Ambtsverslag / Rapportage van inbeslagname.
Origineel
Ambtsverslag / Rapportage van inbeslagname. 25 oktober 1943. Genoemde heeren hebben een bespreking gehouden op
het marktkantoor. De koopman Overkamp bleef weige-
ren zijn opgehaalde oude kleeren bij de fa. Kraay in te
leveren. De Inspecteur Uitsinger heeft ten slotte de
goederen in beslag genomen.
Tijdens de inbeslagname wond Overkamp zich
vreeselijk op en voegde hij vorengenoemden Inspecteur
Uitsinger de navolgende woorden toe: je bent een
vrijbuiter, je laat anderen wel staan zonder ver-
gunning, terwijl hij veel bedreigingen uitte tot den
Inspecteur. Daar hij verhinderde althans belemmerde
de goederen weg te halen heb ik politieassistentie
aangevraagd, waarna de geheele voorraad per
auto is weggevoerd.
[Onderaan:]
A’dam 25 Oct ’43 [Handtekening Uitsinger]
Overkamp 33/10/3
WLW 23/10/4
17 dagen + oordeel [?] onbek. [?] 27-10-43 Het document is een verslag van een incident op een Amsterdams marktkantoor tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het conflict is de weigering van koopman Overkamp om "oude kleeren" (oude kleding) in te leveren bij de firma Kraay. De inspecteur besluit daarop de goederen formeel in beslag te nemen.
De tekst weerspiegelt de hoogoplopende emoties van de koopman. Hij noemt de inspecteur een "vrijbuiter" (een scheldwoord voor iemand die zich niet aan de regels houdt of opportunistisch handelt) en beschuldigt hem van willekeur ("je laat anderen wel staan zonder vergunning"). Vanwege de actieve weerstand van Overkamp bij het afvoeren van de goederen, moest de inspecteur assistentie van de politie inroepen. De voorraad werd uiteindelijk per auto afgevoerd. Dit document moet worden begrepen tegen de achtergrond van de Duitse bezetting van Nederland in 1943. In deze periode was er een grote schaarste aan textiel en grondstoffen. De bezetter stelde strikte regels op voor de distributie en inzameling van goederen. "Oude kleding" was een waardevolle grondstof voor de oorlogsindustrie of voor hergebruik.
De firma Kraay fungeerde hier waarschijnlijk als officieel inzamelpunt of verwerkingsbedrijf onder toezicht van de autoriteiten. Kooplieden stonden onder streng toezicht van inspecteurs (mogelijk van de Crisis Controle Dienst of een soortgelijke instantie). De frustratie van Overkamp over "vergunningen" wijst op de verstikkende bureaucratie en de economische druk waaronder marktkooplieden destijds moesten werken. De handgeschreven aantekeningen onderaan lijken te wijzen op een juridische afhandeling of een opgelegde straf (mogelijk "17 dagen" hechtenis).