Archiefdocument
Origineel
Waarschijnlijk een marktmeester of assistent (ondertekend door Wolff) De Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam [Linksboven:]
No. 28/12/1 M. 1943 17/5
Lindengracht
[Onleesbare aantekening in paars potlood]
[Rechtsboven:]
867
Den Heer Inspecteur
vh Marktwezen
alhier.
[Hoofdtekst:]
Op Vrijdag 7 Mei ll. werd door een
koopman D. Heine een toewijzing gerookte
aal verkocht. De daar terplaatse opgestelde
rij menschen kwam op een zeker oogenblik
in beweging en trachtte tegelijk een pakje
aal machtig te worden.
De daar dienstdoende Agenten van
Politie waren reeds ingerukt, zoodat ik alleen
den verkoop moest regelen.
Ik trachtte de menschen in volgorde te
doen koopen, maar werd door het opdringen
langs een handkar geduwd, waardoor mijn
uniformjas scheurde.
Ik heb mijn jas thans in de Gem:
kleedermakerij in reparatie gegeven.
Ik verzoek U te willen goedvinden,
dat deze reparatie voor rekening marktwezen
komt.
11 Mei 1943.
[Handtekening: Wolff]
[Aantekening in rood potlood:]
kled. toelage!
Juist!
[Paraaf]
[Aantekening in blauwe inkt, rechtsonder:]
Aan Wolff medegedeeld, dat geen vergoeding wordt gegeven
25-5-43
[Paraaf] Het document is een ambtelijk schrijven waarin een functionaris van het Marktwezen (vermoedelijk de heer Wolff) verzoekt om vergoeding van reparatiekosten aan zijn uniformjas. De schade ontstond tijdens een incident op de Lindengracht op vrijdag 7 mei 1943.
Tijdens de verkoop van een partij schaarse gerookte aal ontstond er onrust in de wachtrij. Omdat de politieagenten al vertrokken waren ("ingerukt"), moest de schrijver de menigte alleen in bedwang houden. Hierbij werd hij tegen een handkar geduwd, waarbij zijn jas scheurde. Hij heeft de jas ter reparatie aangeboden bij de Gemeentelijke Kleedermakerij.
Opmerkelijk is de interne afhandeling: hoewel er in rood potlood eerst instemmend lijkt te worden gereageerd met de suggestie van een "kled. toelage" (kledingtoelage), wordt het verzoek uiteindelijk op 25 mei 1943 definitief afgewezen. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse realiteit in bezet Amsterdam in 1943. Door de toenemende schaarste aan voedsel en luxeartikelen (zoals gerookte aal) ontstonden er vaak opstootjes bij marktverkopen zodra er een 'toewijzing' (een toegewezen partij goederen) beschikbaar kwam.
De Lindengrachtmarkt was en is een centrale plek voor de Amsterdamse handel. Dat de politie de locatie al had verlaten voordat de verkoop ordelijk was afgerond, wijst op een tekort aan mankracht of een gebrekkige coördinatie tussen de marktdiensten en de politie. De uiteindelijke afwijzing van de vergoeding is typerend voor de bureaucratische en zuinige houding van de gemeentelijke diensten, zelfs in uitzonderlijke situaties tijdens de oorlogsjaren. D. Heine Marktwezen Politie