Ambtelijke conceptbrief of memonotitie betreffende marktstandplaatsen.
Origineel
Ambtelijke conceptbrief of memonotitie betreffende marktstandplaatsen. [Linksboven in rood:] 28/7/2 [mogelijk 42, afgekort]
[Rechtsboven:] afgez: J.J.M. Keelenkamp
Houtjesstraat 44 li-
N.a.v. Uw brief d.d. 4 April j.l. bericht
ik U, dat na een onderzoek in de administra-
tie van mijn dienst is gebleken, dat U gedu-
rende de navolgende periodes een plaats op
de markt Houtjesmarkt alhier heeft ingeno-
men voor den verkoop van 2-handsch tex-
tielgoederen.
Van 17 Maart 1924 tot 5 November 1932
(vaste plaats gedurende Uw eerste huwelijk
[doorgehaald: onder name van H.E. Pelgrim] Uw echtge-
noot L.E. Pelgrim);
daarna tot Juli 1941 vrij geregeld een
losse plaats;
Van 14 Juli 1941 tot heden een vaste plaats.
[Onder midden:] 28 7 43
[Rechtsonder:] [onleesbare initialen] * Doel: Het document dient als bewijs of bevestiging van de historische rechten op een marktstandplaats voor een specifieke koopvrouw.
* Structuur: De tekst is opgesteld als een officiële reactie op een eerdere correspondentie. Het specificeert drie verschillende perioden van marktactiviteit:
1. 1924-1932: Een vaste standplaats op naam van haar eerste echtgenoot.
2. 1932-1941: Een periode met een "losse plaats" (geen vaste standplaats, maar per dag toegewezen).
3. 1941-heden: Opnieuw een vaste standplaats.
* Correcties: De doorhaling van de initialen "H.E." en de vervanging door "L.E." bij de naam Pelgrim wijst op een feitelijke correctie op basis van het genoemde administratieve onderzoek. * Historische periode: Geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1942-1943). In deze tijd was de controle op vergunningen en standplaatsen zeer streng, mede door de schaarste aan goederen en de registratiedrang van de bezetter.
* Sociaal-economisch: De handel in tweedehands textiel was een belangrijke bron van inkomsten voor de arbeidersklasse. De genoemde "Houtjesmarkt" verwijst vermoedelijk naar een specifieke locatie in Amsterdam (mogelijk de Noordermarkt of een deel van de markt op het Waterlooplein, die lokaal zo genoemd werd).
* Juridisch: De expliciete vermelding van het huwelijk en de naam van de echtgenoot illustreert de rechtspositie van de vrouw in die tijd; standplaatsrechten waren vaak gekoppeld aan het gezinshoofd. De brief lijkt bedoeld om de continuïteit van de rechten van Mevr. Keelenkamp aan te tonen, mogelijk voor de verlenging van een vergunning. H.E. Pelgrim J.J.M. Keelenkamp L.E. Pelgrim