12/11 '43 JB

Onderzijde:
(links) opb [Initialen JHD]
Heeft niets van zich laten horen
nu opbergen [onleesbare handtekening] 27/1 '44
(rechtsonder, diagonaal) opbergen 31-1-44 detten Het document toont de administratieve afhandeling van een verzoek om een standplaats op de Amsterdamse Nieuwmarkt tijdens de Duitse bezetting.
1. De aanvraag: J.F. Prenger verzoekt om zijn "vooroorlogse" vaste plek terug te krijgen. Dit duidt op een poging tot economisch herstel of het claimen van oude rechten.
2. Het proces: De brief wordt op 29 september 1943 geregistreerd door de afdeling Marktwezen (de 'M' in het stempel). Het wordt doorgezet naar een ambtenaar (M. Ströer).
3. Het onderzoek: Er vindt een interne controle plaats. De bevinding is dat de aanvrager de "laatste maanden" niet op de markt aanwezig is geweest. Gezien de locatie (Nieuwmarkt) en de datum (eind 1943) is dit een kritiek punt; standplaatsen van gedeporteerde of afwezige kooplieden werden in deze periode herverdeeld.
4. Conclusie: Prenger wordt opgeroepen voor "nader onderzoek", maar reageert hier niet op. Hierop besluit de administratie het dossier in januari 1944 te sluiten en te archiveren ("opbergen"). De historische context van dit document is beladen. De Nieuwmarkt vormde het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. In september 1943 waren de grootschalige deportaties van de Joodse bevolking in Amsterdam nagenoeg voltooid. De markt op de Nieuwmarkt, die van oudsher veel Joodse kooplieden kende, was hierdoor drastisch veranderd.

Aanvragen voor standplaatsen in deze buurt in 1943 werden vaak nauwgezet getoetst door de gemeente. Het feit dat Prenger stelt de plek "voor de oorlog ook gehad te hebben" kan een legitieme claim zijn, maar in de context van de 'arisering' van de markten werden dergelijke plekken vaak ook begeerd door niet-Joodse Amsterdammers die profiteerden van de leeggekomen ruimte. Dat de ambtenaar specifiek onderzoekt of hij er de "laatste maanden" was, suggereert dat men controleerde of hij zijn bedrijfsvoering daadwerkelijk had voortgezet. De uiteindelijke stilte van de aanvrager laat de reden van zijn afhaken in het midden.

Samenvatting

Het document toont de administratieve afhandeling van een verzoek om een standplaats op de Amsterdamse Nieuwmarkt tijdens de Duitse bezetting.
1. De aanvraag: J.F. Prenger verzoekt om zijn "vooroorlogse" vaste plek terug te krijgen. Dit duidt op een poging tot economisch herstel of het claimen van oude rechten.
2. Het proces: De brief wordt op 29 september 1943 geregistreerd door de afdeling Marktwezen (de 'M' in het stempel). Het wordt doorgezet naar een ambtenaar (M. Ströer).
3. Het onderzoek: Er vindt een interne controle plaats. De bevinding is dat de aanvrager de "laatste maanden" niet op de markt aanwezig is geweest. Gezien de locatie (Nieuwmarkt) en de datum (eind 1943) is dit een kritiek punt; standplaatsen van gedeporteerde of afwezige kooplieden werden in deze periode herverdeeld.
4. Conclusie: Prenger wordt opgeroepen voor "nader onderzoek", maar reageert hier niet op. Hierop besluit de administratie het dossier in januari 1944 te sluiten en te archiveren ("opbergen").

Historische Context

De historische context van dit document is beladen. De Nieuwmarkt vormde het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. In september 1943 waren de grootschalige deportaties van de Joodse bevolking in Amsterdam nagenoeg voltooid. De markt op de Nieuwmarkt, die van oudsher veel Joodse kooplieden kende, was hierdoor drastisch veranderd.

Aanvragen voor standplaatsen in deze buurt in 1943 werden vaak nauwgezet getoetst door de gemeente. Het feit dat Prenger stelt de plek "voor de oorlog ook gehad te hebben" kan een legitieme claim zijn, maar in de context van de 'arisering' van de markten werden dergelijke plekken vaak ook begeerd door niet-Joodse Amsterdammers die profiteerden van de leeggekomen ruimte. Dat de ambtenaar specifiek onderzoekt of hij er de "laatste maanden" was, suggereert dat men controleerde of hij zijn bedrijfsvoering daadwerkelijk had voortgezet. De uiteindelijke stilte van de aanvrager laat de reden van zijn afhaken in het midden.

Gerelateerde Documenten 3